Robin Lammers
· Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
· 2026-07-31
De Rechtbank Zeeland-West-Brabant deed op 21 juli 2026 uitspraak in een BPM-zaak waarbij het beroep inhoudelijk ongegrond werd verklaard, maar de belastingplichtige toch een vergoeding ontving voor immateriële schade (IMSV) en proceskosten (PKV). Dat klinkt tegenstrijdig, maar het is een patroon dat steeds vaker opduikt in BPM-procedures. Als je betrokken bent bij een BPM-geschil, is het goed om te begrijpen wat hier precies speelt.
De uitspraak is gepubliceerd op Rechtspraak onder zaaknummer BRE 23/11138.
Wat houdt dit in?
Een IMSV-vergoeding in een BPM-procedure houdt in dat de belastingrechter een forfaitaire schadevergoeding toekent aan de belastingplichtige omdat de procedure te lang heeft geduurd, ook als het inhoudelijke bezwaar of beroep wordt afgewezen.
In deze zaak stelde de rechtbank vast dat de BPM-aanslag inhoudelijk correct was. Het beroep tegen de naheffing of teruggaafbeschikking slaagde dus niet. Toch ontving de belastingplichtige twee vergoedingen: één voor de overschrijding van de redelijke termijn (IMSV) en één voor de proceskosten (PKV).
De redelijke termijn in belastingzaken bedraagt in principe twee jaar voor de bezwaar- en beroepsfase samen. Duurt het langer, dan heb je recht op een vergoeding van 500 euro per half jaar overschrijding. Dat bedrag wordt verdeeld tussen de Belastingdienst en de rechtbank, afhankelijk van waar de vertraging is ontstaan.
De proceskostenvergoeding (PKV) wordt doorgaans alleen toegekend als je op inhoudelijke punten gelijk krijgt. Dat je die hier ook ontvangt terwijl het beroep ongegrond is, suggereert dat de rechtbank in dit geval toch een tegemoetkoming op zijn plaats vond, bijvoorbeeld omdat de Belastingdienst in de procedure iets heeft gecorrigeerd of de zaak anderszins heeft bijgedragen aan de toekenning. De exacte motivering volgt uit de volledige uitspraak.
Wat betekent dit voor jou?
Ben je importeur, autodealer of particulier en loop je een BPM-procedure, dan is deze uitspraak relevant om twee redenen. Ten eerste bevestigt zij dat een ongegrond beroep niet automatisch betekent dat je met lege handen staat. Ten tweede laat zij zien dat de doorlooptijd van BPM-zaken een zelfstandig rechtsgevolg kan hebben.
BPM-procedures lopen in de praktijk regelmatig uit. Bezwaarfasen van meer dan een jaar zijn geen uitzondering, zeker bij geschillen over de hoogte van de koerslijstwaarde of de gebruikte afschrijvingsmethode. Als jouw zaak al meer dan twee jaar loopt, heb je mogelijk recht op een IMSV-vergoeding, ongeacht de uitkomst van de inhoudelijke discussie.
Voor autodealers en importeurs die grootschalig BPM-bezwaren indienen, is het verstandig om de termijnen actief bij te houden. Een procedure die sluimert bij de Belastingdienst is niet neutraal: elke maand dat er geen beslissing valt, tikt de termijnklok door.
Particulieren die een voertuig hebben geïmporteerd en BPM hebben betaald, lopen in verhouding kleinere bedragen. Toch kan een IMSV-vergoeding van enkele honderden euro’s het verschil maken, zeker als de procedure zich al jaren sleept.
Wat kun je doen?
Controleer eerst hoelang jouw BPM-procedure al loopt. Tel de datum van het bezwaarschrift bij de Belastingdienst op tot vandaag. Overschrijdt die termijn de twee jaar, dan is een verzoek om IMSV-vergoeding mogelijk en zinvol.
Dien je beroep in bij de rechtbank als de Belastingdienst niet tijdig beslist of als je het niet eens bent met de uitspraak op bezwaar. In het beroepschrift kun je expliciet vragen om een IMSV-vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechter kent die vergoeding vaak ambtshalve toe, maar expliciete vermelding is aan te raden.
Bewaar alle correspondentie met de Belastingdienst zorgvuldig. Datumstempels op brieven en ontvangstbevestigingen zijn cruciaal om de termijnen te reconstrueren als de zaak bij de rechter belandt.
Wil je weten of jouw BPM-zaak kans maakt op een IMSV-vergoeding of een proceskostenvergoeding? Bekijk dan het overzicht van onze dienstverlening op het gebied van automotive recht. Wij beoordelen de haalbaarheid van jouw procedure en begeleiden je van bezwaar tot en met de rechter.
Veelgestelde vragen
Wat is een IMSV-vergoeding in een BPM-procedure?
Een IMSV-vergoeding (immateriële schadevergoeding) in een BPM-procedure is een forfaitaire vergoeding die de belastingrechter toekent wanneer een procedure langer heeft geduurd dan de redelijke termijn van twee jaar. De vergoeding bedraagt 500 euro per half jaar overschrijding en wordt toegekend ongeacht of de belastingplichtige inhoudelijk gelijk krijgt.
Kan ik een proceskostenvergoeding krijgen als mijn BPM-beroep ongegrond wordt verklaard?
In de meeste gevallen niet, maar er zijn uitzonderingen. Een proceskostenvergoeding bij een ongegrond beroep kan aan de orde zijn als de Belastingdienst tijdens de procedure alsnog iets heeft gecorrigeerd, of als de rechter op andere gronden een tegemoetkoming gerechtvaardigd vindt. De uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 21 juli 2026 (ECLI:NL:RBZWB:2026:6691) is een voorbeeld waarbij dat zich voordeed.
Hoe lang mag een BPM-bezwaarprocedure duren?
De Belastingdienst moet in principe binnen zes weken beslissen op een bezwaar, maar kan die termijn verlengen tot maximaal twaalf weken. Voor de gehele procedure (bezwaar én beroep samen) geldt een redelijke termijn van twee jaar. Duurt het langer, dan heb je recht op een immateriële schadevergoeding van 500 euro per half jaar dat de termijn wordt overschreden.
Heb je vragen over een lopende BPM-procedure of wil je weten of jij recht hebt op een vergoeding wegens termijnoverschrijding? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.
Robin Lammers
· Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
· 2026-07-30
Een ongeluk met een huurauto — en dan de vraag wie opdraait voor de schade. Rechtbank Limburg deed op 15 juli 2026 uitspraak in een zaak waarbij het verhuurde voertuig bij een aanrijding betrokken raakte. De uitkomst is relevant voor iedereen die een huurauto gebruikt of verhuurt: niet elk onvoorzichtig rijgedrag levert juridische aansprakelijkheid op.
Bron: Rechtspraak
Wat houdt dit in?
Roekeloosheid bij een huurauto houdt in dat de huurder bewust een onaanvaardbaar risico neemt, wat verder gaat dan enkel onvoorzichtig of gevaarlijk rijgedrag.
In deze zaak draaide het om de vraag of de huurder van een voertuig zich schuldig had gemaakt aan een onrechtmatige daad door zijn rijgedrag. De rechtbank stelde vast dat de huurder weliswaar hoogst onvoorzichtig had gereden, maar dat dit nog niet automatisch de drempel van roekeloosheid haalt die nodig is om aansprakelijkheid te vestigen.
Daarnaast speelde een schending van artikel 21 Rv een rol. Dit artikel verplicht partijen in een civiele procedure om de rechter volledig en naar waarheid te informeren. Een van de betrokken partijen had aan die verplichting niet voldaan, wat de rechter meenam in zijn oordeel over de geloofwaardigheid van de stellingen.
Uiteindelijk concludeerde de rechtbank dat er onvoldoende onderbouwing was om de claim toe te wijzen. De eiser had te weinig concrete feiten en bewijs aangedragen om het gestelde onrechtmatige handelen hard te maken.
Wat betekent dit voor jou?
Als huurder van een auto betekent deze uitspraak dat je niet bij elk verkeersongeval automatisch aansprakelijk bent, ook niet als je rijgedrag slordig of gevaarlijk was. Er is een duidelijk onderscheid tussen onvoorzichtig rijden en roekeloos rijden. Pas bij roekeloosheid — waarbij je bewust een ernstig risico neemt — kan aansprakelijkheid op een andere grondslag worden gebaseerd dan de standaard verzekeringsregels.
Als verhuurbedrijf of leasemaatschappij is dit een belangrijk signaal. Je kunt niet zomaar de volledige schade op de huurder verhalen door simpelweg te stellen dat die onvoorzichtig reed. Je moet concreet en onderbouwd aantonen dat er sprake was van roekeloosheid. Vage beschuldigingen of onvolledige informatie aan de rechter werken juist tegen je.
Voor consumenten die schade hebben geleden door een bestuurder van een huurauto geldt hetzelfde: zorg dat je je claim goed onderbouwt. Een rechter wijst een vordering niet toe omdat het aannemelijk klinkt, maar alleen als de feiten voldoende zijn aangetoond. Wie de spelregels van artikel 21 Rv niet respecteert, schaadt zijn eigen geloofwaardigheid ernstig.
Autodealers en importeurs die voertuigen ter beschikking stellen, moeten ook alert zijn op de contractuele voorwaarden in hun verhuurovereenkomsten. Als die niet goed zijn ingericht, kan het lastig zijn om bij schade succesvol te verhalen.
Wat kun je doen?
Ben je betrokken bij een geschil over schade aan een huurauto? Dan zijn dit de concrete stappen die je kunt zetten.
Leg alles direct vast. Maak foto’s van de schade, noteer getuigen en bewaar alle communicatie met het verhuurbedrijf. Hoe eerder je bewijs vastlegt, hoe sterker je positie in een mogelijke procedure.
Beoordeel de contractuele afspraken. Kijk wat er in de verhuurovereenkomst staat over aansprakelijkheid, eigen risico en roekeloosheid. Verhuurders hanteren vaak ruime omschrijvingen, maar die zijn niet altijd juridisch afdwingbaar zoals ze op papier staan.
Wees volledig en eerlijk in een juridische procedure. De schending van artikel 21 Rv in deze zaak kostte de betrokken partij haar geloofwaardigheid. Wie informatie achterhoudt of verdraait, riskeert dat de rechter zijn hele betoog terzijde schuift.
Schakel tijdig juridisch advies in. De grens tussen onvoorzichtig en roekeloos rijgedrag is juridisch genuanceerd en sterk afhankelijk van de specifieke feiten. Wacht niet totdat je al een dagvaarding hebt ontvangen. Meer over je rechten en mogelijkheden bij voertuiggeschillen vind je op recht-zeker.nl/automotive-recht/.
Veelgestelde vragen
Ben ik aansprakelijk voor schade aan een huurauto als ik onvoorzichtig heb gereden?
Onvoorzichtig rijgedrag maakt je niet automatisch aansprakelijk voor schade buiten de gebruikelijke verzekeringsregels. Aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad vereist dat je roekeloos hebt gehandeld: je moet bewust een onaanvaardbaar risico hebben genomen. De rechtbank Limburg bevestigde in juli 2026 dat hoogst onvoorzichtig rijden die drempel niet automatisch haalt.
Wat is het verschil tussen onvoorzichtig en roekeloos rijden bij een huurauto?
Onvoorzichtig rijden betekent dat je fouten maakt of gevaarlijk rijdt, zonder dat je je volledig bewust bent van het risico dat je neemt. Roekeloos rijden gaat verder: je weet dat je een ernstig gevaar veroorzaakt en je aanvaardt dat bewust. Alleen bij roekeloosheid kan een verhuurder de huurder buitencontractueel aansprakelijk stellen voor de volledige schade.
Wat is artikel 21 Rv en wat zijn de gevolgen als je dit schendt?
Artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verplicht partijen in een civiele procedure om de rechter volledig en naar waarheid te informeren. Wie relevante feiten achterhoudt of verdraait, riskeert dat de rechter daaraan de gevolgen verbindt die hij geraden acht. In de praktijk betekent dit dat je geloofwaardigheid ernstig in het geding komt en je vordering of verweer kan worden afgewezen.
Heb je vragen over aansprakelijkheid bij een ongeluk met een huurauto? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.
Robin Lammers
· Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
· 2026-07-30
Je koopt een Maserati Grecale, maar het voertuig voldoet niet aan wat je mocht verwachten. Wat kun je dan doen? Rechtbank Midden-Nederland deed op 15 juli 2026 uitspraak in een zaak waarbij de koper precies in die situatie zat en ontbinding van de koopovereenkomst eiste. De uitspraak geeft een heldere les over non-conformiteit bij de aankoop van een auto — ook voor jou als consument of dealer.
Wat houdt dit in?
Non-conformiteit houdt in dat een gekocht product niet de eigenschappen bezit die de koper op basis van de overeenkomst mocht verwachten. In deze zaak had de koper een Maserati Grecale aangeschaft bij een dealer. Hij stelde dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordde en vorderde primair ontbinding van de koop, terugbetaling van de koopprijs en teruggave van zijn ingeruilde auto.
Subsidiair vroeg de eiser om vernietiging van de overeenkomst wegens dwaling. Hij stelde dat hij bij een juiste voorstelling van zaken de auto nooit had gekocht, althans niet onder dezelfde voorwaarden. De rechter had dus meerdere grondslagen te beoordelen.
Dit soort zaken — waarbij een consument een (luxe) auto koopt en achteraf gebreken of teleurstellingen constateert — komt steeds vaker voor. De uitspraak van Rechtbank Midden-Nederland laat zien hoe rechters hiermee omgaan en welke drempels je als koper moet overwinnen.
Voor ontbinding op grond van non-conformiteit moet de tekortkoming in principe ernstig genoeg zijn om ontbinding te rechtvaardigen. Kleine gebreken die eenvoudig te herstellen zijn, geven doorgaans geen recht op volledige ontbinding van de koopovereenkomst. De rechter weegt dat telkens af.
Wat betekent dit voor jou?
Als consument die een auto heeft gekocht en vermoedt dat die niet klopt met wat er is beloofd, is dit vonnis relevant. Het bevestigt dat je juridisch meerdere wegen hebt: non-conformiteit, dwaling of andere grondslagen. Maar het laat ook zien dat je die grondslagen goed moet onderbouwen.
Non-conformiteit aantonen vraagt meer dan zeggen dat je de auto tegenvalt. Je moet kunnen aantonen dat het voertuig niet voldoet aan wat redelijkerwijs mocht worden verwacht op het moment van de koop, óf dat er concrete toezeggingen zijn gedaan die de auto niet waarmaakt. Documentatie is daarbij cruciaal: denk aan advertenties, e-mails, schriftelijke specificaties en facturen.
Heb je bij aankoop een auto ingeruild? Dan is de inzet bij een ontbindingsprocedure groter dan bij een gewone geldterugvordering. Je wil immers ook je ingeruilde voertuig terug. Dat maakt de procedure complexer, zeker als de dealer die auto al heeft doorverkocht.
Als dealer of importeur is dit vonnis een reminder dat de communicatie richting klanten over voertuigeigenschappen nauwkeurig moet zijn. Vage beloften of onvolledige informatie over een model kunnen later leiden tot een beroep op dwaling of non-conformiteit bij de rechter.
Wat kun je doen?
Vermoed je dat jouw aangekochte auto niet voldoet aan de overeenkomst? Zet dan eerst je klacht schriftelijk bij de dealer neer en geef hem een redelijke termijn om dit te herstellen of op te lossen. Die stap is juridisch noodzakelijk voordat je verdere stappen kunt zetten — zonder ingebrekestelling kom je in de meeste gevallen niet ver bij de rechter.
Leg alles vast. Bewaar je aankoopcontract, de advertentieteksten, alle correspondentie met de dealer en eventuele keuringsrapporten of expertises. Dit zijn je bewijsmiddelen als het op een procedure aankomt. Laat ook een onafhankelijke technische expertise uitvoeren als de klacht over de staat of werking van het voertuig gaat.
Overweeg je ontbinding van de koopovereenkomst, vernietiging wegens dwaling of schadevergoeding? Dan is juridisch advies op maat geen luxe maar noodzaak. De grondslagen zijn technisch en de kans van slagen hangt sterk af van hoe je zaak is opgebouwd.
Meer weten over je rechten bij een autogeschil? Bekijk het overzicht op recht-zeker.nl/automotive-recht/ voor meer informatie over wat Recht Zeker Advies voor jou kan doen.
Veelgestelde vragen
Wanneer is een auto non-conform bij aankoop?
Een auto is non-conform als die niet de eigenschappen bezit die je op basis van de koopovereenkomst mocht verwachten. Dat kan gaan om technische gebreken, maar ook om afwijkingen van wat er mondeling of schriftelijk is beloofd, zoals bepaalde opties, kilometerstand of de staat van het voertuig. Bij een consumentenkoop geldt een wettelijk vermoeden dat een gebrek dat zich binnen één jaar na levering openbaart, al aanwezig was op het moment van levering.
Kan ik een koopovereenkomst voor een auto vernietigen wegens dwaling?
Ja, dat is mogelijk als je aantoont dat je bij een juiste voorstelling van zaken de overeenkomst niet of niet onder dezelfde voorwaarden had gesloten, én dat de verkoper jou onjuist heeft geïnformeerd of informatie heeft verzwegen die hij had moeten geven. Dwaling is een zelfstandige grondslag naast non-conformiteit, maar de bewijslast ligt bij jou als koper. Rechters toetsen dit kritisch.
Krijg ik mijn ingeruilde auto terug bij ontbinding van de koopovereenkomst?
Bij succesvolle ontbinding van een koopovereenkomst moet in principe alles worden teruggedraaid: de koper geeft de gekochte auto terug en de dealer geeft de koopprijs terug, inclusief de ingeruilde auto of de waarde ervan. Als de ingeruilde auto al is doorverkocht, heeft de rechter de mogelijkheid een geldelijke vergoeding toe te wijzen ter hoogte van de waarde van het ingeruilde voertuig. Dit maakt de inzet van zulke procedures groter en complexer.
Heb je vragen over non-conformiteit of een autogeschil? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.
Robin Lammers
· Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
· 2026-07-28
Exporteer je auto’s naar landen buiten de EU of EER, dan kun je geen BPM-teruggaaf claimen via een Duits kenteken. Dat heeft het Gerechtshof Den Haag op 24 juni 2026 bevestigd in een zaak over artikel 14a Wet BPM. De naheffing die de Belastingdienst had opgelegd, bleef volledig in stand.
Bron: Rechtspraak
Wat houdt dit in?
BPM-teruggaaf bij export houdt in dat je de betaalde belasting van personenauto’s en motorrijwielen terugkrijgt wanneer je een voertuig permanent uit Nederland naar het buitenland uitvoert. Dat recht op teruggaaf bestaat op grond van artikel 14a van de Wet BPM, maar er zitten strikte voorwaarden aan verbonden.
In deze zaak had de belastingplichtige auto’s eerst geëxporteerd naar landen buiten de EU en EER, en pas daarna ingeschreven op een Duits kenteken. De constructie leek bedoeld om via die Duitse inschrijving alsnog aanspraak te maken op BPM-teruggaaf, alsof de auto’s naar een EU-land waren gegaan.
Het hof trapte daar niet in. Op het moment van de daadwerkelijke uitvoer waren de auto’s al buiten het EU/EER-grondgebied. De latere inschrijving in Duitsland verandert dat feitelijk gegeven niet. De BPM-naheffing was daarmee terecht opgelegd.
Daarnaast wees de belastingplichtige op het discriminatieverbod: zou het onderscheid tussen export naar EU/EER-landen en export naar derde landen niet in strijd zijn met het gelijkheidsbeginsel? Het hof verwierp dit argument. Uitvoer naar een EU/EER-land en uitvoer naar een land daarbuiten zijn juridisch geen vergelijkbare situaties. Er is dus geen sprake van discriminatie.
Wat betekent dit voor jou?
Ben je autodealers of importeur en verhandel je voertuigen richting markten buiten de EU of EER? Dan is deze uitspraak een duidelijk signaal. De route via een buitenlands EU-kenteken om BPM terug te halen werkt niet als de auto feitelijk al buiten de EU is op het moment van die inschrijving.
De Belastingdienst kijkt bij BPM teruggaaf export naar de daadwerkelijke situatie: waar was het voertuig op het moment van uitvoer? Een administratieve handeling achteraf, zoals een kentekening in Duitsland, verandert die materiële werkelijkheid niet. Constructies waarbij je probeert dit tijdstip te beïnvloeden, lopen een groot risico op naheffing én eventuele vergrijpboetes.
Ben je consument en exporteer je een eigen voertuig naar bijvoorbeeld een land in het Midden-Oosten of Noord-Afrika? Ook dan geldt: zorg dat je de volgorde goed hebt. Exporteer je eerst, schrijf dan uit in Nederland en dien daarna pas de teruggaafverzoek in. Probeer de teruggaaf niet te verhogen via een tussenstap in een EU-land terwijl het voertuig er feitelijk nooit is geweest.
Voor partijen die structureel voertuigen exporteren naar niet-EU-landen is het slim om de administratieve processen nu kritisch tegen het licht te houden. Kloppen de tijdlijnen? Zijn de exportdocumenten waterdicht? Dit soort controles voorkomt kostbare discussies met de Belastingdienst achteraf.
Wat kun je doen?
Krijg je te maken met een BPM-naheffing of twijfel je over de juistheid van een eerder ingediend teruggaafverzoek? Doe dan niet zomaar afstand van je rechten, maar laat de zaak eerst inhoudelijk beoordelen. Niet elke naheffing is terecht, en de feiten en tijdlijnen zijn in dit soort zaken doorslaggevend.
Stel je voertuigenhandel of exportactiviteiten op scherp door de volgende stappen te zetten. Controleer of de volgorde van uitvoer, uitschrijving en teruggaafverzoek klopt met de wettelijke vereisten. Leg exportdocumenten, vrachtbrieven en tijdregistraties zorgvuldig vast. En laat complexe constructies toetsen voordat je ze uitvoert, niet achteraf.
Bij vragen over BPM-teruggaaf bij export, naheffingen of de juridische houdbaarheid van jouw werkwijze kun je terecht bij Recht Zeker Advies. We kennen de regelgeving en de rechtspraak op dit gebied door en door. Bekijk ons aanbod op het gebied van automotive recht.
Veelgestelde vragen
Heb ik recht op BPM teruggaaf als ik een auto exporteer naar een land buiten de EU?
Je kunt BPM teruggaaf aanvragen bij export naar landen buiten de EU of EER, maar dan moet de auto op het moment van daadwerkelijke uitvoer ook feitelijk naar dat land zijn vertrokken. Een tussenstap via een EU-kenteken achteraf geeft geen recht op teruggaaf als het voertuig al buiten de EU was. De Belastingdienst kijkt naar de materiële situatie, niet naar administratieve handelingen die later plaatsvinden.
Wat is het verschil tussen BPM teruggaaf bij export naar EU-landen en export buiten de EU?
Bij export naar een EU- of EER-land geldt een andere juridische situatie dan bij export naar een derde land zoals een land buiten Europa. Gerechtshof Den Haag bevestigde in juni 2026 dat deze twee situaties rechtens niet vergelijkbaar zijn, waardoor een beroep op het gelijkheids- of discriminatieverbod geen doel treft. De regels voor BPM teruggaaf bij export zijn dus afhankelijk van de bestemming van het voertuig.
Kan de Belastingdienst BPM naheffen als ik een auto eerst op een Duits kenteken heb gezet?
Ja, als de auto al buiten de EU of EER was op het moment van de feitelijke uitvoer, dan maakt een latere inschrijving op een Duits kenteken dat niet anders. De naheffing is in dat geval terecht, zoals het Gerechtshof Den Haag op 24 juni 2026 heeft geoordeeld. De tijdlijn van de daadwerkelijke uitvoer is bepalend, niet het moment van buitenlandse kentekening.
Heb je vragen over BPM teruggaaf bij export of een naheffing die je wilt aanvechten? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.
Robin Lammers
· Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
· 2026-07-24
Je krijgt een naheffingsaanslag parkeerbelasting, je betaalt gewoon en denkt dat het daarmee klaar is — maar dan blijkt de gemeente ook nog eens een verkeerd kostenbedrag te hebben gehanteerd. Precies die situatie speelde bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 13 juli 2026. Het resultaat: de naheffing zelf bleef staan, maar de aanslag werd toch verminderd.
Wat houdt dit in?
Een naheffingsaanslag parkeerbelasting houdt in dat de gemeente achteraf parkeergeld int wanneer je niet of niet correct hebt betaald op het moment van parkeren. In deze zaak — met zaaknummers BRE 23/10907 en 23/10908 — ging de belastingplichtige in beroep tegen twee naheffingsaanslagen parkeerbelasting.
Het beroep tegen de naheffingen zelf was ongegrond. De belastingplichtige had een betaalbewijs overlegd, maar dat maakte het oordeel niet anders. Het betaalbewijs wees niet eenduidig genoeg op de betreffende parkeerhandeling, waardoor de rechtbank de naheffing als terecht beschouwde.
Toch eindigde de zaak niet volledig in het nadeel van de belastingplichtige. De gemeente had bij de naheffingsaanslagen een onjuist kostenbedrag opgenomen. Dat is een fout in de aanslag zelf, los van de vraag of er wel of niet correct was betaald. De rechtbank verklaarde het beroep op dat punt gegrond en verlaagde de aanslag dienovereenkomstig.
Omdat de twee zaken inhoudelijk samenhingen, oordeelde de rechtbank dat de belastingplichtige ook recht had op een proceskostenvergoeding. De zaak was dus in eerste instantie verliezend, maar door een formele fout van de gemeente alsnog gedeeltelijk gewonnen.
Wat betekent dit voor jou?
Als automobilist die een naheffingsaanslag ontvangt, is het verleidelijk om alleen te kijken of je terecht bekeurd bent. Maar deze uitspraak laat zien dat je ook de opbouw van de aanslag zelf moet controleren. Klopt het kostenbedrag? Zijn de onderdelen correct gespecificeerd? Een fout in de kosten is een zelfstandige grond voor vermindering.
Een betaalbewijs is niet automatisch voldoende bewijs dat je correct hebt betaald. De rechtbank kijkt of het bewijs voldoende verband houdt met de specifieke parkeerhandeling waar de naheffing op ziet. Datum, tijdstip, locatie en kenteken moeten kloppen. Een kassabon of parkeerticket dat één van die elementen mist, is juridisch kwetsbaar.
Voor autodealers en importeurs die voertuigen stallen op externe locaties — of klanten adviseren over parkeergeschillen — geldt dezelfde les. Zorg dat je administratie rondom parkeerbetalingen sluitend is. Een incomplete bewijsketen kost je de zaak, ook als je in werkelijkheid gewoon hebt betaald.
Als je twee samenhangende zaken hebt lopen bij de belastingrechter, loont het om die gezamenlijk te behandelen. Dat vergroot niet alleen de overzichtelijkheid, maar kan ook invloed hebben op de proceskostenvergoeding die je ontvangt als je (gedeeltelijk) gelijk krijgt.
Wat kun je doen?
Heb je een naheffingsaanslag parkeerbelasting ontvangen, doe dan het volgende. Controleer eerst de aanslag zelf op het kostenbedrag. Gemeenten mogen bepaalde kosten in rekening brengen bij een naheffing, maar die moeten juist zijn vastgesteld. Een te hoog kostenbedrag is een zelfstandige grond om de aanslag aangevochten te krijgen.
Verzamel je bewijsmateriaal zorgvuldig. Een parkeerticket, screenshot van een betaal-app of bankafschrift helpt alleen als eruit blijkt dat de betaling betrekking heeft op de juiste locatie, het juiste tijdstip en het juiste kenteken. Ontbreekt één van die elementen, dan is de kans groot dat de rechter het bewijsmateriaal onvoldoende vindt.
Dien je bezwaar op tijd in. De bezwaartermijn bij naheffingsaanslagen parkeerbelasting is zes weken na dagtekening van de aanslag. Mis je die termijn, dan staat de aanslag onherroepelijk vast — ook als er een fout in zit.
Heb je meerdere samenhangende bezwaren of beroepen lopen, overweeg dan om die samen te behandelen. Dat kan invloed hebben op de proceskostenvergoeding bij een gegrond beroep. Meer informatie over juridische hulp bij parkeergeschillen en automotive-gerelateerde belastingkwesties vind je op recht-zeker.nl/automotive-recht/.
Veelgestelde vragen
Mijn betaalbewijs is afgewezen bij een naheffing parkeerbelasting — wat nu?
Een betaalbewijs wordt alleen geaccepteerd als het aantoonbaar betrekking heeft op de betreffende parkeerhandeling: de juiste locatie, datum, tijdstip en bij voorkeur het kenteken. Ontbreekt die koppeling, dan heeft de gemeente alsnog recht op de naheffing. Controleer ook of de kosten in de aanslag correct zijn berekend, want een fout daarin is een aparte grond voor vermindering.
Kan ik een naheffingsaanslag parkeerbelasting aanvechten als het kostenbedrag niet klopt?
Ja. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde op 13 juli 2026 dat een onjuist kostenbedrag in de naheffingsaanslag een zelfstandige grond is voor vermindering, ook als de naheffing zelf terecht was opgelegd. Je kunt daartegen bezwaar maken en eventueel in beroep gaan bij de belastingrechter.
Heb ik recht op een proceskostenvergoeding als ik mijn naheffing parkeerbelasting aanvecht?
Alleen als je beroep (gedeeltelijk) gegrond wordt verklaard. Bij samenhangende zaken kan de rechter die als één geheel behandelen voor de proceskostenvergoeding. Als de aanslag wordt verminderd — ook alleen vanwege een fout in de kosten — is er in beginsel recht op vergoeding van de proceskosten.
Heb je vragen over een naheffingsaanslag parkeerbelasting of een ander automotive-gerelateerd geschil? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.
Robin Lammers
· Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
· 2026-07-24
Je krijgt een naheffingsaanslag parkeerbelasting, je betaalt gewoon en denkt dat het daarmee klaar is — maar dan blijkt de gemeente ook nog eens een verkeerd kostenbedrag te hebben gehanteerd. Precies die situatie speelde bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 13 juli 2026. Het resultaat: de naheffing zelf bleef staan, maar de aanslag werd toch verminderd.
Wat houdt dit in?
Een naheffingsaanslag parkeerbelasting houdt in dat de gemeente achteraf parkeergeld int wanneer je niet of niet correct hebt betaald op het moment van parkeren. In deze zaak — met zaaknummers BRE 23/10907 en 23/10908 — ging de belastingplichtige in beroep tegen twee naheffingsaanslagen parkeerbelasting.
Het beroep tegen de naheffingen zelf was ongegrond. De belastingplichtige had een betaalbewijs overlegd, maar dat maakte het oordeel niet anders. Het betaalbewijs wees niet eenduidig genoeg op de betreffende parkeerhandeling, waardoor de rechtbank de naheffing als terecht beschouwde.
Toch eindigde de zaak niet volledig in het nadeel van de belastingplichtige. De gemeente had bij de naheffingsaanslagen een onjuist kostenbedrag opgenomen. Dat is een fout in de aanslag zelf, los van de vraag of er wel of niet correct was betaald. De rechtbank verklaarde het beroep op dat punt gegrond en verlaagde de aanslag dienovereenkomstig.
Omdat de twee zaken inhoudelijk samenhingen, oordeelde de rechtbank dat de belastingplichtige ook recht had op een proceskostenvergoeding. De zaak was dus in eerste instantie verliezend, maar door een formele fout van de gemeente alsnog gedeeltelijk gewonnen.
Wat betekent dit voor jou?
Als automobilist die een naheffingsaanslag ontvangt, is het verleidelijk om alleen te kijken of je terecht bekeurd bent. Maar deze uitspraak laat zien dat je ook de opbouw van de aanslag zelf moet controleren. Klopt het kostenbedrag? Zijn de onderdelen correct gespecificeerd? Een fout in de kosten is een zelfstandige grond voor vermindering.
Een betaalbewijs is niet automatisch voldoende bewijs dat je correct hebt betaald. De rechtbank kijkt of het bewijs voldoende verband houdt met de specifieke parkeerhandeling waar de naheffing op ziet. Datum, tijdstip, locatie en kenteken moeten kloppen. Een kassabon of parkeerticket dat één van die elementen mist, is juridisch kwetsbaar.
Voor autodealers en importeurs die voertuigen stallen op externe locaties — of klanten adviseren over parkeergeschillen — geldt dezelfde les. Zorg dat je administratie rondom parkeerbetalingen sluitend is. Een incomplete bewijsketen kost je de zaak, ook als je in werkelijkheid gewoon hebt betaald.
Als je twee samenhangende zaken hebt lopen bij de belastingrechter, loont het om die gezamenlijk te behandelen. Dat vergroot niet alleen de overzichtelijkheid, maar kan ook invloed hebben op de proceskostenvergoeding die je ontvangt als je (gedeeltelijk) gelijk krijgt.
Wat kun je doen?
Heb je een naheffingsaanslag parkeerbelasting ontvangen, doe dan het volgende. Controleer eerst de aanslag zelf op het kostenbedrag. Gemeenten mogen bepaalde kosten in rekening brengen bij een naheffing, maar die moeten juist zijn vastgesteld. Een te hoog kostenbedrag is een zelfstandige grond om de aanslag aangevochten te krijgen.
Verzamel je bewijsmateriaal zorgvuldig. Een parkeerticket, screenshot van een betaal-app of bankafschrift helpt alleen als eruit blijkt dat de betaling betrekking heeft op de juiste locatie, het juiste tijdstip en het juiste kenteken. Ontbreekt één van die elementen, dan is de kans groot dat de rechter het bewijsmateriaal onvoldoende vindt.
Dien je bezwaar op tijd in. De bezwaartermijn bij naheffingsaanslagen parkeerbelasting is zes weken na dagtekening van de aanslag. Mis je die termijn, dan staat de aanslag onherroepelijk vast — ook als er een fout in zit.
Heb je meerdere samenhangende bezwaren of beroepen lopen, overweeg dan om die samen te behandelen. Dat kan invloed hebben op de proceskostenvergoeding bij een gegrond beroep. Meer informatie over juridische hulp bij parkeergeschillen en automotive-gerelateerde belastingkwesties vind je op recht-zeker.nl/automotive-recht/.
Veelgestelde vragen
Mijn betaalbewijs is afgewezen bij een naheffing parkeerbelasting — wat nu?
Een betaalbewijs wordt alleen geaccepteerd als het aantoonbaar betrekking heeft op de betreffende parkeerhandeling: de juiste locatie, datum, tijdstip en bij voorkeur het kenteken. Ontbreekt die koppeling, dan heeft de gemeente alsnog recht op de naheffing. Controleer ook of de kosten in de aanslag correct zijn berekend, want een fout daarin is een aparte grond voor vermindering.
Kan ik een naheffingsaanslag parkeerbelasting aanvechten als het kostenbedrag niet klopt?
Ja. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde op 13 juli 2026 dat een onjuist kostenbedrag in de naheffingsaanslag een zelfstandige grond is voor vermindering, ook als de naheffing zelf terecht was opgelegd. Je kunt daartegen bezwaar maken en eventueel in beroep gaan bij de belastingrechter.
Heb ik recht op een proceskostenvergoeding als ik mijn naheffing parkeerbelasting aanvecht?
Alleen als je beroep (gedeeltelijk) gegrond wordt verklaard. Bij samenhangende zaken kan de rechter die als één geheel behandelen voor de proceskostenvergoeding. Als de aanslag wordt verminderd — ook alleen vanwege een fout in de kosten — is er in beginsel recht op vergoeding van de proceskosten.
Heb je vragen over een naheffingsaanslag parkeerbelasting of een ander automotive-gerelateerd geschil? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.
Robin Lammers
· Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
· 2026-07-22
Koop je een auto en blijkt die overmatig olie te verbruiken? Dan heb je mogelijk recht op ontbinding van de koopovereenkomst. De Rechtbank Overijssel wees op 31 maart 2026 een vordering tot ontbinding toe omdat de verkochte auto door overmatig olieverbruik niet geschikt was voor normaal gebruik — en de verkoper daar onjuiste mededelingen over had gedaan. De uitspraak is te vinden op Rechtspraak.
Wat houdt dit in?
Non-conformiteit bij een auto houdt in dat het voertuig niet voldoet aan de eigenschappen die de koper op basis van de koopovereenkomst mocht verwachten, waaronder geschiktheid voor normaal dagelijks gebruik.
In deze zaak kocht een consument een auto die achteraf overmatig olie bleek te verbruiken. De verkoper had hierover onjuiste mededelingen gedaan: de auto werd gepresenteerd als een deugdelijk voertuig, terwijl het olieverbruik in werkelijkheid ver buiten de normen viel. Dat is een klassiek voorbeeld van non-conformiteit op grond van artikel 7:17 BW.
De rechter oordeelde dat een auto met dit olieverbruik niet geschikt is voor normaal gebruik. De koper had simpelweg niet gekregen waarvoor hij betaalde. Dat de verkoper bewust onjuiste informatie verstrekte, maakte de positie van de koper nog sterker.
Het gevolg: ontbinding van de koopovereenkomst. De koper hoeft de auto niet te houden en krijgt zijn geld terug. Dit is een duidelijk signaal dat verkopers niet weg kunnen komen met het verzwijgen of bagatelliseren van bekende gebreken.
Wat betekent dit voor jou?
Ben je een consument die een auto heeft gekocht met een motorprobleem of overmatig olieverbruik? Dan laat deze uitspraak zien dat je sterker staat dan je misschien denkt. Zeker als de verkoper jou onjuist heeft geïnformeerd over de staat van het voertuig, kun je aanspraak maken op ontbinding of herstel.
Voor autodealers en importeurs is dit een herinnering dat mededelingen over de staat van een voertuig juridisch bindend zijn. Weet je als verkoper dat een auto een bekend technisch probleem heeft, dan ben je verplicht dat te melden. Doe je dat niet, riskeer je dat de koop volledig wordt teruggedraaid.
Koop je als ondernemer of leasebedrijf voertuigen in voor je wagenpark? Ook dan geldt het non-conformiteitsrecht, zij het dat de regels voor zakelijke kopers soms iets anders liggen dan voor consumenten. De kern blijft: een auto moet doen wat redelijkerwijs verwacht mag worden.
Wat kun je doen?
Heb je een auto gekocht die overmatig olie verbruikt of waarbij de verkoper je onjuist heeft geïnformeerd? Dit zijn de concrete stappen die je kunt zetten.
Stel de verkoper allereerst schriftelijk in gebreke. Beschrijf het gebrek zo concreet mogelijk, voeg eventueel een onafhankelijk technisch rapport toe en geef de verkoper een redelijke termijn om het probleem op te lossen. Dat kan via herstel of vervanging.
Loopt dat op niets uit, of is het gebrek zo ernstig dat herstel niet redelijk is? Dan kun je de koopovereenkomst ontbinden en je betaalde koopprijs terugvorderen. Zorg dat je alle communicatie en bewijsstukken goed bewaart: aankoopcontract, de uitlatingen van de verkoper, keuringsrapporten en reparatiegeschiedenis.
Houd ook rekening met de klachtplicht: je moet tijdig klagen zodra je het gebrek ontdekt of had kunnen ontdekken. Wacht je te lang, dan kun je je rechten verspelen. Wat “tijdig” is hangt af van de omstandigheden, maar handel bij twijfel altijd snel.
Wil je weten hoe sterk jouw zaak staat? Lees meer over non-conformiteit en autorecht op onze pagina over automotive recht of neem direct contact met ons op.
Veelgestelde vragen
Kan ik een auto terugsturen wegens overmatig olieverbruik?
Ja, overmatig olieverbruik kan non-conformiteit opleveren als de auto daardoor niet geschikt is voor normaal gebruik. Je moet de verkoper eerst in gebreke stellen en een kans bieden het probleem te herstellen. Reageert de verkoper niet of schiet herstel tekort, dan kun je de koopovereenkomst ontbinden en de koopprijs terugvorderen.
Wat is non-conformiteit bij de aankoop van een auto?
Non-conformiteit bij een auto betekent dat het voertuig niet de eigenschappen heeft die je als koper mocht verwachten op grond van de koopovereenkomst, zoals geschiktheid voor normaal gebruik en de afwezigheid van verborgen gebreken. De basis hiervoor staat in artikel 7:17 BW. Als de auto non-conform is, heb je recht op herstel, vervanging of ontbinding van de koop.
Maakt het uit dat de verkoper mij verkeerd heeft geïnformeerd over het gebrek?
Ja, dat maakt een groot verschil. Als een verkoper onjuiste mededelingen doet over de staat van de auto, versterkt dat jouw juridische positie aanzienlijk. De koper mag afgaan op wat de verkoper zegt, en een onjuiste mededeling kan zowel non-conformiteit als bedrog of dwaling opleveren. In het ergste geval voor de verkoper kan dit leiden tot volledige terugbetaling van de koopprijs.
Heb je vragen over non-conformiteit of een conflict over de aankoop van een auto? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.
Robin Lammers
· Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
· 2026-07-21
Rechtbank Gelderland heeft op 17 juli 2026 een belangrijke uitspraak gedaan over de BPM-berekening bij geïmporteerde voertuigen. In deze zaak (Rechtspraak, ECLI:NL:RBGEL:2026:5810) draaide alles om de toepassing van de koerslijstmethode op basis van artikel 10 Wet BPM. Het beroep werd gegrond verklaard — wat betekent dat de belastingdienst de BPM-aanslag niet correct had vastgesteld.
Wat houdt dit in?
De koerslijstmethode BPM houdt in dat de waardevermindering van een gebruikte auto wordt bepaald aan de hand van een erkende koerslijst, zoals die van Eurotax of XRAY, om zo de verschuldigde BPM te berekenen bij registratie in Nederland.
Bij de import van een gebruikte auto moet je BPM betalen. Hoeveel dat is, hangt af van de restwaarde van het voertuig op het moment van registratie. De wet biedt daarvoor twee hoofdmethoden: de koerslijstmethode en de individuele waardebepaling via een taxatierapport.
In deze zaak gebruikte de belastingplichtige de koerslijstmethode op grond van artikel 10 Wet BPM. De Belastingdienst was het niet eens met de uitkomst en corrigeerde de aanslag. Maar de rechtbank stelde de belastingplichtige in het gelijk: het beroep is gegrond, de aanslag moet worden herzien.
Dit soort uitspraken laat zien dat de Belastingdienst niet altijd correct omgaat met de koerslijstmethode. De rechter toetst dan of de wettelijke kaders voor de BPM-berekening correct zijn toegepast, en dat is hier dus niet het geval gebleken.
Wat betekent dit voor jou?
Voor autodealers en importeurs is dit relevante jurisprudentie. Als jij regelmatig voertuigen importeert en BPM op aangifte voldoet via de koerslijstmethode, weet je dat de Belastingdienst die aangiften kritisch bekijkt. Deze uitspraak bevestigt dat de koerslijstmethode een wettelijk erkend en verdedigbaar instrument is, mits je het correct toepast.
Voor particulieren die een auto uit het buitenland hebben geïmporteerd en BPM hebben betaald, kan dit ook relevant zijn. Als jij destijds een aanslag hebt ontvangen die hoger uitviel dan de koerslijst zou rechtvaardigen, is het de moeite waard om dat te laten beoordelen. Bezwaar en beroep zijn in dat geval de geijkte weg.
Voor iedereen die dit jaar een auto importeert geldt: de keuze voor de juiste berekeningswijze is bepalend voor hoeveel BPM je betaalt. Een fout in de methodekeuze of de toepassing ervan kan je duur komen te staan. Maar zoals deze uitspraak aantoont: als de Belastingdienst zelf de fout maakt, kun je daartegen succesvol opkomen.
Wat kun je doen?
Heb je recent BPM betaald bij de import van een voertuig en twijfel je of het juiste bedrag is berekend? Laat de aanslag controleren. Kijk daarbij specifiek of de methode die is gehanteerd aansluit op wat de wet toestaat en wat voor jouw voertuig het meest voordelig uitpakt.
Heb je al een aanslag ontvangen die naar jouw mening te hoog is? Dan heb je zes weken de tijd om bezwaar te maken. Die termijn is hard — te laat is te laat. Zorg dat je op tijd actie onderneemt.
Ben je importeur of dealer en wil je je BPM-aangifteproces laten doorlichten? Dan is het verstandig om te laten beoordelen of de koerslijstmethode correct wordt toegepast en of er geen ruimte zit voor een lagere aanslag via een taxatierapport.
Meer weten over wat wij doen op het gebied van BPM en automotive recht? Bekijk onze automotive rechtpagina voor een compleet overzicht van onze dienstverlening.
Veelgestelde vragen
Wat is de koerslijstmethode bij BPM-berekening?
De koerslijstmethode is een wettelijk erkende manier om de BPM te berekenen bij de import van een gebruikte auto in Nederland. De afschrijving van het voertuig wordt bepaald aan de hand van een erkende handelskoerslijst, zoals Eurotax of XRAY. Het percentage waardevermindering dat daaruit volgt, wordt toegepast op de nieuwprijs-BPM om zo de verschuldigde BPM te berekenen.
Kan ik bezwaar maken als de Belastingdienst mijn BPM-aanslag te hoog vaststelt?
Ja, je kunt bezwaar maken tegen een BPM-aanslag die naar jouw mening onjuist is berekend. Je hebt daarvoor zes weken de tijd vanaf de dagtekening van de aanslag. Als het bezwaar niet slaagt, kun je vervolgens in beroep bij de rechtbank, zoals ook in deze Gelderse zaak is gebeurd.
Wanneer is een taxatierapport beter dan de koerslijstmethode voor BPM?
Een taxatierapport kan voordeliger zijn als het voertuig een lagere marktwaarde heeft dan de koerslijst aangeeft, bijvoorbeeld bij schade, hoge kilometragestand of bijzondere uitvoering. Bij de koerslijstmethode ga je uit van een standaard afschrijvingspercentage, terwijl een erkend taxateur de werkelijke waarde van het specifieke voertuig vaststelt. Welke methode het laagste BPM-bedrag oplevert, verschilt per situatie.
Heb je vragen over BPM-berekening of een geschil met de Belastingdienst over een BPM-aanslag? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.
Robin Lammers
· Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
· 2026-07-20
Een autoverzekeraar betaalt te veel premie terug, de klant storneert een deel van de betalingen, en uiteindelijk staat er €122,87 onterecht op de rekening van de verzekeringnemer. De Rechtbank Rotterdam oordeelde op 12 juni 2026 dat dit bedrag terugbetaald moet worden. Een ogenschijnlijk kleine zaak, maar met een duidelijke boodschap over onverschuldigde betalingen bij beëindigde autoverzekeringen.
De uitspraak is te vinden via Rechtspraak.
Wat houdt dit in?
Een onverschuldigde betaling bij een autoverzekering houdt in dat een bedrag zonder rechtsgrond op iemands rekening terechtkomt, waardoor de ontvanger verplicht is dit terug te betalen.
In deze zaak had een autoverzekeraar premie terugbetaald aan een klant omdat de verzekering was geëindigd. Dat is op zichzelf heel normaal: als de verzekering eerder stopt dan de betaalde premieperiode, krijg je het teveel betaalde terug.
Maar hier ging het mis via een omweg. De klant storneert bepaalde bedragen nadat de verzekeraar al had terugbetaald. Door die stornering ontving hij per saldo €122,87 meer dan waar hij recht op had. De verzekeraar diende vervolgens een betalingsoverzicht in bij repliek, waaruit dit klip en klaar bleek. De rechtbank stelde de verzekeraar in het gelijk.
De sleutel in deze zaak is dat de gedaagde de stellingen van de verzekeraar niet heeft weersproken. Wie niets inbrengt tegen onderbouwde cijfers, verliest. Dat is een basisregel in civiele procedures die hier volledig van toepassing was.
Wat betekent dit voor jou?
Voor consumenten met een (voormalige) autoverzekering is dit een nuttige herinnering: controleer altijd je bankafschriften na het beëindigen van een verzekering. Storneer je een betaling van je verzekeraar, dan moet je zeker weten dat je die terugboeking ook mag houden. Als dat niet het geval is, kan de verzekeraar dat bedrag later terugvorderen, inclusief wettelijke rente en kosten.
Voor verzekeraars en autogerelateerde bedrijven laat deze uitspraak zien dat een goed onderbouwd betalingsoverzicht het verschil maakt. De verzekeraar won deze zaak mede omdat ze bij repliek volledige overzichten indienden. Wie zijn vordering goed documenteert, staat sterk.
Voor autodealers en leasebedrijven die zelf premiebetalingen faciliteren of verzekeringen aanbieden aan klanten: zorg dat je administratie op orde is. Als er discussie ontstaat over terugbetalingen of stornering van premies, telt elke transactie. Onduidelijke boekingen geven ruimte voor betwisting.
Gaat het om een geschil met een verzekeraar over terugbetaalde of teruggevorderde premie? Dan is het verstandig om juridisch advies in te winnen voordat je zelf gaat storneren of terugboeken. Wat op het eerste gezicht als een administratieve correctie voelt, kan juridisch een heel andere lading hebben.
Wat kun je doen?
Heb je een autoverzekering opgezegd en twijfel je of de afrekening klopt? Vraag altijd een gespecificeerd betalingsoverzicht op bij je verzekeraar. Vergelijk dat overzicht met je eigen bankafschriften en controleer elke terugboeking.
Ga je een betaling storneren die je van je verzekeraar hebt ontvangen? Doe dat alleen als je zeker weet dat die betaling onterecht was. Storneer je iets dat je rechtmatig hebt ontvangen, dan creëer je een schuld, ook al voelt het niet zo.
Ben je als bedrijf verwikkeld in een dispuut over premie-terugbetalingen of stornering van bedragen bij een beëindigde autoverzekering? Zorg dat je een volledig en chronologisch betalingsoverzicht opstelt. De rechtbank kijkt naar bewijs, en een gat in je administratie is een gat in je zaak.
Wil je weten waar je juridisch staat in een geschil met een verzekeraar of klant over een voertuigverzekering? Bekijk onze diensten op het gebied van automotive recht en neem contact op voor een gerichte beoordeling van jouw situatie.
Veelgestelde vragen
Mag een verzekeraar terugbetaalde premie terugvorderen?
Ja, een verzekeraar mag terugbetaalde premie terugvorderen als blijkt dat er te veel is teruggbetaald. Dit is een onverschuldigde betaling op grond van artikel 6:203 BW, en de ontvanger is verplicht het te veel ontvangen bedrag terug te betalen. De verzekeraar moet wel aantonen welk bedrag onterecht is overgemaakt.
Wat gebeurt er als ik een betaling van mijn verzekeraar storneer?
Als je een betaling van je verzekeraar storneert, boek je dat bedrag terug naar je eigen rekening. Als de verzekeraar die betaling rechtmatig had gedaan, sta je na de stornering alsnog bij hen in het krijt. De stornering zelf is dan de oorzaak van een onverschuldigde betaling, en de verzekeraar kan dat bedrag via de rechter terugvorderen.
Hoe sterk sta je in een rechtszaak over autoverzekering premie terugbetaling?
Je positie in een rechtszaak over autoverzekering premie terugbetaling hangt sterk af van je onderbouwing. Wie beschikt over volledige betalingsoverzichten, rekeningafschriften en correspondentie staat veel sterker. Betwist je een vordering zonder bewijs of inhoudelijk verweer, dan is de kans groot dat de rechter de wederpartij gelijkgeeft.
Nog vragen?
Heb je vragen over een geschil met een autoverzekeraar of een terugvordering van premie? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.
Robin Lammers
· Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
· 2026-07-20
Het Gerechtshof Den Haag heeft op 2 juni 2026 een belangrijke uitspraak gedaan over een naheffingsaanslag BPM waarbij de keuze van referentievoertuigen centraal stond. De uitkomst is goed nieuws voor importeurs en handelaren die BPM afdragen bij de inbreng van gebruikte voertuigen: als referentievoertuigen niet op essentiële onderdelen identiek zijn, mag je een lagere handelsinkoopwaarde aantonen. Lees de volledige uitspraak op Rechtspraak.
Wat houdt dit in?
Soortgelijkheid van referentievoertuigen bij BPM houdt in dat het voertuig dat als vergelijkingspunt wordt gebruikt, op alle essentiële onderdelen identiek moet zijn aan het in te schrijven voertuig.
Bij de BPM-berekening voor gebruikte geïmporteerde voertuigen wordt vaak gewerkt met referentievoertuigen. De Belastingdienst stelt een bepaalde waarde vast aan de hand van koerslijsten, maar als die referentievoertuigen niet werkelijk vergelijkbaar zijn, klopt die waarde niet. Precies dat speelde hier.
Het hof oordeelde dat de door de inspecteur gehanteerde referentievoertuigen niet identiek waren aan het voertuig van de belanghebbende. Een van de doorslaggevende punten was de CO2-uitstoot: die verschilde tussen het ingevoerde voertuig en de gebruikte referentie. Dat is een essentieel onderdeel in de zin van Bijlage II, deel B van Richtlijn 2007/46/EG en artikel 2, lid 2 van het Uitvoeringsbesluit belasting van personenauto’s en motorrijwielen (Bpb).
Omdat de soortgelijkheid ontbrak, mocht de belanghebbende zelf aannemelijk maken wat de werkelijke handelsinkoopwaarde was. Dat lukte: het hof accepteerde de door de importeur aangedragen lagere waarde. De naheffingsaanslag werd verlaagd. Bovendien werd de proceskostenvergoeding gematigd, wat betekent dat de vergoeding voor gemaakte juridische kosten lager uitviel dan gevraagd.
Wat betekent dit voor jou?
Ben je autodealers of importeur die gebruikte voertuigen uit het buitenland inbrengt? Dan raakt deze uitspraak je direct. De BPM-afdracht bij parallelimport of export hangt sterk af van de referentievoertuigen die de Belastingdienst kiest. Als die voertuigen afwijken in CO2-uitstoot, motorinhoud, carrosserie of andere technische kenmerken, heb je een stevige basis om de naheffing aan te vechten.
In de praktijk zien we regelmatig dat koerslijsten worden toegepast op voertuigen die niet echt vergelijkbaar zijn. Denk aan een voertuig met een mild-hybride aandrijflijn dat vergeleken wordt met een volledig conventionele versie, of een variant met andere brandstofsoort. Het hof bevestigt nu uitdrukkelijk dat zo’n aanpak niet door de beugel kan.
Voor consumenten die een auto hebben geïmporteerd en een naheffingsaanslag hebben ontvangen, geldt hetzelfde: als de gehanteerde referentie niet klopt, kun je bezwaar maken en een lagere handelsinkoopwaarde onderbouwen. Dat vraagt wel om een goede technische en fiscale onderbouwing — dit is geen bezwaar dat je even zelf invult.
Heeft de inspecteur in jouw zaak wél soortgelijke referentievoertuigen gebruikt, maar is de waardebepaling alsnog onjuist? Dan is de weg via een eigen taxatierapport of koerslijstonderbouwing de aangewezen route. Deze uitspraak versterkt de positie van de belastingplichtige in zulke procedures.
Wat kun je doen?
Heb je een naheffingsaanslag BPM ontvangen en twijfel je of de Belastingdienst de juiste referentievoertuigen heeft gebruikt? Begin dan met een technische vergelijking: kijk naar de CO2-uitstoot, het brandstoftype, de carrosserie, het motorvermogen en andere kenmerken uit de typegoedkeuring. Sluit die niet aan op jouw voertuig, dan heb je grond voor bezwaar.
Verzamel vervolgens bewijs voor de lagere handelsinkoopwaarde. Dat kan via een erkende taxateur, handelsplatformen of gespecialiseerde koerslijsten. Hoe concreter en beter gedocumenteerd, hoe groter de kans dat het hof of de inspecteur de lagere waarde accepteert.
Let op de bezwaartermijn: je hebt zes weken na dagtekening van de naheffingsaanslag om bezwaar in te dienen. Wacht je langer, dan sta je formeel met lege handen, ook als de aanslag inhoudelijk niet klopt.
Wil je weten of jouw naheffingsaanslag aanvechtbaar is? Bekijk dan ons aanbod op het gebied van automotive recht. We bekijken de technische specificaties, beoordelen de gehanteerde referentie en helpen je bij het opstellen van een kansrijk bezwaarschrift of beroepschrift.
Veelgestelde vragen
Wanneer zijn referentievoertuigen niet soortgelijk voor de BPM?
Referentievoertuigen zijn niet soortgelijk als ze op essentiële technische onderdelen afwijken van het in te schrijven voertuig. Voorbeelden zijn een andere CO2-uitstoot, een ander brandstoftype, afwijkend motorvermogen of een andere carrosserievorm. Het Gerechtshof Den Haag bevestigde op 2 juni 2026 dat zulke afwijkingen betekenen dat de belastingplichtige zelf een lagere handelsinkoopwaarde aannemelijk mag maken.
Kan ik bezwaar maken tegen een naheffingsaanslag BPM als de referentie niet klopt?
Ja, je kunt bezwaar maken tegen een naheffingsaanslag BPM als de Belastingdienst een referentievoertuig heeft gebruikt dat niet identiek is aan jouw voertuig op essentiële onderdelen. Je moet dan wel zelf aannemelijk maken wat de juiste, lagere handelsinkoopwaarde is, bij voorkeur met een taxatierapport of gedocumenteerde koerslijstvergelijking. De bezwaartermijn is zes weken na dagtekening van de aanslag.
Wat is de invloed van CO2-uitstoot op de BPM-berekening bij import?
De CO2-uitstoot is een essentieel kenmerk bij de BPM-berekening voor geïmporteerde gebruikte voertuigen. Als het referentievoertuig een andere CO2-uitstoot heeft dan het ingevoerde voertuig, zijn ze niet soortgelijk in de zin van de BPM-regelgeving. In dat geval mag de importeur of belastingplichtige een andere, lagere handelsinkoopwaarde onderbouwen en de naheffingsaanslag aanvechten.
Heb je vragen over een naheffingsaanslag BPM of de soortgelijkheid van referentievoertuigen? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.