Recht Zeker

Sms Belastingdienst btw-aangifte: wat moet je nu doen?


Robin Lammers
 ·  Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
 ·  2026-08-03

Op 5 augustus 2026 stuurt de Belastingdienst sms’jes naar btw-ondernemers die nog geen btw-aangifte hebben gedaan over het tweede kwartaal van 2026 of over de maand juni 2026. De boodschap is simpel: doe uiterlijk 7 augustus 2026 alsnog aangifte, anders riskeer je boetes. Heb jij die sms ontvangen of wil je weten wat je nu moet doen? Lees dan snel verder.

Bron: Taxlive

Wat houdt dit in?

Een sms van de Belastingdienst over btw-aangifte houdt in dat de fiscus je actief waarschuwt dat je aangifte nog niet is binnengekomen en dat je dit alsnog voor de gestelde deadline moet regelen om verzuimboetes te voorkomen.

De Belastingdienst gebruikt sms’jes al langer als herinnering voor ondernemers die de btw-aangifte missen. Dit keer gaat het specifiek om twee tijdvakken: het tweede kwartaal van 2026 (voor kwartaalaangevers) en de maand juni 2026 (voor maandaangevers). De officiële aangiftetermijn voor beide tijdvakken is 31 juli 2026 — die deadline is dus al verstreken.

Met het sms-bericht geeft de Belastingdienst ondernemers een laatste kans om de aangifte in te dienen vóór 7 augustus 2026 zonder dat er direct een boete volgt. Het is geen officiële aanmaning, maar een vriendelijke duw in de rug. Doe je na die datum nog steeds geen aangifte, dan kun je rekenen op een verzuimboete en mogelijk een naheffingsaanslag.

Wat betekent dit voor jou?

Als je een sms hebt ontvangen, weet de Belastingdienst al dat jouw aangifte ontbreekt. Het gaat hierbij om btw-ondernemers die zijn ingeschreven als kwartaal- of maandaangever. Misschien ben je de deadline vergeten, had je tijdelijk geen toegang tot je boekhoudprogramma of liep er iets mis met je inloggegevens bij Mijn Belastingdienst Zakelijk.

Hoe dan ook: de klok tikt. Je hebt tot en met 7 augustus 2026 om de aangifte alsnog in te dienen. Dat is een uiterst krappe termijn, zeker als je de cijfers nog niet op orde hebt. Schakel indien nodig direct je boekhouder of fiscaal adviseur in.

Heb je de sms niet ontvangen maar doe je ook nog geen aangifte? Controleer dan alsnog je aangiftestatus. De Belastingdienst bereikt niet iedere ondernemer via sms, en het uitblijven van een berichtje betekent niet dat er geen gevolgen zijn als je aangifte uitblijft.

Voor startende ondernemers of zzp’ers die voor het eerst te maken hebben met kwartaalaangifte btw: let goed op de tijdvakken. Kwartaalaangifte over Q2 2026 loopt van 1 april tot en met 30 juni 2026. Maandaangifte over juni 2026 loopt van 1 tot en met 30 juni 2026. Beide hadden uiterlijk 31 juli 2026 ingediend moeten zijn.

Wat kun je doen?

De meest concrete stap die je nu kunt zetten, is inloggen op Mijn Belastingdienst Zakelijk en controleren of de aangifte voor het juiste tijdvak nog openstaat. Dien de aangifte zo snel mogelijk in — liefst nog vandaag of morgen, zodat je de deadline van 7 augustus haalt.

Heb je de cijfers niet direct bij de hand? Doe dan een schatting op basis van je bekende omzet en kosten. Je kunt een aangifte btw altijd corrigeren via een suppletie als de definitieve cijfers later beschikbaar zijn. Een te late aangifte is doorgaans duurder dan een aangifte met een kleine schatting.

Kun je de aangifte echt niet op tijd indienen? Vraag dan uitstel aan via de Belastingtelefoon of via een fiscaal dienstverlener die is aangesloten bij de Beconregeling. Let wel: uitstel is niet automatisch en moet je actief aanvragen.

Loopt het bij jou structureel mis met btw-aangiftes, of weet je niet zeker welke tijdvakken en tarieven voor jou gelden? Dan is het verstandig om dit eenmalig goed te laten uitzoeken. Kijk daarvoor op onze pagina over ondernemen voor meer informatie over fiscale begeleiding voor MKB en zzp.

Veelgestelde vragen

Wat gebeurt er als ik de btw-aangifte niet op tijd indien na het sms-bericht van de Belastingdienst?

Als je na het sms-bericht van de Belastingdienst geen btw-aangifte indient vóór 7 augustus 2026, riskeer je een verzuimboete. De Belastingdienst kan bovendien een naheffingsaanslag opleggen op basis van een eigen schatting van jouw verschuldigde btw, wat vaak hoger uitvalt dan het werkelijke bedrag. Dien de aangifte zo snel mogelijk in om verdere kosten te voorkomen.

Ik heb geen sms ontvangen maar heb ook nog geen btw-aangifte gedaan — wat nu?

Het ontbreken van een sms betekent niet dat je vrijuit gaat. De Belastingdienst stuurt de berichten op basis van beschikbare contactgegevens en bereikt niet iedere ondernemer. Als jouw btw-aangifte over Q2 2026 of juni 2026 nog niet is ingediend, loop je alsnog het risico op een verzuimboete en naheffing. Log in op Mijn Belastingdienst Zakelijk en dien de aangifte direct in.

Mag ik een schatting invullen bij de btw-aangifte als ik de exacte cijfers nog niet weet?

Ja, je mag bij de btw-aangifte een schatting invullen als je de definitieve cijfers nog niet hebt. Het is beter om tijdig een aangifte met een schatting in te dienen dan helemaal geen aangifte te doen. Je kunt het bedrag later corrigeren via een btw-suppletie zodra je de exacte omzet- en inkoopgegevens beschikbaar hebt.

Heb je vragen over je btw-aangifte of wil je weten hoe je dit structureel beter kunt regelen? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.


Robin Lammers
 ·  Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
 ·  2026-07-30

Een accountantskantoor dat onjuist fiscaal advies geeft, kan aansprakelijk worden gesteld voor de schade die jij daardoor lijdt. Dat bevestigt de Rechtbank Rotterdam in een uitspraak van 1 juli 2026. Wat deze zaak bijzonder maakt: de rechter oordeelt dat de ondernemer zijn schade nog nader moet onderbouwen voordat er een bedrag wordt vastgesteld.

Wat houdt dit in?

Aansprakelijkheid van een accountantskantoor voor onjuist fiscaal advies houdt in dat de adviseur die een beroepsfout maakt verplicht is de financiële schade te vergoeden die de ondernemer als direct gevolg van dat advies heeft geleden.

In deze zaak bij de Rechtbank Rotterdam gaat het om een zogenoemde schadestaatprocedure. Dat is een tweede procedure, die volgt nadat in een eerdere rechtszaak al is vastgesteld dát een partij aansprakelijk is. In de schadestaatprocedure wordt bepaald hoe hoog de schade precies is.

De rechtbank oordeelt dat de aansprakelijkheid van het accountantskantoor al is komen vast te staan. Het kantoor heeft onjuist fiscaal advies verstrekt, waardoor de ondernemer in een nadelige positie terechtkwam. Maar de hoogte van de schade is nog niet eenvoudig te bepalen. De rechter vraagt de ondernemer zijn schade nader te onderbouwen met concrete gegevens.

Dit is een belangrijk signaal: het aantonen van aansprakelijkheid is stap één, maar het aantonen van de omvang van de schade is minstens zo zwaar. Zonder goede onderbouwing loop je het risico dat je minder vergoed krijgt dan je werkelijk hebt geleden. De volledige uitspraak is te vinden op Rechtspraak.

Wat betekent dit voor jou?

Als ondernemer ben je voor fiscale vraagstukken vaak volledig afhankelijk van je accountant of belastingadviseur. Je vertrouwt erop dat het advies klopt. Maar wat als dat niet zo is?

Deze uitspraak laat zien dat je als ondernemer wél rechten hebt als je accountant een fout maakt. Onjuist fiscaal advies kan leiden tot naheffingen, boetes, gemiste aftrekposten of verkeerde structuurkeuzes. Al die gevolgen kunnen als schade worden opgevoerd in een aansprakelijkheidsprocedure.

Tegelijk toont de zaak hoe complex zo’n traject is. De rechtbank vraagt om een nadere onderbouwing van de geleden schade. Dat betekent in de praktijk: jij moet kunnen aantonen wat je situatie zou zijn geweest als het advies wél correct was geweest. Dat vraagt om gedegen financieel en juridisch bewijs.

Voor MKB-ondernemers die nu twijfelen aan de kwaliteit van hun fiscaal advies is dit een wake-up call. Bewaar je correspondentie, sla adviesdocumenten op en documenteer welke beslissingen je op basis van het advies hebt genomen. Dat is je bewijs als het later misgaat.

Wat kun je doen?

Denk jij dat jouw accountant of belastingadviseur een fout heeft gemaakt? Dan zijn dit de concrete stappen die je kunt zetten.

Stap 1: Verzamel alle documentatie. Zoek de adviezen, e-mails, rapporten en aangiftes bij elkaar. Hoe meer schriftelijk bewijs je hebt van wat er is geadviseerd en waarom je dat advies hebt gevolgd, hoe sterker je positie.

Stap 2: Breng de schade in kaart. Wat is er financieel misgegaan? Denk aan extra belasting die je hebt betaald, boetes, gemiste voordelen of kosten van herstelwerkzaamheden. Laat dit zo mogelijk door een onafhankelijke partij berekenen.

Stap 3: Stel de adviseur formeel aansprakelijk. Stuur een aansprakelijkheidsbrief. Dit is ook verplicht als je later een procedure wilt starten. Wacht niet te lang: de verjaringstermijn begint te lopen zodra je de schade kent of redelijkerwijs had kunnen kennen.

Stap 4: Zoek juridisch advies. Een aansprakelijkheidsprocedure tegen een accountantskantoor is geen eenvoudige zaak. Je hebt iemand nodig die zowel de juridische als de fiscale kant begrijpt.

Bij Recht Zeker Advies helpen we ondernemers die te maken hebben met beroepsfouten van fiscale adviseurs. Bekijk wat we voor jou kunnen doen op onze ondernemen-pagina.

Veelgestelde vragen

Kan ik mijn accountant aansprakelijk stellen voor onjuist fiscaal advies?

Ja, dat is mogelijk. Als jouw accountant of belastingadviseur een beroepsfout heeft gemaakt door onjuist fiscaal advies te geven, en jij hebt daardoor aantoonbaar schade geleden, dan kun je het kantoor aansprakelijk stellen. Je moet zowel de fout als de schade en het causale verband daartussen kunnen onderbouwen.

Wat is een schadestaatprocedure?

Een schadestaatprocedure is een aparte rechtszaak die volgt op een hoofdprocedure waarin aansprakelijkheid al is vastgesteld. In de schadestaatprocedure wordt de exacte hoogte van de schadevergoeding bepaald. De rechter kan daarbij vragen om nadere onderbouwing van de opgevoerde schadeposten.

Hoe lang heb ik de tijd om een accountant aansprakelijk te stellen?

In Nederland geldt voor aansprakelijkheidsvorderingen in beginsel een verjaringstermijn van vijf jaar, te rekenen vanaf het moment dat je de schade kent en weet wie daarvoor verantwoordelijk is. Bij beroepsfouten van accountants is het verstandig zo snel mogelijk actie te ondernemen, omdat bewijs met de tijd moeilijker te verzamelen is en de verjaring snel kan intreden.

Wat moet ik bewijzen om schade vergoed te krijgen van mijn belastingadviseur?

Je moet drie dingen aantonen: dat de adviseur een fout heeft gemaakt (de beroepsnorm is geschonden), dat jij schade hebt geleden, en dat die schade het directe gevolg is van de fout. Juist het onderbouwen van de schadeomvang blijkt in de praktijk lastig, zoals ook de Rechtbank Rotterdam in deze uitspraak van juli 2026 benadrukt.

Heb je vragen over aansprakelijkheid van je accountant of belastingadviseur voor onjuist fiscaal advies? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.


Robin Lammers
 ·  Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
 ·  2026-07-30

De Centrale Raad van Beroep heeft op 15 juli 2026 een belangrijke uitspraak gedaan over de definitieve vaststelling van NOW-subsidies. Als je als ondernemer te maken hebt gehad met een terugvordering op grond van de NOW-2 of NOW-3, is deze uitspraak direct relevant voor jou. De Raad oordeelt anders dan de rechtbank over de gevolgen van die terugvordering — en dat kan in jouw voordeel uitpakken.

Wat houdt dit in?

NOW-terugvordering bij gedaalde loonsom houdt in dat het UWV het voorschot dat jij als werkgever hebt ontvangen, terugvordert als jouw loonsom in de subsidieperiode lager was dan in de referentiemaand.

Bij de definitieve vaststelling van de NOW-2 en NOW-3 vergelijkt het UWV jouw loonsom tijdens de subsidieperiode met de referentiemaand. Voor de NOW-2 is dat maart 2020, voor de NOW-3 is dat juni 2020. Is jouw loonsom gedaald? Dan krijg je minder subsidie dan het voorschot dat je al hebt ontvangen, en vordert het UWV het verschil terug.

In deze zaak, te lezen via Rechtspraak, stapte de appellant naar de rechter omdat hij het niet eens was met de terugvordering. De rechtbank gaf hem geen gelijk. De Centrale Raad van Beroep ziet dat anders: de Raad oordeelt dat de gevolgen van de terugvordering van het onverschuldigd betaalde bedrag te zwaar zijn en houdt daar rekening mee bij zijn beoordeling.

Dit is een relevant precedent. Het betekent dat de rechter niet alleen kijkt of het UWV formeel correct heeft gehandeld, maar ook of de financiële gevolgen van een terugvordering in verhouding staan tot de situatie van de ondernemer.

Wat betekent dit voor jou?

Als je als MKB-ondernemer in 2020 of 2021 gebruik hebt gemaakt van de NOW-2 of NOW-3 en daarna een terugvorderingsbesluit hebt ontvangen, is deze uitspraak voor jou van belang. Je bent niet automatisch overgeleverd aan de rekening die het UWV presenteert.

De Centrale Raad benadrukt dat rechters de gevolgen van terugvorderingen mogen meewegen. Dat opent de deur voor ondernemers die bezwaar willen maken of al in beroep zijn gegaan. De uitkomst hoeft niet altijd te zijn dat je het volledige bedrag terugbetaalt, ook al staat dat in het vaststellingsbesluit.

Ben je werkgever met personeel en heb je destijds een NOW-voorschot ontvangen maar is jouw loonsom vervolgens gedaald door ontslag, verminderd werken of andere oorzaken? Dan loop je kans dat het UWV bij de definitieve vaststelling een terugvordering heeft opgelegd. Controleer je vaststellingsbesluit en check of je de bezwaartermijn nog niet hebt laten verlopen.

Ook als je de terugvordering al hebt ontvangen en de bezwaartermijn is verstreken, zijn er soms nog mogelijkheden. Denk aan een verzoek om betalingsregeling of een beroep op financiële hardship bij het UWV. De uitspraak van de Centrale Raad laat zien dat rechters oog hebben voor de proportionaliteit van zulke terugvorderingen.

Wat kun je doen?

Heb je een terugvorderingsbesluit ontvangen op grond van de NOW-2 of NOW-3? Bekijk dan eerst precies welk bedrag wordt teruggevorderd en op welke grondslag. Het UWV is verplicht dat te specificeren in het vaststellingsbesluit.

Maak bezwaar als je het er niet mee eens bent, en doe dat binnen zes weken na de datum van het besluit. Wacht niet af — de bezwaartermijn is hard en als je die mist, zijn je opties een stuk beperkter. Zorg dat je bezwaar inhoudelijk is: geef aan waarom je het niet eens bent met de berekening of waarom de terugvordering onevenredig zwaar is.

Sta je al voor de rechter of heb je al een uitspraak van de rechtbank die ongunstig voor jou is? Dan laat deze uitspraak van de Centrale Raad zien dat hoger beroep de moeite waard kan zijn. De Raad heeft een wezenlijk ander oordeel dan de rechtbank in deze zaak, juist op het punt van de proportionaliteit van de terugvordering.

Meer informatie over wat wij voor ondernemers kunnen doen vind je op recht-zeker.nl/ondernemen.

Veelgestelde vragen

Kan ik bezwaar maken tegen de definitieve vaststelling van mijn NOW-subsidie?

Ja, je kunt bezwaar maken tegen het vaststellingsbesluit van het UWV als je het er niet mee eens bent. De bezwaartermijn is zes weken na de dagtekening van het besluit. Dien je bezwaar tijdig en inhoudelijk in, en geef daarin aan waarom de berekening onjuist is of de terugvordering onevenredig zwaar is.

Wat is het verschil tussen de referentiemaand voor NOW-2 en NOW-3?

Voor de NOW-2 geldt maart 2020 als referentiemaand voor de loonsom. Voor de NOW-3 is dat juni 2020. Als jouw loonsom in de subsidieperiode lager was dan in de toepasselijke referentiemaand, verlaagt het UWV het definitieve subsidiebedrag en vordert het verschil met het reeds betaalde voorschot terug.

Mag een rechter de gevolgen van een NOW-terugvordering meewegen?

Ja, de Centrale Raad van Beroep heeft in de uitspraak van 15 juli 2026 (ECLI:NL:CRVB:2026:974) geoordeeld dat de gevolgen van een terugvordering van onverschuldigd betaalde NOW-subsidie meegewogen moeten worden. Dit betekent dat een rechter niet alleen kijkt of het UWV formeel correct heeft gehandeld, maar ook of de financiële impact van de terugvordering in verhouding staat tot de situatie van de ondernemer.

Heb je vragen over een NOW-terugvordering of de definitieve vaststelling van jouw subsidie? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.


Robin Lammers
 ·  Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
 ·  2026-07-29

De Raad van State heeft op 29 juli 2026 een nieuwe conclusie gepubliceerd van staatsraad advocaat-generaal Snijders over schadevergoeding bij schending van het vertrouwensbeginsel in het bestuursrecht. Dit is een vervolg op zijn eerdere conclusie van augustus 2024 en heeft directe gevolgen voor ondernemers die schade hebben geleden door een niet-nagekomen toezegging van de overheid. Als je als ondernemer ooit hebt geïnvesteerd op basis van wat een gemeente of ander bestuursorgaan je beloofde, is dit voor jou relevant. Lees de volledige uitspraak via Rechtspraak.

Wat houdt dit in?

Dispositieschade bij schending van het vertrouwensbeginsel houdt in dat je recht hebt op vergoeding van kosten en investeringen die je hebt gedaan op basis van een toezegging van de overheid, als die toezegging achteraf niet wordt nagekomen.

In de eerdere conclusie van augustus 2024 werkte Snijders al uit dat het vertrouwensbeginsel niet alleen kan leiden tot nakoming van de toezegging zelf, maar ook tot schadevergoeding. Denk aan de situatie waarin een gemeente jou mondeling of schriftelijk toezegt dat een bepaald bestemmingsplan wordt gewijzigd, jij op basis daarvan investeert in een locatie of bedrijfspand, en de gemeente later terugkomt op die toezegging.

In de nieuwe conclusie van 29 juli 2026 wordt dit verder uitgewerkt. Snijders gaat in op de vraag hoe de omvang van die schadevergoeding precies moet worden vastgesteld en welke kosten voor vergoeding in aanmerking komen. Het gaat dan om kosten die je aantoonbaar hebt gemaakt in vertrouwen op de toezegging van het bestuursorgaan, en die je niet had gemaakt als je die toezegging niet had ontvangen.

Een conclusie van een advocaat-generaal bij de Raad van State is geen bindende uitspraak, maar heeft grote gezaghebbende waarde. Rechtbanken en de Raad van State zelf volgen zulke conclusies in de praktijk vaak. Dit is dus een sterke aanwijzing van de richting die het bestuursrecht opgaat.

Wat betekent dit voor jou?

Als ondernemer heb je regelmatig contact met overheden: gemeenten, provincies, omgevingsdiensten. Je vraagt vergunningen aan, voert vooroverleg, of ontvangt informele toezeggingen in een gesprek over een bouwplan of nieuwe bedrijfsactiviteit. Op basis van zo’n toezegging neem je beslissingen, doe je uitgaven en ga je verplichtingen aan.

De praktijk laat zien dat overheden soms terugkomen op eerdere uitspraken, met name als er bezwaren van derden komen of politieke omstandigheden veranderen. Tot voor kort was het voor ondernemers lastig om in zo’n geval schade vergoed te krijgen, ook als het vertrouwensbeginsel formeel was geschonden. De uitwerking in deze conclusie maakt dat pad concreter en begaanbaarder.

Heb jij recent geïnvesteerd op basis van wat een overheid je toezegde, en is die toezegging daarna niet nagekomen? Dan kan dit oordeel directe betekenis hebben voor jouw situatie. Het gaat niet alleen om grote projecten. Ook een mkb-ondernemer die zijn bedrijfspand heeft verbouwd op basis van informeel overleg met de gemeente kan in aanmerking komen voor schadevergoeding.

Eén belangrijk aandachtspunt: je moet goed kunnen aantonen dat er daadwerkelijk een concrete toezegging is gedaan door een bevoegde persoon of instantie, en dat jij op basis daarvan aantoonbare kosten hebt gemaakt. Vage uitspraken of algemene mededelingen tellen niet mee.

Wat kun je doen?

De eerste stap is nagaan of je een situatie hebt waarbij je hebt gehandeld op basis van een toezegging van een bestuursorgaan. Denk aan e-mails, verslagen van overleggen, brieven of formele besluiten die later zijn herroepen of niet zijn nagekomen.

Verzamel al je documentatie. Facturen, offertes, contracten, bankafschriften en correspondentie met de overheid zijn allemaal relevant om de omvang van je dispositieschade te onderbouwen. Hoe concreter je dit kunt maken, hoe sterker je positie.

Vervolgens is het verstandig juridisch advies in te winnen over de vraag of jouw situatie valt onder de criteria die Snijders heeft uiteengezet. De drempels zijn aangescherpt en specifieker gemaakt, wat ook betekent dat niet elke teleurstelling van een ondernemer over het overheidsbeleid leidt tot schadevergoeding. Een goede analyse van jouw dossier is dus noodzakelijk.

Op recht-zeker.nl/ondernemen/ vind je meer informatie over juridisch-fiscaal advies voor ondernemers, inclusief geschillen met overheden en bestuursrechtelijke procedures.

Veelgestelde vragen

Wat is dispositieschade bij een overheidsbelofte?

Dispositieschade is de schade die je lijdt doordat je kosten of investeringen hebt gedaan op basis van een toezegging van een overheidsorgaan, terwijl die toezegging later niet wordt nagekomen. Het gaat om de uitgaven die je specifiek hebt gedaan omdat je op die belofte vertrouwde. Volgens de conclusie van advocaat-generaal Snijders van 29 juli 2026 kun je in zo’n geval aanspraak maken op vergoeding van die schade via het bestuursrecht.

Wanneer heb je recht op schadevergoeding bij schending van het vertrouwensbeginsel?

Je hebt recht op schadevergoeding bij schending van het vertrouwensbeginsel als een bevoegd bestuursorgaan je een concrete toezegging heeft gedaan, je op basis daarvan aantoonbaar kosten hebt gemaakt, en het bestuursorgaan die toezegging vervolgens niet is nagekomen. Niet elk informeel contact of beleidsuitspraak geldt als toezegging. De toezegging moet specifiek, ondubbelzinnig en afkomstig zijn van iemand die bevoegd was om die uitspraak te doen.

Geldt de conclusie van de Raad van State ook voor kleine ondernemers?

Ja, de conclusie van advocaat-generaal Snijders maakt geen onderscheid tussen grote en kleine ondernemers. Ook een mkb’er of zzp’er die op basis van een gemeentelijke toezegging heeft geïnvesteerd en daarna met lege handen staat, kan in aanmerking komen voor schadevergoeding. De omvang van de vergoeding is wel afhankelijk van de aantoonbare en daadwerkelijk gemaakte kosten in vertrouwen op die toezegging.

Heb je vragen over schadevergoeding bij schending van het vertrouwensbeginsel of andere geschillen met een bestuursorgaan? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.


Robin Lammers
 ·  Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
 ·  2026-07-28

Als bestuurder van een BV kun je persoonlijk aansprakelijk worden gesteld als je de vennootschap opheft via een turbo-liquidatie en schuldeisers daardoor met lege handen achterblijven. Het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch bevestigde dit opnieuw in een uitspraak van 23 september 2025 (Rechtspraak). Deze uitspraak is een harde wake-up call voor iedere ondernemer die overweegt zijn BV snel te ontbinden zonder formeel faillissement.

Wat houdt dit in?

Bestuurdersaansprakelijkheid bij turbo-liquidatie houdt in dat een bestuurder persoonlijk financieel aansprakelijk kan worden gesteld als hij de BV opheft terwijl er nog schulden openstaan en hij daarbij onrechtmatig heeft gehandeld tegenover schuldeisers.

Een turbo-liquidatie is een methode om een BV snel te ontbinden. Formeel werkt het zo: als de BV op het moment van ontbinding geen baten meer heeft, houdt ze per direct op te bestaan. Er is dan geen vereffening nodig en geen curator aan te pas. Klinkt eenvoudig, maar de praktijk is grilliger.

In deze zaak stelde het hof vast dat de bestuurder activa had weggezet of had laten verdwijnen voordat de vennootschap werd ontbonden. Schuldeisers konden daarna nergens meer verhaal halen. Het hof oordeelde dat de bestuurder hiermee bewust nadeel had toegebracht aan schuldeisers en daarmee onrechtmatig had gehandeld. Resultaat: persoonlijke aansprakelijkheid voor de openstaande schulden.

Wat deze uitspraak extra relevant maakt, is dat het hof weinig ruimte laat voor de stelling dat een bestuurder “niet wist” wat de gevolgen zouden zijn. Als je als bestuurder actief betrokken bent bij het leegmaken van de BV vóór ontbinding, wordt dat je zwaar aangerekend.

Wat betekent dit voor jou?

Ben je ondernemer met een BV die slecht loopt of al stilstaat? Dan is dit arrest direct relevant. De turbo-liquidatie wordt soms gezien als een snelle en goedkope uitweg, maar ze pakt heel anders uit als je schuldeisers tekortdoet.

Denk aan de volgende situaties die in de praktijk regelmatig voorkomen. Je betaalt vlak voor de ontbinding jezelf een extra salaris of dividend uit terwijl de BV schulden heeft. Je draagt activa over aan een andere entiteit van jezelf tegen een te lage prijs. Je laat een rekening-courantschuld aan de BV “verdampen” zonder afrekening. Al dit soort handelingen kunnen achteraf worden aangemerkt als onrechtmatig, zeker als schuldeisers daarna met lege handen blijven.

Schuldeisers — zoals leveranciers, de Belastingdienst of werknemers — kunnen ook ná de ontbinding van de BV nog een vordering instellen tegen jou persoonlijk. De ontbinding zelf maakt die vorderingen niet ongedaan. En zoals dit arrest laat zien: rechtbanken en hoven zijn bereid om ver terug te kijken naar wat er in de aanloop naar de ontbinding is gebeurd.

Voor schuldeisers geldt het omgekeerde: als jij geld tegoed hebt van een BV die via turbo-liquidatie is opgeheven, is dit arrest een handvat om de bestuurder toch nog aansprakelijk te stellen. Zeker als je kunt aantonen dat er voor de ontbinding nog baten waren.

Wat kun je doen?

Overweeg je jouw BV te beëindigen, dan zijn er een paar concrete stappen die je beschermen tegen bestuurdersaansprakelijkheid.

Zorg eerst voor een volledig beeld van alle schulden. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar in de praktijk worden rekeningen-courant, openstaande belastingschulden of niet-gefactureerde diensten van derden regelmatig over het hoofd gezien. Een accountant of fiscaal jurist kan je helpen dit in kaart te brengen.

Betaal schuldeisers af zoveel als mogelijk is, of wees transparant over waarom dat niet kan. Als er onvoldoende middelen zijn om iedereen te betalen, overweeg dan een regulier faillissement of een schuldsaneringsroute. Dat is duurder en tijdrovender dan een turbo-liquidatie, maar het beschermt jou als bestuurder aanzienlijk beter.

Doe geen transacties met jezelf of gelieerde partijen in de periode voor de ontbinding zonder duidelijke zakelijke onderbouwing. Intercompany-transacties, dividenduitkeringen of activaoverdrachten in de “sterfhuisperiode” van een BV worden bij bestuurdersaansprakelijkheidsclaims altijd als eerste onder de loep genomen.

Laat je begeleiden door een specialist voordat je de stap zet. Een fout in de volgorde of timing van handelingen kan je jarenlang achtervolgen. Meer informatie over wat Recht Zeker Advies kan betekenen voor ondernemers in deze situatie vind je op recht-zeker.nl/ondernemen/.

Veelgestelde vragen

Kan ik als bestuurder persoonlijk aansprakelijk worden gesteld na een turbo-liquidatie?

Ja, dat kan. Als je als bestuurder onrechtmatig hebt gehandeld tegenover schuldeisers, bijvoorbeeld door activa weg te sluizen vóór de ontbinding, kun je persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor de openstaande schulden van de BV. De ontbinding via turbo-liquidatie heft die aansprakelijkheid niet op. Het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch bevestigde dit in september 2025.

Wat is het verschil tussen turbo-liquidatie en faillissement?

Bij een turbo-liquidatie wordt een BV zonder vereffening ontbonden omdat er op dat moment geen baten meer zijn. Er is geen curator en geen formele afwikkeling van schulden. Bij een faillissement wordt een curator aangesteld die de resterende activa verdeelt onder schuldeisers en toezicht houdt op het proces. Een faillissement biedt schuldeisers meer bescherming en de bestuurder meer juridische duidelijkheid, maar is kostbaarder en tijdsintensiever.

Wat moeten schuldeisers doen als een BV via turbo-liquidatie is opgeheven terwijl ze nog geld tegoed hebben?

Schuldeisers kunnen de voormalige bestuurder persoonlijk aansprakelijk stellen als zij kunnen aantonen dat er voor of tijdens de ontbinding onrechtmatig is gehandeld. Denk aan het wegsluizen van activa of het selectief betalen van schuldeisers. Het is verstandig om zo snel mogelijk juridisch advies in te winnen, omdat bewijsvergaring na ontbinding moeilijker wordt naarmate meer tijd verstrijkt.

Heb je vragen over bestuurdersaansprakelijkheid of turbo-liquidatie? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.


Robin Lammers
 ·  Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
 ·  2026-07-27

Een gerechtsdeurwaarder die dreigt met een faillissementsaanvraag voor een schuld van € 206 — dat klinkt absurd, maar het is echt gebeurd. En het pakte slecht uit voor de deurwaarder. Deze uitspraak is belangrijk voor iedereen die weleens te maken krijgt met incassobureaus of deurwaarders, als ondernemer of als consument.

Wat houdt dit in?

Dreigen met faillissement door een deurwaarder houdt in dat een schuldenaar onder druk wordt gezet met een ingrijpend juridisch middel dat feitelijk niet haalbaar of proportioneel is voor de openstaande schuld.

In deze zaak had een sportschoolabonnee een betalingsachterstand van € 206. De ingeschakelde gerechtsdeurwaarder stuurde aan op betaling met de dreiging dat anders een faillissementsaanvraag zou volgen. Dat is een zware maatregel, normaal gesproken bedoeld voor situaties waarbij een schuldenaar meerdere schuldeisers niet meer kan betalen.

Voor een schuld van € 206 is zo’n dreiging juridisch gezien kansloos. Een faillissement kan alleen worden uitgesproken als er sprake is van het hebben opgehouden te betalen — dat betekent dat er meerdere schulden moeten zijn die niet worden voldaan. Eén abonnement bij één sportschool is daar simpelweg niet genoeg voor.

De tuchtrechter oordeelde dan ook dat de deurwaarder tuchtrechtelijk verwijtbaar had gehandeld. Intimidatie als incassomiddel mag niet, zeker niet als het dreigement feitelijk onuitvoerbaar is. Je kunt het volledige bericht lezen op Mr. Online.

Wat betekent dit voor jou?

Als ondernemer heb je twee kanten aan dit verhaal. Aan de ene kant ben je misschien zelf degene die een incassobureau of deurwaarder inschakelt om openstaande facturen te innen. Aan de andere kant kun je ook zelf te maken krijgen met een deurwaarder als een schuldeiser jou onder druk zet.

Als je een incassopartij inschakelt, ben je medeverantwoordelijk voor de manier waarop die partij werkt. Kies je voor een bureau dat intimiderend of onrechtmatig opereert, dan kan dat op jou terugslaan — reputatieschade, klachten of zelfs aansprakelijkheid. Geef altijd heldere instructies en controleer hoe jouw dossier wordt behandeld.

Word je zelf benaderd door een deurwaarder met een dreigement dat niet klopt — zoals een faillissementsdreiging voor een kleine schuld — dan hoef je je daar niet bij neer te leggen. Je hebt het recht om dit aan te vechten. Een tuchtklacht bij de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders is daarvoor het geëigende middel.

Voor consumenten geldt hetzelfde. Een betalingsachterstand van een paar honderd euro rechtvaardigt geen faillissementsdreiging. Als een deurwaarder dit toch doet, handelt die buiten zijn bevoegdheid en in strijd met de normen voor zijn beroepsgroep.

Wat kun je doen?

Krijg je te maken met een deurwaarder die dreigt met stappen die juridisch niet haalbaar zijn, dan zijn er concrete dingen die je kunt doen.

Allereerst: reageer schriftelijk. Laat de deurwaarder weten dat je het dreigement als onrechtmatig beschouwt en dat je juridische stappen overweegt als dit doorgaat. Dat legt vast dat je niet zomaar hebt ingestemd met de druk die op je wordt uitgeoefend.

Ten tweede: dien een klacht in bij de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders. Dit is het tuchtrechtelijk orgaan dat toezicht houdt op het gedrag van gerechtsdeurwaarders. Zoals deze uitspraak laat zien, nemen zij dit soort overtredingen serieus.

Ten derde: check altijd of de schuld zelf klopt. Betwist je de vordering inhoudelijk, dan kun je dat verweer ook voeren. Een deurwaarder mag alleen invorderen wat daadwerkelijk verschuldigd is.

Als ondernemer is het verstandig om je incassobeleid goed te documenteren en te werken met partijen die de wet- en regelgeving kennen en respecteren. Wil je weten hoe je dit aanpakt of hoe je omgaat met een deurwaarder die buiten zijn boekje gaat? Kijk dan op de pagina ondernemen bij Recht Zeker Advies voor meer informatie.

Veelgestelde vragen

Mag een deurwaarder dreigen met faillissement voor een kleine schuld?

Nee, een deurwaarder mag niet dreigen met een faillissementsaanvraag als die juridisch gezien geen kans van slagen heeft. Een faillissement vereist dat een schuldenaar is opgehouden te betalen, wat inhoudt dat er meerdere schuldeisers zijn die niet worden betaald. Voor een enkele kleine schuld — zoals een abonnementsbedrag van € 206 — is zo’n dreiging onrechtmatig en tuchtrechtelijk verwijtbaar.

Wat kan ik doen als een deurwaarder mij onterecht intimideert?

Je kunt een tuchtklacht indienen bij de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders. Dat is het toezichthoudend orgaan voor gerechtsdeurwaarders in Nederland. Documenteer alle communicatie en reageer altijd schriftelijk op dreigmenten die juridisch niet haalbaar zijn. Bij ernstige gevallen kun je ook schadevergoeding claimen via de civiele rechter.

Ben ik als ondernemer aansprakelijk voor het gedrag van het incassobureau dat ik inschakels?

Als opdrachtgever kun je in bepaalde omstandigheden medeverantwoordelijk worden gehouden voor onrechtmatig incassogedrag van een bureau dat namens jou optreedt. Het is daarom belangrijk om te werken met betrouwbare partijen en duidelijke instructies te geven over welke middelen wel en niet mogen worden ingezet. Schakel bij twijfel juridisch advies in voordat je een incassoprocedure opstart.

Heb je vragen over incasso, deurwaarderspraktijken of hoe je als ondernemer omgaat met openstaande vorderingen? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.


Robin Lammers
 ·  Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
 ·  2026-07-24

De Belastingdienst mag niet zomaar een navorderingsaanslag opleggen als er geen nieuw feit is én de belastingplichtige mocht vertrouwen op eerder gedane toezeggingen. Dat blijkt opnieuw uit een recente uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 13 juli 2026, over de inkomstenbelasting (IB/PVV) van de jaren 2018, 2019 en 2020. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar de uitspraak legt belangrijke grenzen bloot voor navordering door de Belastingdienst.

Wat houdt dit in?

Navordering van inkomstenbelasting houdt in dat de Belastingdienst na een definitieve aanslag alsnog extra belasting kan opleggen, maar alleen als aan strikte voorwaarden is voldaan. In deze zaak draaide het om drie belastingjaren tegelijk: 2018, 2019 en 2020. De inspecteur wilde over die jaren navorderen, maar de belastingplichtige stelde zich op het standpunt dat er geen geldig nieuw feit aanwezig was en dat het vertrouwensbeginsel navordering in de weg stond.

Het begrip “nieuw feit” is cruciaal bij navordering. De Belastingdienst kan alleen navorderen als hij na het opleggen van de definitieve aanslag beschikt over informatie die hij redelijkerwijs niet eerder kon kennen. Als de inspecteur die informatie al had of had kunnen hebben op het moment van de eerste aanslag, vervalt dit recht in principe.

Het vertrouwensbeginsel speelt een andere rol. Als de Belastingdienst eerder uitdrukkelijk een standpunt heeft ingenomen of een toezegging heeft gedaan waarop jij als belastingplichtige hebt gesteund, mag die dienst daar in principe niet op terugkomen. De belastingplichtige in deze zaak deed een beroep op beide grondslagen, maar de rechtbank achtte de beroepen uiteindelijk ongegrond. De uitspraak is te lezen via Rechtspraak.

Dat de rechtbank de beroepen ongegrond verklaart, betekent niet dat het nieuw-feit-vereiste of het vertrouwensbeginsel niet serieus werd onderzocht. Integendeel: de rechtbank heeft beide argumenten inhoudelijk getoetst. In dit geval kon de belastingplichtige niet voldoende aantonen dat aan de voorwaarden voor een geslaagd beroep was voldaan.

Wat betekent dit voor jou?

Als ondernemer met een eenmanszaak, BV of maatschap loop je vaker het risico op een navorderingsaanslag dan je misschien denkt. De Belastingdienst verwerkt tegenwoordig veel gegevens geautomatiseerd, maar zodra er een handmatige controle volgt of aanvullende informatie binnenkomt bij de inspecteur, kan navordering snel volgen.

Deze uitspraak bevestigt dat je als belastingplichtige twee sterke verweren hebt als je met een navorderingsaanslag te maken krijgt: het nieuw-feit-verweer en het beroep op het vertrouwensbeginsel. Maar die verweren slagen alleen als je ze goed kunt onderbouwen. Vage herinneringen aan een telefoongesprek met de Belastingdienst zijn daarvoor onvoldoende.

Concreet betekent dit voor MKB-ondernemers: leg afspraken en standpunten van de Belastingdienst altijd schriftelijk vast. Als een inspecteur mondeling iets toezegt of een controlerapport geen bezwaren bevat, vraag dan schriftelijke bevestiging. Dat is je bewijs als later alsnog navordering volgt.

Heb je navorderingsaanslagen ontvangen over meerdere jaren tegelijk, zoals hier over 2018, 2019 en 2020? Dan is het des te urgenter om snel actie te ondernemen. De bezwaartermijn is zes weken na dagtekening van de aanslag en die termijn is hard.

Wat kun je doen?

Heb je een navorderingsaanslag ontvangen, dan is de eerste stap: niet wachten. Controleer direct de dagtekening van de aanslag en reken uit wanneer de bezwaartermijn afloopt. Te laat bezwaar maken betekent dat de aanslag onherroepelijk vaststaat, ongeacht hoe goed je inhoudelijke argumenten zijn.

Verzamel daarna alle correspondentie met de Belastingdienst over de betreffende jaren. Denk aan controlerapportages, brieven, e-mails en aantekenbladen van telefoongesprekken. Die documenten bepalen mede of je een beroep kunt doen op het vertrouwensbeginsel of het ontbreken van een nieuw feit.

Laat een fiscaal jurist beoordelen of de navorderingsaanslag terecht is. Die beoordeling kost relatief weinig tijd, maar kan je duizenden euro’s schelen als de aanslag onterecht blijkt. Heb je ook te maken met een boete die bij de navorderingsaanslag is opgelegd? Dan is juridisch advies helemaal onmisbaar, want voor vergrijpboetes gelden aanvullende procedurele eisen.

Meer weten over je fiscale positie als ondernemer? Kijk dan op recht-zeker.nl/ondernemen/ voor een overzicht van onze diensten op dat vlak.

Veelgestelde vragen

Wanneer mag de Belastingdienst navorderen zonder nieuw feit?

De Belastingdienst mag in principe alleen navorderen als er een nieuw feit is: informatie die de inspecteur redelijkerwijs niet kende bij het opleggen van de definitieve aanslag. Zonder nieuw feit is navordering niet toegestaan, tenzij er sprake is van kwade trouw van de belastingplichtige. Is de belastingplichtige te goeder trouw en was de informatie al beschikbaar bij de Belastingdienst, dan is navordering in strijd met de wet.

Wat is het vertrouwensbeginsel bij de Belastingdienst?

Het vertrouwensbeginsel houdt in dat de Belastingdienst niet mag terugkomen op een eerder ingenomen standpunt of toezegging als jij daar redelijkerwijs op hebt mogen vertrouwen en je gedrag daar op hebt afgestemd. Dit beginsel kan een navorderingsaanslag blokkeren, maar alleen als je het bestaan van die toezegging of dat standpunt concreet kunt aantonen. Mondeling contact alleen is daarvoor vaak onvoldoende.

Wat is de bezwaartermijn bij een navorderingsaanslag?

De bezwaartermijn bij een navorderingsaanslag bedraagt zes weken, te rekenen vanaf de dagtekening van de aanslag. Na het verstrijken van die termijn staat de aanslag onherroepelijk vast en kun je er in principe niet meer tegen opkomen. Het is dus essentieel om direct actie te ondernemen zodra je een navorderingsaanslag ontvangt.

Heb je vragen over een navorderingsaanslag of het vertrouwensbeginsel bij de inkomstenbelasting? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.


Robin Lammers
 ·  Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
 ·  2026-07-24

Als gepensioneerde DGA dacht je misschien dat je onder het normbedrag voor het gebruikelijk loon kunt blijven. Rechtbank Gelderland gooit daar een streep door: pensioen is geen reden om een lager gebruikelijk loon toe te passen, en deeltijdwerk moet je hard kunnen aantonen. Taxlive berichtte recent over deze uitspraak, die voor veel DGA’s een duidelijk signaal is.

Wat houdt dit in?

Het gebruikelijk loon houdt in dat een DGA verplicht minimaal een bepaald loon uit zijn eigen BV in aanmerking moet nemen voor de loonbelasting, ongeacht wat hij zichzelf feitelijk uitkeert. In 2026 geldt daarvoor een normbedrag van 56.000 euro, tenzij aannemelijk is dat een lager loon gebruikelijk is voor de functie.

In deze zaak nam de inspecteur een gebruikelijk loon van 47.000 euro in aanmerking voor DGA X. Dat is weliswaar onder het huidige normbedrag, maar hoger dan wat X zichzelf had toegekend. X probeerde dit lager te krijgen met twee argumenten: hij is gepensioneerd en hij werkt slechts in deeltijd.

Rechtbank Gelderland ging daar niet in mee. Het feit dat X al met pensioen is, heeft geen invloed op de hoogte van het gebruikelijk loon. Pensioen is een persoonlijke omstandigheid, geen zakelijke reden om af te wijken van de norm. En voor het deeltijdargument leverde X simpelweg onvoldoende bewijs aan.

De inspecteur had daarmee het gelijk aan zijn zijde: 47.000 euro bleef staan.

Wat betekent dit voor jou?

Ben je DGA en heb je jezelf minder dan het normbedrag uitbetaald? Dan ligt de bewijslast bij jou. Je moet aannemelijk maken dat een vergelijkbare werknemer in dezelfde functie ook minder zou verdienen. Dat is in de praktijk lastig, zeker als je geen concrete vergelijkingsmateriaal aanlevert.

Denk je dat je minder kunt rekenen omdat je gepensioneerd bent? Deze uitspraak maakt duidelijk dat de Belastingdienst dat argument niet accepteert. Je pensioenstatus verandert niets aan de arbeidsrelatie met je BV. Zolang je werkzaamheden verricht voor de vennootschap, gelden de gebruikelijk loonregels gewoon.

Werk je écht maar een beperkt aantal uren? Dan kun je mogelijk een lager gebruikelijk loon onderbouwen op basis van deeltijd. Maar dan moet je dat wel kunnen aantonen, met urenregistraties, een functieomschrijving of andere concrete documentatie. Mondeling beweren dat je in deeltijd werkt is niet genoeg.

Voor oudere DGA’s die hun BV aanhouden na pensionering is dit een relevante waarschuwing. De combinatie van leeftijd, afgebouwd werk en lage salarisuitkering trekt makkelijk de aandacht van de Belastingdienst. En als je bij controle niet kunt onderbouwen waarom je minder dan de norm uitkeert, riskeer je een naheffing met mogelijk rente en boete.

Wat kun je doen?

Controleer eerst wat je jezelf dit jaar uitkeert vanuit je BV en vergelijk dat met het geldende normbedrag. Kom je daar onder? Dan is het verstandig om dit nu te laten beoordelen, voordat de Belastingdienst aan de bel trekt.

Wil je een lager gebruikelijk loon verdedigen op basis van deeltijdwerk, dan moet je dit goed documenteren. Begin met een heldere functieomschrijving en houd bij hoeveel uren je daadwerkelijk voor de BV werkt. Zorg dat dit aansluit op wat je aan de Belastingdienst kunt laten zien.

Het kan ook helpen om te kijken naar vergelijkbare functies op de arbeidsmarkt. Als jouw rol objectief gezien minder waard is dan het normbedrag, kan een arbeidsmarktonderzoek of salarisreferentie ondersteuning bieden. Dat is werk voor een fiscaal jurist die dit vaker heeft gedaan.

Laat je situatie in ieder geval tijdig doorlichten. Wacht niet tot er een boekenonderzoek is aangekondigd. Meer informatie over fiscale begeleiding voor ondernemers vind je op recht-zeker.nl/ondernemen/.

Veelgestelde vragen

Geldt het gebruikelijk loon ook als ik als DGA al met pensioen ben?

Ja, het gebruikelijk loon geldt voor elke DGA die werkzaamheden verricht voor zijn BV, ongeacht of hij gepensioneerd is. Pensioen is een persoonlijke omstandigheid die geen invloed heeft op de fiscale arbeidsrelatie met de vennootschap. Zolang je actief bent voor de BV, moet je een marktconform loon in aanmerking nemen.

Kan ik als DGA een lager gebruikelijk loon hanteren als ik in deeltijd werk?

Dat is in principe mogelijk, maar je moet het deeltijdwerk concreet kunnen aantonen met bijvoorbeeld urenregistraties of een functieomschrijving. Alleen stellen dat je in deeltijd werkt is onvoldoende; de bewijslast ligt bij de DGA. Zonder deugdelijke onderbouwing zal de Belastingdienst het volledige normbedrag hanteren.

Wat is het normbedrag voor het gebruikelijk loon in 2026?

In 2026 bedraagt het normbedrag voor het gebruikelijk loon 56.000 euro per jaar. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd. Wil je hieronder blijven, dan moet je aannemelijk maken dat het loon voor een vergelijkbare functie buiten de eigen vennootschap lager is.

Heb je vragen over het gebruikelijk loon als DGA? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.


Robin Lammers
 ·  Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
 ·  2026-07-23

De Rechtbank Den Haag heeft op 2 juli 2026 een duidelijke uitspraak gedaan over box 3 en het zogenoemde genietingsmoment. Een belastingplichtige betoogde dat er een aparte wettelijke bepaling nodig is om het moment van genieten van box 3-inkomen vast te stellen. De rechtbank wees dit argument af en bevestigde dat de bestaande systematiek rechtsgeldige grondslag biedt. Lees de volledige uitspraak op Rechtspraak.

Wat houdt dit in?

De box 3-heffing houdt in dat de inkomstenbelasting over inkomen uit sparen en beleggen forfaitair wordt berekend op basis van de waarde van jouw vermogen op 1 januari van het betreffende belastingjaar, de zogeheten peildatum.

De belastingplichtige in deze zaak voerde aan dat de wet geen duidelijke bepaling bevat over het genietingsmoment van dit inkomen. Dat is het moment waarop je geacht wordt het inkomen te hebben ontvangen. Zonder zo’n bepaling, zo was zijn redenering, ontbreekt er een wettelijke grondslag voor de heffing.

De rechtbank volgde dit niet. De heffingsgrondslag in box 3 is namelijk niet gekoppeld aan een daadwerkelijk genietingsmoment zoals bij loon of winst uit onderneming. Het inkomen wordt forfaitair vastgesteld op basis van de peildatum 1 januari. Dat maakt een afzonderlijke genietingsbepaling overbodig.

De systematiek van box 3 wijkt daarmee fundamenteel af van box 1 en box 2. In box 1 en 2 wordt gekeken naar wanneer je daadwerkelijk inkomen hebt genoten of een voordeel hebt gerealiseerd. Box 3 werkt anders: de wet koppelt het belastbare bedrag volledig aan het vermogen op één vaste peildatum per jaar.

Wat betekent dit voor jou?

Als ondernemer met privévermogen in box 3 is deze uitspraak relevant. Sommige belastingplichtigen proberen via procedurele of dogmatische argumenten de box 3-heffing aan te vechten, maar deze route slaagt niet. De rechtbank bevestigt dat de systematiek helder is en geen extra wettelijke verankering behoeft.

Heb je spaargeld, beleggingen of ander vermogen dat in box 3 valt, dan wordt de heffing bepaald door wat je op 1 januari hebt staan. Wat je daarna verdient of verliest in dat jaar doet voor de grondslag van dat jaar niets meer ter zake. Dit is een hardnekkig misverstand dat veel belastingplichtigen parten speelt bij hun bezwaar of aangifte.

Voor MKB-ondernemers die privé vermogen opbouwen, bijvoorbeeld via zakelijke winsten die ze naar privé overhevelen, is het dus cruciaal om tijdig na te denken over de samenstelling van hun vermogen vóór 1 januari. De peildatum is leidend, niet het moment van ontvangst of gebruik.

Heb je eerder bezwaar gemaakt op basis van vergelijkbare argumenten over het genietingsmoment in box 3? Dan is de kans groot dat dit bezwaar niet slaagt. De uitspraak van Rechtbank Den Haag sluit deze juridische weg in feite nadrukkelijk af.

Wat kun je doen?

Wil je de box 3-heffing aanvechten of beperken, dan moet je op andere gronden opereren. Denk aan het tegenbewijs-traject voor spaarders en beleggers die minder rendement halen dan het forfait veronderstelt. De Hoge Raad heeft eerder geoordeeld dat de forfaitaire heffing in bepaalde gevallen strijdig is met het eigendomsrecht uit het EVRM, en de overheid werkt inmiddels aan aanpassingen van het box 3-stelsel.

Wil je actief sturen op je box 3-positie, dan zijn dit de meest concrete stappen:

Controleer jaarlijks vóór 1 januari welk vermogen je op de peildatum hebt staan en of er fiscale optimalisaties mogelijk zijn, bijvoorbeeld door schulden in box 3 mee te laten tellen of vermogen te verschuiven naar een vrijgestelde categorie. Kijk ook of je in aanmerking komt voor de fiscale tegenbewijsregeling die inmiddels is ingevoerd voor jaren waarop de Hoge Raad-arresten betrekking hebben.

Heb je twijfels over je aangifte inkomstenbelasting of lopende bezwaarprocedure rondom box 3? Laat dit professioneel beoordelen voordat je procedeert op argumenten die de rechter al heeft afgewezen. Meer informatie over fiscale begeleiding voor ondernemers vind je op recht-zeker.nl/ondernemen/.

Veelgestelde vragen

Wat is de peildatum voor box 3 en waarom is die zo belangrijk?

De peildatum voor box 3 is 1 januari van het belastingjaar. Op die datum wordt de waarde van je vermogen vastgesteld, en op basis daarvan berekent de Belastingdienst het forfaitaire inkomen waarover je belasting betaalt. Wat je daarna doet met je vermogen heeft geen invloed meer op de heffing over dat jaar.

Moet er een genietingsmoment zijn voor de box 3-heffing?

Nee, dat heeft Rechtbank Den Haag op 2 juli 2026 bevestigd in de uitspraak met zaaknummer SGR 25/7270. Box 3-inkomen wordt forfaitair bepaald op basis van de peildatum 1 januari, en daar is geen afzonderlijk genietingsmoment voor nodig zoals bij loon of winst. De heffingsgrondslag is wettelijk voldoende verankerd via de peildatummethode.

Kan ik bezwaar maken tegen de box 3-heffing in 2026?

Ja, bezwaar maken tegen de box 3-heffing is mogelijk, maar je hebt wel een kansrijke grond nodig. Procederen op het argument dat het genietingsmoment ontbreekt, is volgens de rechter niet succesvol. Kansrijkere routes zijn het tegenbewijs-traject als je werkelijk rendement lager is dan het forfait, of een beroep op de jurisprudentie van de Hoge Raad over strijdigheid met het EVRM.

Heb je vragen over de box 3-heffing of je aangifte inkomstenbelasting? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.


Robin Lammers
 ·  Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
 ·  2026-07-22

Als directeur-grootaandeelhouder (DGA) moet je jezelf een gebruikelijk loon uitkeren. Slaag je er niet in om aan te tonen dat dit lager mag zijn dan het wettelijke normbedrag, dan houdt de Belastingdienst je aan dat normbedrag. Dat blijkt opnieuw uit een recente uitspraak van Rechtbank Gelderland van 10 juli 2026 (Rechtspraak).

Wat houdt dit in?

Het gebruikelijk loon DGA houdt in dat een directeur-grootaandeelhouder zichzelf minimaal een bepaald normbedrag aan loon moet uitkeren vanuit de eigen BV, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat een lager bedrag marktconform is.

In deze zaak stelde de Belastingdienst dat de DGA in kwestie te weinig loon had verantwoord. De belastingplichtige probeerde aannemelijk te maken dat zijn situatie een uitzondering rechtvaardigde — bijvoorbeeld vanwege de financiële positie van de BV of de aard van zijn werkzaamheden. De rechtbank ging daar niet in mee.

De reden: de DGA slaagde er simpelweg niet in om concrete feiten en omstandigheden aan te dragen die een lager loon dan het normbedrag onderbouwden. Algemene stellingen zijn niet genoeg. Je hebt harde, verifieerbare onderbouwing nodig.

Voor 2026 geldt een normbedrag van 56.000 euro als minimumgrens voor het gebruikelijk loon. Maar in veel gevallen ligt het vereiste loon hoger, namelijk op het niveau van het hoogste loon dat vergelijkbare werknemers bij dezelfde of een soortgelijke onderneming verdienen.

Wat betekent dit voor jou?

Als DGA draag jij de bewijslast als je een lager gebruikelijk loon wilt hanteren. Dat klinkt redelijk, maar in de praktijk struikelen veel ondernemers hierover. Het is niet genoeg om te zeggen dat de BV het financieel moeilijk heeft of dat jij slechts parttime werkt.

Je moet dat ook documenteren. Denk aan jaarrekeningen die de slechte financiële positie aantonen, salarisgegevens uit vergelijkbare branches, of een onderbouwde berekening van je werkuren. Ontbreekt die documentatie, dan heeft de Belastingdienst een sterke zaak.

Wat deze uitspraak extra relevant maakt: de rechtbank benadrukt impliciet dat een correctie op het gebruikelijk loon verstrekkende gevolgen heeft. Een hogere loonheffingsgrondslag leidt tot naheffingen loonheffingen, maar ook tot hogere inkomstenbelasting in box 1. De schade kan snel oplopen.

Dit geldt niet alleen voor de DGA zelf. Als adviseur of accountant die een BV begeleidt, is dit een signaal om de gebruikelijkloonbepaling van jouw cliënten regelmatig te toetsen. Zeker nu de Belastingdienst dit thema actief oppakt.

Wat kun je doen?

Eerst en vooral: controleer wat je jezelf dit jaar uitkeert en vergelijk dat met het geldende normbedrag en het markconforme loon. Als je lager zit, zorg dan dat je dat goed kunt onderbouwen voordat de inspecteur belt.

Heb je een afwijkend loon afgesproken op basis van de financiële situatie van de BV? Zorg dan dat je jaarrekeningen, liquiditeitsoverzichten en andere relevante stukken paraat hebt. Een mondelinge afspraak of een verwijzing naar de algemene situatie van de sector is onvoldoende bewijs.

Werk je parttime of voer je slechts beperkte werkzaamheden uit voor de BV? Leg dat dan vast. Schriftelijke vastlegging van de arbeidsverhouding, gecombineerd met een urenregistratie, versterkt jouw positie aanzienlijk.

Twijfel je of jouw huidige gebruikelijk loon houdbaar is bij een boekenonderzoek? Laat het dan tijdig toetsen. Wachten tot de inspecteur een naheffing oplegt kost je meer tijd, geld en stress dan een preventief gesprek. Meer informatie over fiscale begeleiding voor ondernemers vind je op recht-zeker.nl/ondernemen/.

Veelgestelde vragen

Wat is het gebruikelijk loon voor een DGA in 2026?

Het gebruikelijk loon voor een DGA bedraagt in 2026 minimaal 56.000 euro per jaar, tenzij het markconforme loon voor vergelijkbare functies lager ligt. In de meeste gevallen moet het loon gelijk zijn aan het loon van de meest vergelijkbare werknemer in loondienst. De Belastingdienst hanteert het hoogste van deze drie maatstaven als uitgangspunt.

Mag je als DGA een lager gebruikelijk loon hanteren als de BV verlieslatend is?

Ja, een lager gebruikelijk loon is mogelijk als de financiële situatie van de BV dat rechtvaardigt, maar je moet dat wel aannemelijk maken met concrete stukken. Denk aan jaarrekeningen die structurele verliezen aantonen en een onderbouwing waarom uitbetaling van het normbedrag de continuïteit van de onderneming in gevaar brengt. Losse stellingen zijn niet voldoende, zoals ook Rechtbank Gelderland in deze uitspraak bevestigde.

Wat zijn de gevolgen als mijn gebruikelijk loon te laag is vastgesteld?

Als de Belastingdienst concludeert dat je gebruikelijk loon te laag is, volgt er een naheffingsaanslag loonheffingen over het verschil. Daarnaast wordt het bedrag in box 1 van de inkomstenbelasting opgeteld bij je inkomen, wat leidt tot een hogere belastingschuld. In sommige gevallen kan de Belastingdienst ook een vergrijpboete opleggen als er sprake is van opzet of grove nalatigheid.

Heb je vragen over het gebruikelijk loon of een naheffing als DGA? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.