Robin Lammers
· Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
· 2026-09-01
Als DGA die ruimtes in zijn eigen woning verhuurt aan zijn BV, kun je onderdeel zijn van de fiscale eenheid btw. Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft dit recent bevestigd in een zaak waarbij een DGA zijn garage en werkruimtes ter beschikking stelde aan zijn vennootschap. Die uitspraak heeft directe gevolgen voor hoe jij als DGA je btw-positie moet beoordelen.
Wat houdt dit in?
Deelname aan de fiscale eenheid btw houdt in dat twee of meer belastingplichtigen voor de btw als één ondernemer worden beschouwd, waardoor onderlinge prestaties buiten de btw-heffing vallen.
In deze zaak verhuurde een DGA zijn garage en werkruimtes — gelegen bij en in zijn eigen woning — aan zijn BV. De belastingdienst betwistte aanvankelijk of de DGA daarmee zelfstandig deelnam aan het economische verkeer. Dat is namelijk een vereiste om als ondernemer voor de btw te kwalificeren, en dus om deel uit te kunnen maken van een fiscale eenheid btw.
De rechtbank oordeelde anders. Volgens Rechtbank Zeeland-West-Brabant handelt de DGA met deze verhuur wél zelfstandig en neemt hij wél deel aan het economische verkeer. Hij treedt op als verhuurder in een directe contractuele relatie met zijn BV, ontvangt daarvoor een vergoeding en draagt daarmee de kenmerken van een btw-ondernemer. De conclusie: de DGA maakt deel uit van de fiscale eenheid btw. Je kunt de volledige uitspraak raadplegen via Taxlive.
De kern van de redenering zit in de zelfstandigheid. De DGA handelt niet als werknemer of als aandeelhouder wanneer hij ruimtes verhuurt — hij treedt op als een zelfstandige verhuurder die een economische activiteit uitoefent. Dat is genoeg om de drempel voor btw-ondernemerschap te halen.
Wat betekent dit voor jou?
Als DGA die een werkkamer, garage of andere ruimte in zijn privéwoning ter beschikking stelt aan de eigen BV, is dit arrest direct relevant. Je btw-positie is namelijk niet zo eenduidig als je misschien dacht. De fiscus kan — of moet zelfs — jou als onderdeel van de fiscale eenheid btw beschouwen als aan de voorwaarden is voldaan.
Dat heeft praktische gevolgen. Als je deel uitmaakt van de fiscale eenheid btw, gelden onderlinge leveringen en diensten tussen jou en je BV niet als btw-belaste prestaties. Dat kan voordelig zijn, maar kan ook betekenen dat je btw-administratie en je verhuurovereenkomst kritisch tegen het licht moeten worden gehouden.
Omgekeerd geldt: als je buiten de fiscale eenheid valt terwijl je eigenlijk onderdeel zou moeten zijn, loop je het risico dat btw-verplichtingen verkeerd zijn ingevuld. Dat kan leiden tot naheffingen, rente en boetes. Zeker als je al jaren ruimtes verhuurt aan je BV zonder btw te berekenen of zonder de situatie formeel te hebben geregeld, is het verstandig om dit te laten toetsen.
Voor MKB-ondernemers met een BV-structuur is dit een duidelijk signaal: de ter beschikking stelling van ruimtes aan de eigen vennootschap is geen administratief detail, maar een situatie met btw-technische gevolgen die je serieus moet nemen.
Wat kun je doen?
Stap één is vaststellen of jouw situatie vergelijkbaar is met de zaak die voor de rechtbank lag. Stel jezelf de vraag: verhuur jij als DGA ruimtes aan je BV, ontvang je daarvoor een vergoeding en doe je dat op basis van een overeenkomst? Dan is de kans reëel dat jij ook als btw-ondernemer kwalificeert en onderdeel uitmaakt van de fiscale eenheid btw.
Stap twee is het controleren van je huidige btw-administratie. Heb je een huurovereenkomst met je BV opgesteld? Is de verhuur vrijgesteld of belast voor de btw? Heb je je aangemeld bij de Belastingdienst als onderdeel van een fiscale eenheid? Dat zijn allemaal vragen die nu beantwoord moeten worden, niet pas bij een boekenonderzoek.
Stap drie is professioneel advies inwinnen. De btw-regelgeving rondom fiscale eenheden en ter beschikking stelling is technisch. Een kleine fout in de structuur of administratie kan grote financiële gevolgen hebben. Meer informatie over fiscale en juridische begeleiding voor ondernemers vind je op recht-zeker.nl/ondernemen/.
Veelgestelde vragen
Wanneer ben je als DGA onderdeel van de fiscale eenheid btw?
Als DGA maak je deel uit van de fiscale eenheid btw als je zelfstandig economische activiteiten verricht en financieel, organisatorisch en economisch verweven bent met je BV. Het verhuren van ruimtes aan je BV tegen vergoeding kwalificeert als zo’n economische activiteit, zo bevestigde Rechtbank Zeeland-West-Brabant in 2026. Je hoeft niet als directeur-werknemer op te treden — de verhuuractiviteit op zichzelf kan al genoeg zijn.
Moet je btw berekenen over de verhuur van een werkruimte aan je eigen BV?
Verhuur van onroerende zaken is in beginsel vrijgesteld van btw. Maar als je deel uitmaakt van een fiscale eenheid btw, vallen onderlinge prestaties buiten de btw-heffing — je hoeft dan geen btw te berekenen over de huur die je BV aan jou betaalt. Is er geen fiscale eenheid, dan hangt het af van of je hebt geopteerd voor belaste verhuur. Het is cruciaal om dit vooraf goed te structureren.
Wat zijn de risico’s als je de btw-positie bij verhuur aan je BV niet goed regelt?
Als je btw-verplichtingen verkeerd zijn ingevuld — bijvoorbeeld omdat je ten onrechte buiten de fiscale eenheid bent gebleven of juist ten onrechte geen btw hebt afgedragen — kan de Belastingdienst naheffingen opleggen, verhoogd met belastingrente en eventueel een boete. Dit geldt met terugwerkende kracht over meerdere jaren. Tijdig laten controleren voorkomt veel ellende.
Heb je vragen over de fiscale eenheid btw en de verhuur van ruimtes aan je BV? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.
Robin Lammers
· Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
· 2026-09-01
Rechtbank Overijssel deed op 17 augustus 2026 uitspraak in een arbeidsrechtelijke zaak over een loonvordering. De kantonrechter oordeelde over de vraag of een werknemer recht had op achterstallig loon. Als je als werknemer of werkgever met een loongeschil te maken hebt, is het goed om te begrijpen wat zo’n uitspraak voor jouw situatie betekent. De uitspraak is gepubliceerd op Rechtspraak.
Wat houdt dit in?
Een loonvordering via de kantonrechter houdt in dat een werknemer via de rechter afdwingbaar recht opeist op uitbetaling van loon dat de werkgever heeft nagelaten te betalen.
In deze zaak behandelde de Rechtbank Overijssel een arbeidsgeschil waarbij de werknemer onbetaald loon opeiste. De kantonrechter is in Nederland bevoegd voor dit soort arbeidsrechtelijke geschillen, ongeacht de hoogte van het gevorderde bedrag. Dat maakt de procedure relatief toegankelijk en goedkoper dan een gewone civiele procedure.
Bij een loonvordering kijkt de rechter niet alleen of het loon is uitbetaald, maar ook of er grond was voor eventuele kortingen, inhoudingen of opschorting van loon. Werkgevers die zonder geldige reden loon inhouden, lopen bovendien het risico op een wettelijke verhoging van maximaal 50 procent over het achterstallige bedrag op grond van artikel 7:625 BW.
De uitspraak van Rechtbank Overijssel past in een breder beeld dat rechters in 2026 weinig ruimte laten aan werkgevers die betalingsverplichtingen traineren of ten onrechte opschorten. De rechter beoordeelt de feiten en bewijsstukken scherp, en bij twijfel telt de loonstrook of arbeidsovereenkomst als uitgangspunt.
Wat betekent dit voor jou?
Als werknemer heb je recht op tijdige en volledige uitbetaling van je loon. Wordt je loon structureel te laat betaald, gedeeltelijk ingehouden of helemaal niet overgemaakt? Dan kun je dit via de kantonrechter afdwingen. Je hoeft daarvoor geen advocaat in te schakelen — je mag jezelf vertegenwoordigen bij de kantonrechter, al is juridisch advies aan te raden zodra het ingewikkeld wordt.
Als werkgever is het belangrijk te weten dat je loon alleen onder heel specifieke omstandigheden mag opschorten of verrekenen. Denk aan een schriftelijk overeengekomen verrekenafspraak of een wettelijke grondslag. Doe je dit zonder geldige reden, dan risico je naast het achterstallige loon ook de wettelijke verhoging én wettelijke rente te moeten betalen.
Werkt jouw werknemer in Overijssel of een andere regio en loopt het geschil op? De bevoegde kantonrechter is in principe de rechter in de plaats waar de werknemer gewoonlijk zijn werk verricht. Dat is ook het geval bij thuiswerkers: de woon- of werkplaats is dan bepalend.
Ben je ZZP’er of schijnzelfstandige en wordt jouw beloning niet uitbetaald? Ook dan kan er sprake zijn van een loonvordering, zeker als achteraf blijkt dat er feitelijk een arbeidsovereenkomst bestond. In 2026 speelt dit thema volop door de handhaving op schijnzelfstandigheid.
Wat kun je doen?
Ontvang je als werknemer geen of te weinig loon, zet dan je stappen zo snel mogelijk. Hoe langer je wacht, hoe lastiger het bewijs en hoe meer achterstallig loon zich opstapelt zonder dat je actie onderneemt.
Begin met een schriftelijke aanmaning aan je werkgever. Stel daarin een concrete betalingstermijn (zeven tot veertien dagen is gebruikelijk) en maak duidelijk dat je juridische stappen overweegt als er niet wordt betaald. Bewaar deze aanmaning goed, want de rechter wil zien dat je geprobeerd hebt het buiten de rechtszaal op te lossen.
Verzamel daarna je bewijsstukken: arbeidsovereenkomst, loonstroken, bankafschriften waarop betalingen ontbreken en alle correspondentie met je werkgever. Een goed gedocumenteerd dossier is de basis van een sterke loonvordering bij de kantonrechter.
Wil je weten of jouw situatie kans van slagen heeft, of wat de wettelijke verhoging voor jou kan betekenen? Op recht-zeker.nl/werk-en-inkomen/ vind je meer informatie over arbeidsrechtelijke geschillen en loonvorderingen. Een korte check door een specialist kan je veel tijd en frustratie besparen.
Veelgestelde vragen
Kan ik achterstallig loon opeisen via de rechter?
Ja, je kunt achterstallig loon vorderen via de kantonrechter. De procedure is relatief eenvoudig en je hebt geen advocaat nodig. Als de rechter jouw vordering toewijst, kan hij ook een wettelijke verhoging van maximaal 50 procent toekennen op het bedrag dat te laat of niet is betaald.
Wat is de wettelijke verhoging bij te laat uitbetaald loon?
De wettelijke verhoging bij te laat uitbetaald loon is geregeld in artikel 7:625 BW en bedraagt maximaal 50 procent van het achterstallige loon. De rechter kent deze verhoging toe naast het openstaande loon en eventuele wettelijke rente. De verhoging geldt pas als de werkgever te laat is met betaling en de werknemer daar aanspraak op maakt.
Hoe lang mag een werkgever loon inhouden?
Een werkgever mag loon in principe niet inhouden, tenzij er een uitdrukkelijke wettelijke grondslag of een schriftelijke verrekenafspraak in de arbeidsovereenkomst bestaat. Houdt een werkgever loon in zonder geldige reden, dan kan de werknemer dit direct via de kantonrechter opeisen, inclusief de wettelijke verhoging en rente.
Heb je vragen over een loonvordering of een ander arbeidsrechtelijk geschil? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.
Robin Lammers
· Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
· 2026-09-01
Een dealer die een auto verkoopt die niet aan de overeenkomst voldoet, moet de schade vergoeden. Dat bevestigde Rechtbank Overijssel op 18 augustus 2026 in een zaak waarbij een koper met een non-conforme auto bleef zitten. Deze uitspraak is een duidelijk signaal voor zowel consumenten als autodealers: conformiteit is geen bijzaak, het is een wettelijke verplichting.
Wat houdt dit in?
Non-conformiteit houdt in dat een geleverd product niet voldoet aan de eigenschappen die de koper op basis van de koopovereenkomst redelijkerwijs mocht verwachten. In dit geval ging het om een auto die niet de kwaliteit of staat had die de koper mocht verwachten op het moment van aankoop.
De rechtbank oordeelde dat de gedaagde, de verkopende partij, tekortgeschoten was in de nakoming van de koopovereenkomst. Omdat de auto niet conform was, had de koper recht op schadevergoeding. De dealer kon zich niet vrijpleiten door te verwijzen naar een algemene disclaimerclausule of mondeling voorbehoud.
Dit sluit aan op artikel 7:17 van het Burgerlijk Wetboek, dat bepaalt dat een gekochte zaak aan de overeenkomst moet beantwoorden. Is dat niet het geval, dan is de verkoper aansprakelijk voor de schade die de koper daardoor lijdt. Dat geldt voor zowel nieuwe als gebruikte voertuigen.
Wat betekent dit voor jou?
Ben je een consument die recent een auto heeft gekocht en stuit je op gebreken die de verkoper niet heeft gemeld? Dan heb je in veel gevallen recht op herstel, vervanging of schadevergoeding. De uitspraak van Rechtbank Overijssel laat zien dat rechters dit serieus nemen en dealers aanspreken op hun verantwoordelijkheid.
Als autodealer of importeur is deze uitspraak een duidelijke waarschuwing. Het is niet genoeg om te zeggen dat een auto verkocht wordt “zoals hij is”. Als jij weet, of had moeten weten, dat er gebreken zijn, of als de auto niet voldoet aan wat redelijkerwijs verwacht mag worden, loop je het risico op een schadevergoedingsclaim. Transparantie bij de verkoop is geen optie, het is een vereiste.
Voor leasebedrijven en occasionhandelaren geldt hetzelfde. Ook bij verkoop tussen bedrijven onderling kunnen conformiteitsvereisten een rol spelen, afhankelijk van wat er in de overeenkomst is afgesproken en wat partijen over en weer mochten verwachten.
Wat kun je doen?
Als koper is de eerste stap: leg de gebreken schriftelijk vast en meld ze zo snel mogelijk bij de verkoper. Wacht niet te lang, want je hebt een wettelijke klachtplicht. Doe je dat te laat, dan kan de rechter oordelen dat je je rechten deels hebt verspeeld.
Geef de verkoper vervolgens de kans om het gebrek te herstellen of de auto te vervangen. Reageert hij niet of weigert hij, dan kun je de overeenkomst ontbinden of schadevergoeding eisen. Zorg dat je alle communicatie bewaart: e-mails, appberichten, facturen en eventuele keuringsrapporten zijn waardevol bewijs.
Als dealer doe je er verstandig aan om je verkoopprocessen te controleren. Zorg dat gebreken bij gebruikte voertuigen duidelijk worden gedocumenteerd en dat kopers daar aantoonbaar van op de hoogte zijn gesteld. Onvolledige of misleidende informatieverstrekking kan je duur komen te staan.
Wil je weten of jouw situatie vergelijkbaar is met deze zaak, of hoe je jouw rechten of verweer het beste kunt onderbouwen? Bekijk dan onze pagina over automotive recht voor meer informatie over voertuiggeschillen en non-conformiteit.
Veelgestelde vragen
Wat is non-conformiteit bij de aankoop van een auto?
Non-conformiteit bij de aankoop van een auto betekent dat de auto niet voldoet aan de eigenschappen die de koper op basis van de koopovereenkomst redelijkerwijs mocht verwachten. Denk aan verborgen gebreken, een andere kilometerstand dan opgegeven, of schade die niet is gemeld. Op grond van artikel 7:17 BW heeft de koper dan recht op herstel, vervanging of schadevergoeding.
Kan een autodealer aansprakelijk zijn voor een non-conforme auto?
Ja, een autodealer is aansprakelijk als de verkochte auto niet voldoet aan de overeenkomst. Dit geldt ook als de dealer zegt dat de auto wordt verkocht “in de huidige staat”. Als de koper redelijkerwijs bepaalde eigenschappen mocht verwachten en die ontbreken, kan de dealer verplicht worden schadevergoeding te betalen. Rechtbank Overijssel bevestigde dit in augustus 2026 nog eens expliciet.
Hoe lang heb ik de tijd om te klagen over gebreken aan mijn auto?
Je moet gebreken binnen bekwame tijd melden nadat je ze hebt ontdekt of redelijkerwijs had kunnen ontdekken. In de praktijk wordt twee maanden als een veilige termijn beschouwd voor consumenten. Wacht je te lang, dan kan de rechter oordelen dat je je recht op schadevergoeding of ontbinding hebt verspeeld. Meld gebreken dus altijd schriftelijk en zo snel mogelijk.
Heb je vragen over non-conformiteit bij een auto of een voertuiggeschil met een dealer? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.
Robin Lammers
· Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
· 2026-08-31
Rechtbank Den Haag heeft geoordeeld dat een belastingplichtige een factuur van maar liefst € 2,2 miljoen niet in aftrek mag brengen als zakelijke kosten. De reden: hij kon niet aantoonbaar maken dat de kosten daadwerkelijk zijn gemaakt én dat ze een zakelijk karakter hadden. Dit is een harde les over kostenaftrek en bewijslast die voor iedere ondernemer relevant is. Lees de uitspraak via Taxlive.
Wat houdt dit in?
Kostenaftrek in de vennootschaps- of inkomstenbelasting houdt in dat je zakelijke uitgaven van je belastbare winst mag aftrekken, mits je aannemelijk kunt maken dat die kosten daadwerkelijk zijn gemaakt én een zakelijk doel dienen.
In deze zaak lag er een factuur van € 2,2 miljoen op tafel. Groot bedrag, maar de onderbouwing ontbrak volledig. De belastingplichtige kon tegenover de inspecteur niet aantonen dat er werkelijk prestaties waren geleverd die deze factuur rechtvaardigden. Evenmin was duidelijk waarvoor het bedrag precies werd betaald en of dat überhaupt een zakelijke grondslag had.
De inspecteur weigerde de aftrek en de rechtbank gaf hem gelijk. Een ongebruikelijke factuur — groot bedrag, weinig specificatie, twijfelachtige zakelijkheid — is zonder deugdelijk bewijs simpelweg niet aftrekbaar. De bewijslast ligt bij jou als ondernemer, niet bij de Belastingdienst.
Dit klinkt misschien als een uitzonderingssituatie, maar vergis je niet. De Belastingdienst let steeds scherper op hoge of ongebruikelijke kostenposten, zeker als de zakelijkheid niet direct voor de hand ligt.
Wat betekent dit voor jou?
Als MKB-ondernemer betaal je misschien regelmatig facturen aan leveranciers, adviseurs of samenwerkingspartners. Zolang die kosten duidelijk zakelijk zijn en goed gedocumenteerd, is er niets aan de hand. Maar zodra een factuur groot is, weinig gespecificeerd of afkomstig van een partij waarmee de zakelijke relatie niet helder is, loop je risico.
De kern van dit vonnis is dat een factuur op zichzelf geen bewijs is. Een factuur is een document dat iemand kan opstellen. Wat telt, is of de onderliggende prestatie daadwerkelijk heeft plaatsgevonden en of die prestatie zakelijk relevant is voor je onderneming. Ontbreekt dat bewijs, dan is aftrek van de kosten niet mogelijk.
Dit speelt met name bij betalingen aan gelieerde partijen, buitenlandse dienstverleners of bij zogenaamde managementfees en consultancyvergoedingen waar geen duidelijke tegenprestatie tegenover staat. Juist bij die soort kostenposten vraagt de Belastingdienst steeds vaker om onderbouwing.
Voor directeur-grootaandeelhouders (DGA’s) is dit extra relevant. Betalingen tussen een holding en een werkmaatschappij, of tussen een BV en privé, worden nauwkeurig bekeken. Een factuur sturen is niet genoeg; er moet een reële dienst of prestatie tegenover staan.
Wat kun je doen?
Zorg dat je administratie op orde is. Dat klinkt simpel, maar in de praktijk schiet het er bij veel ondernemers bij in. Leg per kostenpost vast wat er is geleverd, door wie, wanneer en waarvoor. Bewaar niet alleen de factuur, maar ook offertes, contracten, e-mailcorrespondentie, rapporten of andere stukken die aantonen dat er daadwerkelijk iets is gepresteerd.
Is een kostenpost hoog of ongebruikelijk? Documenteer dan extra zorgvuldig. Beschrijf wat de zakelijke noodzaak is, waarom dit bedrag marktconform is en wat jouw onderneming ermee heeft bereikt. Hoe meer bewijs, hoe sterker je positie bij een eventuele controle.
Betaal je regelmatig managementfees of consultancyvergoedingen aan gelieerde partijen? Laat dan een schriftelijke overeenkomst opstellen die de diensten en de vergoeding beschrijft. En zorg dat die diensten ook feitelijk worden verleend en aantoonbaar zijn.
Twijfel je of een bepaalde kostenpost standhoudend aftrekbaar is, of loop je al tegen een vraag van de Belastingdienst aan? Bekijk dan wat Recht Zeker Advies voor ondernemers kan betekenen. Voorkomen is beter dan achteraf herstellen.
Veelgestelde vragen
Wanneer mag je een factuur aftrekken als zakelijke kosten?
Een factuur is aftrekbaar als zakelijke kosten als je aannemelijk kunt maken dat de onderliggende prestatie daadwerkelijk is geleverd én dat de kosten een zakelijk doel dienen. Alleen een factuur in de administratie hebben is niet voldoende; je moet ook de werkelijkheid achter die factuur kunnen onderbouwen met contracten, correspondentie of andere bewijsstukken.
Wat doet de Belastingdienst als een factuur ongebruikelijk hoog is?
Bij een ongebruikelijk hoge factuur zal de Belastingdienst bij een controle vragen om onderbouwing van de zakelijkheid en de werkelijkheid van de kosten. Als die onderbouwing ontbreekt, kan de inspecteur de aftrek weigeren. De bewijslast ligt bij de ondernemer, niet bij de Belastingdienst.
Kan de Belastingdienst kostenaftrek weigeren als ik een factuur heb betaald?
Ja, dat kan. Betaling van een factuur bewijst niet automatisch dat de kosten zakelijk zijn of dat er een reële prestatie tegenover stond. Rechtbank Den Haag bevestigde in 2026 nogmaals dat de inspecteur aftrek terecht kan weigeren als de zakelijkheid en de werkelijkheid van de kosten onvoldoende zijn aangetoond, ook als de factuur feitelijk is betaald.
Heb je vragen over kostenaftrek of de zakelijkheid van facturen in jouw onderneming? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.
Robin Lammers
· Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
· 2026-08-31
Je werkgever heeft financiële problemen en betaalt je salaris niet. Dat is een vervelende situatie, maar het is goed om te weten: betalingsonmacht is geen geldig excuus. De Rechtbank Noord-Nederland bevestigde dit op 21 augustus 2026 in een duidelijke uitspraak — de loonvordering van de werknemer werd volledig toegewezen.
Wat houdt dit in?
Betalingsonmacht als werkgever houdt in dat een werkgever stelt het overeengekomen loon niet te kunnen voldoen vanwege financiële problemen, maar dit ontslaat hem juridisch niet van zijn loondoorbetalingsverplichting.
In deze zaak (Rechtspraak, ECLI:NL:RBNNE:2026:3713) vorderde een werknemer zijn achterstallig salaris bij de kantonrechter. De werkgever voerde aan dat hij het geld simpelweg niet had. De rechter ging daar niet in mee.
Het uitgangspunt in het arbeidsrecht is helder: als een werknemer arbeid verricht of beschikbaar is om arbeid te verrichten, heeft hij recht op loon. Dat recht bestaat ongeacht de financiële situatie van de werkgever. Liquiditeitsproblemen, oplopende schulden of een teruglopende omzet veranderen daar niets aan.
De rechter wees de loonvordering toe, inclusief de wettelijke verhoging op grond van artikel 7:625 BW. Die wettelijke verhoging kan oplopen tot 50% van het verschuldigde loon en dient als prikkel voor werkgevers om snel te betalen. In de praktijk wordt die verhoging door de rechter soms gematigd, maar in dit geval had de werkgever geen sterk verweer.
Wat betekent dit voor jou?
Als werknemer weet je nu dat een beroep van je werkgever op geldgebrek juridisch geen stand houdt. Je hoeft dit niet te accepteren. Je hebt recht op je loon, en als de betaling uitblijft, kun je daar actie op ondernemen.
Belangrijk om te weten: hoe langer je wacht, hoe groter het risico dat je werkgever in de tussentijd failliet gaat. Bij een faillissement neemt het UWV de loonbetaling over via de loongarantieregeling, maar dat traject heeft beperkingen en is niet altijd volledig dekkend. Snel handelen is dus in jouw belang.
Als werkgever is de boodschap even duidelijk. Financiële problemen zijn een bedrijfsrisico, geen reden om loonbetalingen op te schorten. Als je als werkgever weet dat betalingen dreigen uit te lopen, is het verstandig om vroegtijdig juridisch advies in te winnen over herstructurering, surseance van betaling of andere opties. Wachten tot een werknemer naar de rechter stapt, is de duurste keuze.
Voor werknemers in sectoren waar werkgevers vaker in financiële zwaar weer verkeren, zoals de bouw, horeca of transport, is dit extra relevant. Achterstallig loon is een veelvoorkomend probleem en de rechtbank stelt werknemers consequent in het gelijk.
Wat kun je doen?
Ontvang je je salaris niet op tijd of helemaal niet? Zet dan zo snel mogelijk de volgende stappen.
Stuur je werkgever eerst een schriftelijke aanmaning. Geef daarin een duidelijke betalingstermijn op — vijf tot tien werkdagen is gebruikelijk. Bewaar alle correspondentie, want die heb je nodig als je naar de rechter stapt.
Reageert je werkgever niet of blijft betaling uit? Dan kun je een loonvorderingsprocedure starten bij de kantonrechter. Dit kan relatief snel en de drempel is laag. Naast het achterstallige salaris kun je ook aanspraak maken op de wettelijke verhoging van maximaal 50% en de wettelijke rente.
Vermoed je dat je werkgever op het punt van faillissement staat? Meld je dan ook bij het UWV voor de loongarantieregeling. Die regeling dekt het loon tot maximaal dertien weken voor de faillissementsdatum, plus opgebouwde vakantiedagen en vakantiegeld.
Wil je weten hoe sterk jouw positie is of hoe je de procedure het beste aanpakt? Kijk dan op recht-zeker.nl/werk-en-inkomen/ voor meer informatie over loonvorderingen en arbeidsrechtelijke geschillen.
Veelgestelde vragen
Mag een werkgever salaris niet betalen vanwege financiële problemen?
Nee, een werkgever mag het salaris niet achterhouden vanwege betalingsonmacht. Financiële problemen zijn een bedrijfsrisico en geen juridische grond om de loonbetaling op te schorten. De werknemer behoudt volledig recht op zijn loon, ongeacht de financiële situatie van de werkgever. De Rechtbank Noord-Nederland bevestigde dit op 21 augustus 2026 in een loonvorderingsprocedure.
Wat is de wettelijke verhoging bij te laat uitbetaald salaris?
De wettelijke verhoging bij te laat uitbetaald salaris is geregeld in artikel 7:625 BW en kan oplopen tot 50% van het verschuldigde loon. De verhoging begint op te lopen na de derde werkdag dat het loon niet is betaald. De rechter heeft de bevoegdheid om deze verhoging te matigen, maar die matiging is niet vanzelfsprekend.
Wat als mijn werkgever failliet gaat voordat ik mijn loon heb ontvangen?
Als je werkgever failliet gaat voordat jouw loonvordering is betaald, kun je een beroep doen op de loongarantieregeling van het UWV. Het UWV neemt dan de loonbetaling over voor maximaal dertien weken voorafgaand aan de faillissementsdatum, plus vakantiedagen en vakantiegeld. Het is verstandig je aanvraag zo snel mogelijk na het faillissement in te dienen, omdat er termijnen gelden.
Heb je vragen over een loonvordering of achterstallig salaris? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.
Robin Lammers
· Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
· 2026-08-31
Rijden met een geschorst voertuig op de openbare weg heeft directe gevolgen voor je motorrijtuigenbelasting (MRB). Rechtbank Gelderland bevestigde op 28 augustus 2026 in Rechtspraak dat de Belastingdienst terecht een naheffing MRB heeft opgelegd. Het beroep van de belastingplichtige werd volledig ongegrond verklaard.
Wat houdt dit in?
Een MRB-schorsing houdt in dat je tijdelijk geen motorrijtuigenbelasting hoeft te betalen, maar als tegenprestatie het voertuig ook niet op de openbare weg mag gebruiken.
Stel: je legt je auto stil voor de winter, voor een langdurige reparatie, of omdat je het voertuig tijdelijk niet gebruikt. Je kunt dan via de RDW een schorsing aanvragen. Zolang de schorsing actief is, betaal je geen MRB. Dat klinkt aantrekkelijk, maar er zit een strikte voorwaarde aan vast.
Die voorwaarde is helder: het voertuig mag tijdens de schorsingsperiode de openbare weg niet op. Niet even om de hoek, niet voor een snelle boodschap. De Belastingdienst kan via cameraregistraties, kentekenscanners of andere controles vaststellen of een geschorst voertuig toch is gesignaleerd op de openbare weg.
In deze zaak bij Rechtbank Gelderland was dat precies wat er speelde. Het voertuig was gesignaleerd tijdens de schorsingsperiode. De Belastingdienst legde een naheffing MRB op, en de belastingplichtige ging in beroep. De rechtbank volgde de inspecteur volledig: het gebruik van de openbare weg tijdens schorsing is bewezen, de naheffing is terecht.
Wat betekent dit voor jou?
Als consument of autobezitter is dit een duidelijk signaal. Een MRB-schorsing biedt belastingvoordeel, maar je neemt ook een risico als je het voertuig toch gebruikt. De Belastingdienst beschikt over steeds betere detectiemiddelen, en rechters staan achter de naheffing als gebruik vaststaat.
De naheffing bij gebruik tijdens schorsing is niet beperkt tot één dag. De Belastingdienst rekent in de regel het MRB-tarief terug tot aan het begin van de schorsingsperiode, of heft over het tijdvak waarbinnen het gebruik is vastgesteld. Daar kunnen ook boetes bij komen.
Voor autodealers en importeurs geldt een vergelijkbaar aandachtspunt bij demonstratievoertuigen, inruilers of voertuigen op het terrein die tijdelijk zijn geschorst. Als zo’n voertuig toch de openbare weg op gaat, ook voor een proefrit of transport, riskeer je een naheffing.
Heb je een bedrijf in de automotive sector en beheer je meerdere voertuigen? Dan is het verstandig een intern beleid te voeren: schorsingen bijhouden, duidelijk communiceren welke voertuigen niet gebruikt mogen worden, en logboeken bijhouden van voertuigbewegingen.
Wat kun je doen?
Controleer regelmatig welke voertuigen in jouw bezit of bedrijf een actieve schorsing hebben. Dit is eenvoudig te verifiëren via het RDW-kentekenregister. Zorg dat je interne administratie aansluit op de schorsingsperiodes die je hebt aangevraagd.
Ben je het niet eens met een naheffing MRB wegens gebruik tijdens schorsing? Dan heb je bezwaar- en beroepsmogelijkheden. Deze zaak laat zien dat de lat hoog ligt: je zult aannemelijk moeten maken dat het voertuig de openbare weg niet heeft gebruikt, of dat de registratie onjuist is.
Heb je al een naheffing ontvangen en twijfel je of die terecht is? Laat de situatie dan beoordelen door een specialist. Er zijn gevallen denkbaar waarbij de registratie een fout betreft, of waarbij omstandigheden een ander licht werpen op de situatie. Maar dat vereist een scherpe en tijdige aanpak.
Meer weten over jouw rechten en plichten rondom voertuigbelastingen en automotive recht? Bekijk het overzicht op recht-zeker.nl/automotive-recht/.
Veelgestelde vragen
Wat gebeurt er als je rijdt met een geschorst voertuig?
Als je rijdt met een voertuig dat is geschorst voor de motorrijtuigenbelasting, kan de Belastingdienst een naheffing MRB opleggen over de schorsingsperiode. Bovendien riskeer je een boete. Rechtbank Gelderland bevestigde in augustus 2026 dat zo’n naheffing terecht is zodra gebruik van de openbare weg vaststaat.
Hoe weet de Belastingdienst of een geschorst voertuig op de weg rijdt?
De Belastingdienst maakt gebruik van kentekenscanners, trajectcontroles en cameraregistraties om te controleren of geschorste voertuigen op de openbare weg rijden. Zodra een kentekenregistratie op de openbare weg wordt vastgesteld tijdens een actieve schorsingsperiode, is dat voor de Belastingdienst voldoende bewijs voor een naheffing.
Kan ik bezwaar maken tegen een naheffing MRB tijdens schorsing?
Ja, je kunt bezwaar maken bij de Belastingdienst en daarna beroep instellen bij de rechtbank. Maar de bewijslast ligt bij jou: je zult aannemelijk moeten maken dat het voertuig de openbare weg niet heeft gebruikt, of dat de kentekensignalering op een fout berust. Laat je in dat geval tijdig begeleiden door een fiscaal jurist, want de termijnen voor bezwaar zijn kort.
Heb je vragen over een naheffing motorrijtuigenbelasting of een geschorst voertuig? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.
Robin Lammers
· Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
· 2026-08-28
Kosten aftrekken in de vennootschapsbelasting lukt alleen als je kunt bewijzen dat ze echt zijn gemaakt én zakelijk zijn. De Rechtbank Den Haag maakte dat op 21 juli 2026 opnieuw duidelijk in een zaak over gefactureerde kosten die de fiscus niet accepteerde. Het vonnis raakt direct aan hoe je als ondernemer omgaat met kostenaftrek en de bewijslast in een belastinggeschil.
Wat houdt dit in?
Kostenaftrek in de vennootschapsbelasting houdt in dat een vennootschap zakelijke uitgaven van de winst mag aftrekken, mits zij aannemelijk maakt dat die kosten daadwerkelijk zijn gemaakt en een zakelijk karakter hebben.
In deze zaak draaide het om een eiseres die een gefactureerd bedrag in aftrek wilde brengen op haar vennootschapsbelasting (Vpb) over 2020 en 2021. De inspecteur weigerde die aftrek. De rechtbank gaf de Belastingdienst gelijk.
De reden is simpel maar hard: de eiseres kon niet aannemelijk maken dat de kosten op de factuur echt waren gemaakt. Laat staan dat ze kon aantonen dat de kosten zakelijk waren. En dat tweede vereiste, het zakelijkheidscriterium, weegt zwaar in de vennootschapsbelasting.
De rechtbank oordeelde ook dat er geen aanleiding was voor verdere vermindering van de aanslagen Vpb over 2020 en 2021. Wel moet de inspecteur de in rekening gebrachte belastingrente verminderen. De volledige uitspraak is te lezen via Rechtspraak.
Wat betekent dit voor jou?
Als MKB-ondernemer met een BV of NV betekent deze uitspraak dat je je kostenonderbouwing serieus moet nemen. Een factuur alleen is niet voldoende bewijs. De Belastingdienst kan altijd vragen: is dit bedrag echt betaald, en wat was het zakelijke doel?
Dat geldt extra sterk bij facturen van gelieerde partijen, zoals een zustervennootschap, een aandeelhouder of een persoon met wie je een nauwe relatie hebt. Bij dit soort transacties is de kans op kritische vragen van de inspecteur aanzienlijk groter. De bewijslast ligt dan nog steviger bij jou.
Ook als je al een aanslag hebt ontvangen en die aanvecht, maakt deze uitspraak duidelijk dat rechters niet snel meegaan zonder concreet bewijs. Procederen zonder goede documentatie is een dure gok.
Gaat het om kosten waarover discussie is ontstaan, dan is het belangrijk te weten dat de belastingrente in dit soort zaken soms wél succesvol kan worden aangevochten, zelfs als de aftrek zelf niet slaagt. Dat is een klein maar relevant detail dat je niet moet laten liggen.
Wat kun je doen?
Zorg dat je voor elke kostenpost in je aangifte vennootschapsbelasting twee vragen kunt beantwoorden: is de betaling aantoonbaar gedaan, en wat was het zakelijke belang? Een factuur is het startpunt, niet het eindpunt van je bewijs.
Leg betalingsbewijzen vast, bewaar e-mails of contracten die de zakelijke achtergrond van een uitgave staven, en documenteer bij ongebruikelijke transacties altijd de reden. Dit hoeft niet omvangrijk te zijn, maar het moet er zijn als de Belastingdienst ernaar vraagt.
Ben je al verwikkeld in een Vpb-geschil over geweigerde kostenaftrek, laat dan beoordelen of de belastingrente correct is berekend. De rechtbank verlaagde die in deze zaak alsnog, wat laat zien dat dit een separate punt van aanval kan zijn.
Wil je weten hoe je kostenaftrek binnen de vennootschapsbelasting correct opbouwt en onderbouwt? Kijk dan op de ondernemerspagina van Recht Zeker Advies voor meer informatie en begeleiding.
Veelgestelde vragen
Wanneer mag je kosten aftrekken in de vennootschapsbelasting?
Kosten zijn aftrekbaar in de vennootschapsbelasting als je kunt aantonen dat ze daadwerkelijk zijn gemaakt en dat ze een zakelijk karakter hebben. Een factuur alleen is niet voldoende; je moet ook kunnen bewijzen dat de betaling heeft plaatsgevonden en wat het zakelijke doel was. Ontbreekt dat bewijs, dan weigert de Belastingdienst de aftrek en bevestigt de rechter die weigering.
Wat is de bewijslast bij een geschil over kostenaftrek Vpb?
Bij een geschil over kostenaftrek in de vennootschapsbelasting ligt de bewijslast bij de belastingplichtige. Je moet aannemelijk maken dat de kosten zijn gemaakt en zakelijk zijn. In sommige gevallen, zoals bij een omkering van de bewijslast, moet je dat zelfs doen blijken, wat een nog zwaardere standaard is.
Kan ik belastingrente terugkrijgen als mijn aanslag Vpb wordt verminderd?
Ja, als een aanslag vennootschapsbelasting wordt verminderd, moet de Belastingdienst ook de in rekening gebrachte belastingrente verlagen. De Rechtbank Den Haag oordeelde in juli 2026 dat de inspecteur dit alsnog moest doen, ook in een zaak waarbij de gevraagde kostenaftrek zelf niet werd toegestaan. Het is dus altijd de moeite waard om de belastingrente apart te laten beoordelen.
Wat gebeurt er als ik geen bewijs heb voor kosten die ik heb opgevoerd in mijn Vpb-aangifte?
Als je geen bewijs kunt overleggen voor kosten in je aangifte vennootschapsbelasting, zal de Belastingdienst de aftrek weigeren. De rechter volgt die weigering als jij niet alsnog aannemelijk kunt maken dat de kosten zijn gemaakt en zakelijk zijn. Je loopt dan het risico op een hogere belastingaanslag én mogelijk belastingrente over het gecorrigeerde bedrag.
Heb je vragen over kostenaftrek in de vennootschapsbelasting of een geschil met de Belastingdienst over je Vpb-aanslag? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.
Robin Lammers
· Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
· 2026-08-28
Onverzekerd rondrijden met je voertuig kan je duur komen te staan — ook als je er zelf niet van wist. De Rechtbank Noord-Nederland bevestigde op 7 augustus 2026 in Rechtspraak dat onwetendheid geen geldig excuus is voor het rijden zonder verzekering. Of je het nou wist of niet: de sanctie blijft staan.
Wat houdt dit in?
Onverzekerd rijden houdt in dat je met een motorrijtuig op de openbare weg rijdt zonder de wettelijk verplichte WA-verzekering te hebben afgesloten én in stand te houden.
In deze zaak voerde de betrokkene aan dat hij niet wist dat zijn voertuig onverzekerd was. Op het eerste gezicht klinkt dat begrijpelijk. Maar de rechter ging daar niet in mee. Onder de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) geldt een strikte aansprakelijkheid: de bestuurder is verantwoordelijk voor de verzekeringsstatus van zijn voertuig, ongeacht of hij persoonlijk op de hoogte was.
Dat is geen detail. De Wahv legt de plicht bij de kentekenhouder én de bestuurder om te controleren of een voertuig verzekerd is vóórdat ermee de openbare weg op wordt gegaan. Niet weten is in juridische zin geen excuus — en dit vonnis maakt dat opnieuw pijnlijk duidelijk.
De rechtbank benadrukt ook expliciet dat onverzekerd rondrijden grote gevolgen met zich meebrengt. Niet alleen voor jezelf, maar zeker ook voor anderen. Als je schade veroorzaakt zonder verzekering, draai jij persoonlijk op voor alle kosten — en die kunnen enorm oplopen.
Wat betekent dit voor jou?
Als particuliere automobilist is de boodschap simpel: controleer altijd of je verzekering actief is. Zeker bij wisseling van verzekeraar, aankoop van een tweedehands voertuig of overname van een voertuig uit een nalatenschapcontext kan er een verzekeringsgat ontstaan. Dat gat is jouw probleem.
Voor autodealers en importeurs is dit vonnis een extra signaal. Wanneer een voertuig tijdelijk op kenteken staat bij de dealer — bijvoorbeeld voor demonstratie of proefrit — moet de verzekeringsdekking kloppen. Klanten die zonder jouw medeweten een proefrit maken met een onverzekerd voertuig, kunnen claims bij jou neerleggen. Zorg dat je administratie én je verzekeringsportefeuille op orde zijn.
Rijdt jij als werknemer in een leaseauto of bedrijfswagen? Dan is de verantwoordelijkheid voor de verzekering doorgaans bij de werkgever of leasemaatschappij. Maar controleer dat. Als jij achter het stuur zit en de politie stopt je met een onverzekerd voertuig, kan de sanctie alsnog op jou worden verhaald.
Koopt of verkoopt je een voertuig privé? Zorg dan dat de verzekering direct na de eigendomsoverdracht geregeld is. Rijden op de verzekering van de vorige eigenaar is niet toegestaan en levert dezelfde problemen op als helemaal geen verzekering hebben.
Wat kun je doen?
Controleer vandaag nog de verzekeringsstatus van elk voertuig dat op jouw naam staat. Dat kan via het Kentekenregister van de RDW of via je eigen verzekeraar. Het kost je twee minuten en voorkomt een boete die al snel honderden euro’s bedraagt — plus de risico’s als er daadwerkelijk een ongeluk plaatsvindt.
Heb je een boete ontvangen voor onverzekerd rijden en wil je hiertegen bezwaar maken of beroep instellen? Weet dan dat de termijnen kort zijn. Onder de Wahv heb je doorgaans zes weken om bezwaar aan te tekenen. Laat die termijn niet verlopen zonder actie.
Ontvang je een aansprakelijkheidsclaim omdat een ander onverzekerd met jouw voertuig heeft gereden? Ook dat is een situatie waarbij je juridische hulp nodig hebt. De schadeafhandeling kan complex zijn en het Waarborgfonds Motorverkeer speelt hierbij vaak een rol.
Bij Recht Zeker Advies kennen we de ins en outs van het automotive recht. Of het nu gaat om een Wahv-boete, een verzekeringsgeschil of aansprakelijkheidsvraagstukken rondom voertuigen: we helpen je verder. Meer informatie vind je op onze pagina automotive recht.
Veelgestelde vragen
Mag ik bezwaar maken tegen een boete voor onverzekerd rijden als ik het niet wist?
Ja, je kunt bezwaar maken, maar de kans op succes is beperkt. Onder de Wahv geldt een strikte verantwoordelijkheid voor de bestuurder en kentekenhouder om te zorgen dat het voertuig verzekerd is. Onwetendheid wordt door de rechter doorgaans niet als geldig excuus geaccepteerd, zoals ook blijkt uit de uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland van 7 augustus 2026.
Wat zijn de gevolgen van onverzekerd rijden in Nederland?
Onverzekerd rijden in Nederland leidt tot een Wahv-boete die kan oplopen tot honderden euro’s. Daarnaast ben je persoonlijk aansprakelijk voor alle schade die je veroorzaakt zonder verzekering, wat in de praktijk kan betekenen dat je tienduizenden euro’s uit eigen zak moet betalen. Het Waarborgfonds Motorverkeer vergoedt in eerste instantie de schade aan slachtoffers, maar verhaalt die kosten vervolgens op jou.
Hoe controleer ik of mijn voertuig verzekerd is?
Je kunt de verzekeringsstatus van een voertuig snel controleren via het Kentekenregister op de website van de RDW (rdw.nl). Vul het kenteken in en je ziet direct of er een actieve verzekering aan gekoppeld is. Doe dit altijd vóór je de openbare weg op gaat, zeker na aankoop van een voertuig of bij wisseling van verzekeraar.
Heb je vragen over een boete voor onverzekerd rijden, een verzekeringsgeschil of een ander voertuiggeschil? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.
Robin Lammers
· Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
· 2026-08-27
Als je als ondernemer btw in rekening brengt op facturen, ben je die btw ook verschuldigd — ook als het OM beslag legt op je bezittingen. Dat bevestigde Rechtspraak in een recente uitspraak van het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch van 15 juli 2026. De uitkomst is hard, maar de boodschap is helder: je kunt je btw-plicht niet ontlopen met een beroep op omstandigheden buiten jou.
Wat houdt dit in?
Btw-verschuldigdheid bij verkoop houdt in dat een ondernemer die btw vermeldt op een factuur, die btw altijd moet afdragen aan de Belastingdienst, ongeacht of hij die btw ook daadwerkelijk heeft ontvangen of dat derden beslag hebben gelegd op zijn vermogen.
In deze zaak verkocht een ondernemer goederen en bracht daarvoor btw in rekening via facturen. Het OM had inmiddels beslag gelegd op zijn bezittingen in het kader van een strafrechtelijk onderzoek. De ondernemer stelde dat hij daardoor niet in staat was de btw te voldoen en dat hij dus niet als belastingplichtige kon worden aangemerkt, of in ieder geval niet aansprakelijk was voor die btw.
Het hof ging daar niet in mee. Op grond van artikel 37 van de Wet op de omzetbelasting 1968 ben je als ondernemer de op de factuur vermelde btw altijd verschuldigd — punt. Beslaglegging door het OM doet aan die verschuldigdheid niets af. De economische activiteit (de verkoop) had al plaatsgevonden, en daarmee was de belastingschuld een feit.
Daarbij speelde ook de vraag of er sprake was van een overgang van een algemeenheid van goederen, wat btw-vrij kan plaatsvinden. Ook dat argument strandde: het hof oordeelde dat de transacties niet voldeden aan de voorwaarden van artikel 37d Wet OB 1968. Er was geen sprake van een overgang van een volledig functionerende onderneming als geheel.
Wat betekent dit voor jou?
Ben je MKB-ondernemer die facturen stuurt met btw? Dan is dit arrest een duidelijk signaal dat de Belastingdienst geen genoegen neemt met de redenering dat je de btw niet kunt betalen vanwege externe omstandigheden. Op het moment dat jij btw op een factuur zet, start de verplichting.
Ook de boete in deze zaak is relevant. Het hof oordeelde dat de inspecteur grove schuld had bewezen. Dat is een zwaarder verwijt dan gewone nalatigheid en leidt tot een hogere vergrijpboete. Wat daarbij extra pijn deed: de ondernemer had na de aankondiging van een boekenonderzoek nog geprobeerd zijn aangifte te corrigeren. Dat telde niet als vrijwillige verbetering, omdat die aankondiging er al lag.
Vrijwillige verbetering werkt alleen als je zelf — zonder dat de fiscus al aan de deur klopt — fouten meldt en herstelt. Zodra er een boekenonderzoek is aangekondigd, is dat venster gesloten.
Tot slot: de ondernemer vroeg om een hogere proceskostenvergoeding en een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn (immateriële schadevergoeding). Beide werden afgewezen. Ook dat is praktisch relevant: rechtszaken over btw-schulden zijn kostbaar, en je haalt die kosten zelden volledig terug via de rechter.
Wat kun je doen?
De kern is: zorg dat je btw-administratie op orde is vóórdat er problemen ontstaan. Breng je btw correct in rekening, draag tijdig af en corrigeer fouten zo snel mogelijk — maar doe dat altijd vóórdat de Belastingdienst contact opneemt.
Staat er een boekenonderzoek op de planning of heb je een aankondiging ontvangen? Neem dan direct contact op met een fiscaal adviseur. In die fase is de manoeuvreerruimte smal, maar niet nul. Een adviseur kan beoordelen of er nog ruimte is voor overleg met de inspecteur of voor een bezwaar- en beroepstraject.
Word je geconfronteerd met beslaglegging door het OM én btw-schulden tegelijk? Dan heb je te maken met een samenloop van straf- en belastingrecht die specialistische begeleiding vereist. Wacht daar niet mee.
Denk je dat een transactie mogelijk kwalificeert als overgang van een algemeenheid van goederen (en dus btw-vrij is)? Laat dat juridisch toetsen vóór de transactie plaatsvindt, niet erna. Achteraf procederen over dat punt, zoals in deze zaak, is kostbaar en zelden succesvol.
Meer informatie over fiscale ondersteuning bij ondernemingsvraagstukken vind je op recht-zeker.nl/ondernemen/.
Veelgestelde vragen
Ben ik btw verschuldigd als het OM beslag heeft gelegd op mijn vermogen?
Ja. Beslaglegging door het OM heeft geen invloed op je btw-verplichting als ondernemer. Op grond van artikel 37 van de Wet op de omzetbelasting 1968 ben je de btw die je op een factuur vermeldt altijd verschuldigd, ongeacht of je die btw ook daadwerkelijk hebt ontvangen of kunt betalen. Dit bevestigde het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch op 15 juli 2026.
Wat is vrijwillige verbetering bij de Belastingdienst en wanneer geldt het niet?
Vrijwillige verbetering betekent dat je zelf, zonder dat de Belastingdienst al actie heeft ondernomen, een fout in je aangifte meldt en herstelt. Dit kan leiden tot een lagere of geen boete. Vrijwillige verbetering geldt niet meer zodra de Belastingdienst een boekenonderzoek heeft aangekondigd — het corrigeren van je aangifte ná die aankondiging wordt niet als vrijwillig beschouwd.
Wat is een overgang van een algemeenheid van goederen en wanneer is die btw-vrij?
Een overgang van een algemeenheid van goederen is de overdracht van een gehele onderneming of een zelfstandig onderdeel daarvan, waarbij de koper de onderneming als zodanig voortzet. Op grond van artikel 37d Wet OB 1968 is zo’n overdracht vrijgesteld van btw. De overdracht moet betrekking hebben op een functionerend geheel — de verkoop van losse goederen of activiteiten kwalificeert niet.
Heb je vragen over btw-verschuldigdheid, een boekenonderzoek of andere fiscale kwesties rondom jouw onderneming? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.
Robin Lammers
· Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
· 2026-08-27
Een werkgever die met toestemming van het UWV de arbeidsovereenkomst opzegt, is er nog niet. De Rechtbank Rotterdam oordeelde op 19 augustus 2026 dat een werknemer recht heeft op herstel van zijn arbeidsovereenkomst omdat de werkgever zijn re-integratieverplichting niet had nageleefd. Lees je deze situatie als werkgever of werknemer? Dan is dit relevant voor jou. Bron: Rechtspraak.
Wat houdt dit in?
De re-integratieverplichting van de werkgever houdt in dat hij zich aantoonbaar en voldoende moet inspannen om een zieke werknemer terug te begeleiden naar werk, voordat ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid rechtmatig is.
In deze zaak had de werkgever toestemming van het UWV gekregen om de arbeidsovereenkomst op te zeggen per 1 juli 2025. De werknemer stapte daarna naar de kantonrechter en vroeg om herstel van de arbeidsovereenkomst. De rechtbank wees dat verzoek toe.
De kern van de uitspraak: niet was aangetoond dat de werknemer zijn eigen werk — eventueel in aangepaste vorm — niet binnen 26 weken zou kunnen hervatten. Dat is een harde eis in het ontslagrecht bij langdurige ziekte. Als die mogelijkheid er nog is, of als die onvoldoende onderzocht is, voldoet de werkgever niet aan zijn verplichtingen.
Het UWV beoordeelt bij de ontslagaanvraag of re-integratie is uitgeput. Maar die beoordeling is niet feilloos. De kantonrechter kijkt daarna zelfstandig of de werkgever daadwerkelijk aan zijn re-integratieverplichting heeft voldaan. In dit geval oordeelde de rechter van niet, en dat had vergaande gevolgen: herstel van de arbeidsovereenkomst.
Wat betekent dit voor jou?
Ben je werkgever en overweeg je ontslag aan te vragen bij langdurige ziekte? Dan moet je kunnen aantonen dat je alles hebt gedaan om re-integratie te laten slagen. Dat gaat verder dan een goed plan van aanpak of een verslag van de bedrijfsarts. Denk aan actieve begeleiding, aanpassing van werkzaamheden, en aantoonbaar overleg met de werknemer over mogelijkheden.
UWV-toestemming biedt dus geen garantie dat het daarna klaar is. Als de werknemer herstel van de arbeidsovereenkomst vraagt, beoordeelt de kantonrechter jouw inspanningen opnieuw. Ontbreekt er iets, dan kun je worden verplicht om de werknemer terug in dienst te nemen — inclusief alle bijbehorende verplichtingen.
Ben je werknemer en ben je ontslagen tijdens of na ziekte? Dan is het goed om te weten dat een UWV-ontslagvergunning niet het eindstation hoeft te zijn. Je hebt het recht om binnen twee maanden na de opzegging herstel van de arbeidsovereenkomst te vragen bij de kantonrechter. Als jouw werkgever zijn re-integratieplicht niet heeft nageleefd, maakt dat verzoek een serieuze kans.
Zelfs als herstel niet meer realistisch is — omdat de arbeidsrelatie ernstig is verstoord of de functie is vervallen — kan de rechter een billijke vergoeding toekennen in plaats van herstel. Ook dat is een waardevol instrument als je meent dat je ten onrechte bent ontslagen.
Wat kun je doen?
Als werkgever doe je er verstandig aan om je re-integratiedossier goed bij te houden. Documenteer elk gesprek, elke aanpassing en elk contact met de bedrijfsarts of arbeidsdeskundige. Laat bij twijfel een second opinion uitvoeren door een onafhankelijke arbeidsdeskundige voordat je een ontslagaanvraag indient bij het UWV.
Vraag jezelf altijd af: kan deze werknemer zijn eigen werk in aangepaste vorm hervatten binnen 26 weken? Als het antwoord onduidelijk is, is het risico op een succesvol herstelverzoek groot. Laat je dan adviseren voordat je doorzet.
Als werknemer is de eerste stap: controleer of je nog binnen de termijn van twee maanden na de opzeggingsdatum zit. Zo ja, dan kun je een verzoek tot herstel indienen bij de kantonrechter. Verzamel bewijs dat je werkgever zijn re-integratieplicht niet heeft nageleefd — denk aan correspondentie, verslagen van voortgangsgesprekken en medische verklaringen.
Meer weten over je rechten of verplichtingen rondom ziekte en ontslag? Kijk dan op recht-zeker.nl/werk-en-inkomen/ voor meer informatie en begeleiding.
Veelgestelde vragen
Kan ik als werknemer mijn baan terug eisen na ontslag via het UWV?
Ja, dat is mogelijk. Als werkgever een ontslagvergunning heeft gekregen van het UWV maar zijn re-integratieverplichting niet heeft nageleefd, kan de werknemer binnen twee maanden na de opzegging de kantonrechter vragen om herstel van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter beoordeelt dit onafhankelijk van de UWV-toestemming, zoals ook gebeurde in de uitspraak van Rechtbank Rotterdam van 19 augustus 2026 (ECLI:NL:RBROT:2026:10300).
Wat moet een werkgever doen aan re-integratie voordat hij mag ontslaan wegens ziekte?
Een werkgever moet aantoonbaar hebben onderzocht of de zieke werknemer zijn eigen werk in aangepaste vorm kan hervatten, of dat er ander passend werk beschikbaar is — ook bij een andere werkgever (tweede spoor). Als de werkgever niet kan aantonen dat re-integratie onmogelijk is én dat hij zich daar voldoende voor heeft ingespannen, is ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid niet rechtmatig. De rechter kan dan herstel van de arbeidsovereenkomst opleggen.
Wat is de termijn om herstel van de arbeidsovereenkomst te vragen na ontslag?
Een werknemer moet het verzoek tot herstel van de arbeidsovereenkomst indienen bij de kantonrechter binnen twee maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd. Na die termijn vervalt het recht op herstel, maar kan de werknemer in sommige gevallen nog wel een billijke vergoeding vorderen.
Heb je vragen over ontslag wegens langdurige ziekte of de re-integratieverplichting van de werkgever? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.