Recht Zeker

VvE-besluit aanvechten: wat mag wel en niet?


Robin Lammers
 ·  Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
 ·  2026-09-30

Een VvE-lid dat het niet eens is met een besluit van de ledenvergadering, kan dat besluit aanvechten. Maar wat als de vergadering iets niet besluit? De Rechtbank Rotterdam oordeelde op 22 september 2026 dat zogeheten negatieve besluiten juridisch gezien helemaal geen besluiten zijn, met verstrekkende gevolgen voor wie naar de rechter stapt. Lees de uitspraak via Rechtspraak.

Wat houdt dit in?

Een negatief besluit van een VvE-vergadering houdt in dat de ledenvergadering een voorstel verwerpt zonder daarmee een nieuwe rechtspositie te vestigen, te wijzigen of te beëindigen, en heeft daardoor geen rechtsgevolg in de zin van artikelen 2:14 en 2:15 BW.

Kort gezegd: als de ALV (Algemene Ledenvergadering) een voorstel afwijst, is er formeel niets besloten. Er is geen nieuwe situatie gecreëerd, geen recht gevestigd, geen verplichting opgelegd. Daarmee is er ook niets om juridisch aan te vechten als nietig of vernietigbaar besluit.

In deze zaak probeerde eiseres twee dingen tegelijk: de gehele ALV nietig laten verklaren én specifieke besluiten vernietigen. Op het eerste punt werd ze niet-ontvankelijk verklaard. Een ALV als geheel is geen besluit, en valt dus niet onder het toepassingsbereik van de vernietigingsactie op grond van artikel 2:15 BW. Op het tweede punt, de negatieve besluiten, oordeelde de rechter dat deze categorisch buiten het bereik van de vernietigingsprocedure vallen.

De rechtbank maakte ook helder wanneer een VvE-besluit wél nietig of vernietigbaar is. Een besluit is nietig (artikel 2:14 BW) als het in strijd is met de wet of de statuten. Het is vernietigbaar (artikel 2:15 BW) als het in strijd is met de redelijkheid en billijkheid, of als de totstandkoming procedureel niet klopt, bijvoorbeeld door een gebrekkige oproeping of het ontbreken van een quorum.

Wat betekent dit voor jou?

Als VvE-lid sta je regelmatig voor situaties waarbij de vergadering niets doet: een voorstel voor groot onderhoud wordt weggestemd, een verzoek om een huisdier te houden wordt afgewezen, of een aanvraag voor een verbouwing krijgt geen meerderheid. Je hebt dan het gevoel dat er iets mis is gegaan, maar de juridische mogelijkheden zijn beperkter dan je denkt.

Je kunt zo’n negatief besluit niet aanvechten via artikel 2:15 BW. Dat pad is afgesloten. De rechtbank bevestigt daarmee een lijn die in de juridische literatuur al langer bestond, maar die in de praktijk nog vaak wordt miskend. Veel VvE-leden investeren tijd en geld in een procedure die kansloos is.

Ben jij degene die een voorstel indiende en zag dat het werd weggestemd? Dan zijn er mogelijk andere wegen. Denk aan een vordering op grond van onrechtmatig handelen, een beroep op de redelijkheid en billijkheid buiten de vernietigingsprocedure om, of het alsnog agenderen van het voorstel voor de volgende vergadering met een beter gedocumenteerd dossier.

Als VvE-bestuurder of beheerder geeft deze uitspraak duidelijkheid over de juridische kwetsbaarheid van positieve besluiten. Die zijn wél aanvechtbaar, en procedurele fouten daarin kunnen een besluit kostbaar maken. Zorg dus dat de oproeptermijnen kloppen, het quorum aanwezig is en notulen deugdelijk worden vastgelegd.

Wat kun je doen?

Wil je een VvE-besluit aanvechten, dan is de eerste stap bepalen of het gaat om een positief of een negatief besluit. Is er iets besloten, iets concreets vastgesteld of opgelegd? Dan is vernietiging mogelijk een optie. Is de vergadering simpelweg niet akkoord gegaan met een voorstel? Dan heb je een ander probleem en een andere juridische strategie nodig.

Controleer ook altijd de procedurele kant. Was de oproep tijdig verzonden? Is de agenda correct gecommuniceerd? Was het quorum aanwezig? Procedurele gebreken bij positieve besluiten geven wél grond voor vernietiging, ongeacht de inhoud van het besluit.

Besef dat de termijn voor vernietiging kort is: een maand na het besluit op grond van artikel 2:15 lid 5 BW. Wacht je te lang, dan is vernietiging niet meer mogelijk, ook als het besluit inhoudelijk aantoonbaar onjuist was.

Wil je weten of jouw situatie kansrijk is? Bekijk dan ook de overige informatie op recht-zeker.nl/wonen/ over geschillen rondom wonen en VvE-kwesties.

Veelgestelde vragen

Kan ik een VvE-besluit aanvechten als de vergadering mijn voorstel heeft afgewezen?

Nee, een afgewezen voorstel geldt juridisch als een negatief besluit en is geen besluit in de zin van artikel 2:15 BW. Je kunt zo’n uitkomst niet vernietigen via de rechter, omdat er geen rechtsgevolg is gevestigd, gewijzigd of beëindigd. Wil je toch stappen zetten, dan zijn andere juridische grondslagen nodig, zoals onrechtmatige daad of de redelijkheid en billijkheid.

Wanneer is een VvE-besluit nietig of vernietigbaar?

Een VvE-besluit is nietig op grond van artikel 2:14 BW als het in strijd is met de wet of de statuten van de VvE. Het is vernietigbaar op grond van artikel 2:15 BW als het in strijd is met de redelijkheid en billijkheid, of als het procedureel onjuist tot stand is gekomen, bijvoorbeeld door een te late oproep of het ontbreken van het vereiste quorum. De verzoektermijn voor vernietiging bedraagt één maand na het nemen van het besluit.

Kan ik de hele ALV-vergadering nietig laten verklaren?

Nee, een ALV als geheel is geen besluit en valt niet onder de vernietigingsregeling van artikel 2:15 BW. Rechtbank Rotterdam oordeelde in september 2026 dat een verzoek tot nietigverklaring van de vergadering als zodanig niet-ontvankelijk is. Je kunt wel individuele besluiten die tijdens die vergadering zijn genomen aanvechten, mits het positieve besluiten zijn die binnen de wettelijke termijn worden aangevochten.

Heb je vragen over VvE-besluiten of een geschil met je Vereniging van Eigenaren? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.


Robin Lammers
 ·  Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
 ·  2026-09-30

Een accountantskantoor maakt een beroepsfout door geen beroep te doen op de deelnemingsvrijstelling. Dat klinkt als een heldere schadeclaim. Toch wijst de Rechtbank Rotterdam op 2 september 2026 een belangrijk deel van die schadeclaim af — en de redenering daarbij is relevant voor elke ondernemer die met een accountant of belastingadviseur werkt.

Lees de volledige uitspraak op Rechtspraak.

Wat houdt dit in?

Een beroepsfout door een accountant houdt in dat de adviseur een handeling nalaat of onjuist uitvoert die een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot wél correct zou hebben uitgevoerd. In deze zaak had het accountantskantoor nagelaten tijdig een beroep te doen op de deelnemingsvrijstelling. Daardoor werd winst belast die eigenlijk vrijgesteld had kunnen worden. Op zich een klassieke beroepsaansprakelijkheidszaak.

Maar de eisers gingen verder. Zij stelden dat zij door de beroepsfout ook de kans hadden gemist om te profiteren van een mogelijke omissie van de Belastingdienst. Met andere woorden: misschien had de Belastingdienst een fout gemaakt, en als het accountantskantoor destijds wél juist had gehandeld, hadden zij van die fout kunnen profiteren.

De rechtbank trapt daar niet in. Het mislopen van een voordeel dat afhankelijk is van een fout van de Belastingdienst — een fout die nooit vastgesteld is en ook niet vaststaat — valt niet onder de schade die de accountant moet vergoeden. De schadeomvang wordt bepaald door het nadeel dat rechtstreeks uit de beroepsfout voortvloeit, niet door speculatieve voordelen die afhingen van fouten van derden.

Dat is een scherpe maar logische lijn. Schadevergoeding herstelt de situatie zoals die geweest zou zijn zonder de fout. Niet een betere situatie dan zonder de fout, en zeker niet een situatie die had vereist dat ook de Belastingdienst een steek had laten vallen.

Wat betekent dit voor jou?

Als ondernemer ben je afhankelijk van de kwaliteit van je adviseurs. Accountants en belastingadviseurs hebben een zorgplicht en kunnen aansprakelijk worden gesteld als zij die schenden. Dat verandert deze uitspraak niet.

Wat wél verandert, is hoe je de schadeomvang moet onderbouwen. Rechtbank Rotterdam maakt duidelijk dat je als eiser concreet en realistisch moet zijn over wat je misgelopen bent. Schade die afhankelijk is van een hypothetische fout van de Belastingdienst wordt niet vergoed. Je kunt de fout van je adviseur niet gebruiken als kapstok voor elk nadeel dat je ooit hebt geleden.

Dit speelt met name als je als DGA of houdstermaatschappij te maken hebt gehad met een onjuiste aangifte vennootschapsbelasting. De deelnemingsvrijstelling is een van de meest waardevolle fiscale faciliteiten voor holding-BV’s. Als die faciliteit door een fout van je adviseur niet is toegepast, loop je al snel tienduizenden tot honderdduizenden euro’s mis. Dat is reële, concrete schade die wél voor vergoeding in aanmerking komt.

Maar als je claimt dat je ook nog eens had kunnen profiteren van een fout van de Belastingdienst, dan ga je een stap te ver. De rechter beschouwt dat als speculatieve schade die niet aan de beroepsfout toegerekend kan worden.

Wat kun je doen?

Vermoed je dat jouw accountant of belastingadviseur een fout heeft gemaakt bij de toepassing van de deelnemingsvrijstelling of een andere fiscale faciliteit? Dan zijn dit de stappen die je zet.

Verzamel eerst alle relevante stukken: aangiften, aanslagen, correspondentie met je adviseur en eventuele beoordelingsrapporten. Zonder documentatie kom je nergens in een aansprakelijkheidsprocedure.

Laat vervolgens een second opinion uitvoeren door een onafhankelijke fiscaal jurist. Die beoordeelt objectief of er sprake is van een beroepsfout en — cruciaal na deze uitspraak — wat de realistische schadeomvang is. Houd die schadecalculatie concreet en onderbouwd.

Stel je adviseur daarna schriftelijk aansprakelijk. Doe dit tijdig; voor beroepsaansprakelijkheid geldt een verjaringstermijn die sneller verstrijkt dan veel ondernemers denken. Stuur een duidelijke brief met de aard van de fout, de geleden schade en de grondslag voor aansprakelijkheid.

Wacht niet te lang. Fouten in de vennootschapsbelasting kunnen jaren doorwerken en schade stapelt zich op. Hoe eerder je handelt, hoe beter je rechtspositie.

Meer weten over aansprakelijkheid van adviseurs en fiscale procedures? Kijk op recht-zeker.nl/ondernemen/ voor meer informatie over juridische en fiscale begeleiding voor ondernemers.

Veelgestelde vragen

Kan ik mijn accountant aansprakelijk stellen voor een gemiste deelnemingsvrijstelling?

Ja, als een accountant of belastingadviseur nalaat de deelnemingsvrijstelling toe te passen terwijl dat wel had gemoeten, is er sprake van een beroepsfout waarvoor je schadevergoeding kunt claimen. De schade is dan het bedrag aan vennootschapsbelasting dat je teveel hebt betaald doordat de vrijstelling niet werd benut. Schakel een onafhankelijk fiscaal jurist in om de fout en de schadeomvang te onderbouwen.

Wat valt wel en niet onder schade bij een beroepsfout accountant?

Vergoedbare schade bij een beroepsfout van een accountant is de schade die rechtstreeks voortvloeit uit de gemaakte fout, zoals te veel betaalde belasting of gemiste fiscale voordelen. Schade die afhankelijk is van fouten van derden, zoals een hypothetische omissie van de Belastingdienst, valt daar niet onder. Dat bevestigde de Rechtbank Rotterdam op 2 september 2026 in de zaak ECLI:NL:RBROT:2026:12876.

Hoe lang heb ik de tijd om mijn accountant aansprakelijk te stellen?

Voor een beroepsaansprakelijkheidsclaim geldt in beginsel een verjaringstermijn van vijf jaar, te rekenen vanaf het moment dat je bekend bent of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn met de schade en de daarvoor aansprakelijke partij. In de praktijk loopt die termijn soms sneller op dan verwacht, zeker als de fout al jaren geleden is gemaakt. Laat je zo snel mogelijk adviseren om verjaring te voorkomen.

Heb je vragen over aansprakelijkheid van accountants of belastingadviseurs? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.


Robin Lammers
 ·  Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
 ·  2026-09-29

Ontslag op staande voet na verborgen nevenwerkzaamheden: de rechtbank Midden-Nederland heeft op 23 september 2026 geoordeeld dat dit ontslag volledig standhield. Een werknemer werkte voor een andere gemeente terwijl hij zijn uren bij zijn eigen werkgever moest draaien. Dat leverde een dringende reden op — en nul euro aan ontslagvergoedingen.

De uitspraak is te lezen via Rechtspraak.

Wat houdt dit in?

Ontslag op staande voet wegens ongemelde nevenwerkzaamheden houdt in dat een werkgever de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang mag beëindigen zonder opzegtermijn of vergoeding, als de werknemer nevenwerkzaamheden verricht die hij had moeten melden en die strijdig zijn met zijn verplichtingen jegens de werkgever.

In deze zaak had de werknemer — een ambtenaar — werk verricht voor een andere gemeente, terwijl hij op datzelfde moment inzetbaar had moeten zijn voor zijn eigen werkgever. Bovendien was dit nooit gemeld, terwijl de cao of arbeidsovereenkomst een meldplicht kende voor nevenwerkzaamheden.

De rechtbank oordeelde dat de combinatie van twee factoren de dringende reden vormde: het verzwijgen van de nevenwerkzaamheden én het feitelijk wegwerken van uren elders terwijl je bij je eigen werkgever “aan het werk” zou zijn. Dat is niet alleen een schending van het vertrouwen, maar ook een directe vorm van tijdsfraude.

De werknemer vroeg om een transitievergoeding en een billijke vergoeding. Beide verzoeken werden afgewezen. Wie de dringende reden aan zichzelf te wijten heeft, krijgt niets.

Wat betekent dit voor jou?

Als werknemer is de les hier duidelijk: nevenwerkzaamheden die vallen onder een meldplicht, meld je. Altijd. Ook als je denkt dat het wel meevalt of dat niemand het merkt. De rechtbank kijkt niet alleen naar of de werkzaamheden inhoudelijk strijdig zijn met je functie, maar ook naar het feit dát je zweeg. Dat verzwijgen op zich is al voldoende om het vertrouwen te breken.

Werk je in de publieke sector — als ambtenaar of bij een gemeente — dan zijn de normen rondom integriteit extra streng. Concurrerende werkzaamheden voor een vergelijkbare overheidsinstelling vallen al snel onder een verbod of meldplicht. De kans dat zoiets door de vingers wordt gezien is klein.

Als werkgever geeft deze uitspraak steun aan een streng beleid rondom nevenwerkzaamheden. Heb je een meldplicht in de arbeidsovereenkomst of cao staan? Handhaaf die actief. Wordt een werknemer betrapt op het niet nakomen ervan én blijkt dat hij in die tijd ook nog voor een ander werkte, dan is ontslag op staande voet een reële optie die de rechter serieus neemt.

Tegelijk is voorzichtigheid geboden. Ontslag op staande voet is het zwaarste middel in het arbeidsrecht. De dringende reden moet direct worden gecommuniceerd, en het ontslag moet onverwijld worden gegeven. Fouten in de procedure — hoe klein ook — kunnen het ontslag alsnog doen sneuvelen.

Wat kun je doen?

Ben je werknemer en heb je nevenwerkzaamheden niet gemeld terwijl dat wel moest? Neem dan zo snel mogelijk actie. Meld het alsnog aan je werkgever, bij voorkeur schriftelijk. Dat toont goede wil en kan de schade beperken — ook als je werkgever al argwaan heeft.

Ben je op staande voet ontslagen en denk je dat dit ontslag onterecht is of dat de procedure niet klopte? Dan heb je een korte termijn om te reageren. Je kunt de kantonrechter vragen het ontslag te vernietigen of om een billijke vergoeding. Wacht hier niet mee — de vervaltermijn is twee maanden na het ontslag.

Als werkgever die overweegt iemand op staande voet te ontslaan: zorg dat je dossier klopt. Leg vast wat je weet, wanneer je het wist en waarom je direct hebt gehandeld. Ontslag op staande voet staat of valt bij de vraag of je “onverwijld” hebt gehandeld nadat je op de hoogte raakte.

Twijfel je over jouw situatie — als werknemer of als werkgever? Lees meer over je rechten en verplichtingen op het gebied van ontslag en nevenwerkzaamheden op de pagina Werk en Inkomen van Recht Zeker Advies.

Veelgestelde vragen

Mag je ontslagen worden op staande voet als je nevenwerkzaamheden niet hebt gemeld?

Ja, ontslag op staande voet kan gerechtvaardigd zijn als je nevenwerkzaamheden niet hebt gemeld terwijl je arbeidsovereenkomst of cao een meldplicht kent. Zeker als die nevenwerkzaamheden strijdig zijn met je verplichtingen bij je werkgever — bijvoorbeeld als je in werktijd voor een ander werkte — is dat een dringende reden die de kantonrechter serieus neemt. De rechtbank Midden-Nederland bevestigde dit op 23 september 2026.

Heb je recht op een transitievergoeding bij ontslag op staande voet?

Nee, bij een terecht ontslag op staande voet heb je geen recht op een transitievergoeding. De transitievergoeding wordt alleen uitgekeerd als het ontslag niet aan de werknemer te wijten is. Wie zelf een dringende reden heeft veroorzaakt — zoals fraude of het heimelijk verrichten van nevenwerkzaamheden — verliest het recht op elke vergoeding.

Hoe snel moet een werkgever ontslag op staande voet geven nadat hij iets ontdekt?

Een werkgever moet ontslag op staande voet “onverwijld” geven: zo snel als redelijkerwijs mogelijk nadat hij kennis heeft genomen van de feiten die de dringende reden opleveren. Er is ruimte voor een korte periode van onderzoek, maar wie te lang wacht riskeert dat de rechter het ontslag vernietigt omdat het niet tijdig was gegeven. In de praktijk betekent dit vaak: binnen enkele dagen handelen.

Heb je vragen over ontslag op staande voet of nevenwerkzaamheden? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.


Robin Lammers
 ·  Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
 ·  2026-09-29

Het Gerechtshof Den Haag heeft op 23 april 2026 een duidelijke uitspraak gedaan over BPM-naheffingen bij geïmporteerde voertuigen met gestelde schade. De belastingplichtige probeerde via een taxatierapport een lagere BPM-grondslag te onderbouwen, maar het hof veegde dat van tafel. Voor iedereen die een auto importeert en BPM wil besparen via schadeclaims, is dit een serieuze waarschuwing.

Wat houdt dit in?

Een BPM-naheffing houdt in dat de Belastingdienst achteraf vaststelt dat je te weinig BPM hebt betaald bij de registratie van een voertuig in Nederland, en het verschil alsnog int.

In deze zaak ging het om een voertuig waarbij de belastingplichtige aanvoerde dat het voertuig (ex-)schade had. Schade kan de handelsinkoopwaarde van een auto drukken, wat normaal leidt tot een lagere BPM-afdracht. Om dat te onderbouwen, was een taxatierapport ingediend.

Het hof oordeelde echter dat dit taxatierapport niet kon dienen als bewijs. De gestelde schade was simpelweg niet aannemelijk gemaakt. Daarbij speelde de zogeheten WOK-status een rol: een voertuig met de status “Wacht Op Keuring” heeft een bijzondere positie in de voertuigadministratie, maar dat rechtvaardigt op zichzelf geen verlaging van de BPM-grondslag als de schade niet deugdelijk is onderbouwd.

Het gevolg: de koerslijst werd terecht toegepast voor de bepaling van de verschuldigde BPM. De naheffingsaanslag bleef dan ook in stand. De volledige uitspraak vind je op Rechtspraak.

Wat betekent dit voor jou?

Ben je autodealers of importeur en werk je regelmatig met schadeauto’s? Dan laat deze uitspraak zien dat een taxatierapport alleen niet genoeg is. Het rapport moet de werkelijke staat van het voertuig overtuigend aantonen, met concrete onderbouwing van de schade en de invloed daarvan op de waarde.

Heb je als consument een voertuig geïmporteerd en BPM afgedragen op basis van een lager waardeoordeel door schade? Als de Belastingdienst dat aanvecht en jij kunt de schade niet hard maken, riskeer je een naheffing inclusief eventuele belastingrente. Dat kan fors oplopen, zeker bij duurdere voertuigen.

Voor autodealers en importeurs die structureel met dit soort voertuigen werken, is het cruciaal om de administratie op orde te hebben. Een WOK-status alleen geeft geen korting op de BPM. Je moet de daadwerkelijke schade, de herstelkosten en de invloed op de handelsinkoopwaarde stap voor stap aantonen.

De Belastingdienst toetst steeds kritischer of schadeclaims in BPM-aangiftes kloppen. De bewijslast ligt bij jou als belastingplichtige, en rechters accepteren niet klakkeloos wat een taxateur op papier zet.

Wat kun je doen?

Importeer je voertuigen en wil je schade meenemen in de BPM-berekening? Zorg dan voor meer dan alleen een taxatierapport. Laat de schade foto’s, reparatieoffertes of -facturen, en een heldere koppeling tussen de schade en de waardedaling ondersteunen. Hoe concreter en consistenter het dossier, hoe sterker je positie bij een eventuele controle of naheffing.

Heb je al een naheffingsaanslag ontvangen? Maak dan tijdig bezwaar. De termijn daarvoor is zes weken na dagtekening van de aanslag. Wacht niet te lang, want na het verstrijken van die termijn is de aanslag onherroepelijk vastgesteld en zijn je opties beperkt.

Wil je weten of jouw taxatierapport sterk genoeg is, of heb je twijfels over een ingediende BPM-aangifte? Een fiscaal jurist met ervaring in de BPM-praktijk kan dat snel beoordelen. Meer informatie over juridische en fiscale begeleiding bij BPM-kwesties vind je op recht-zeker.nl/automotive-recht/.

Veelgestelde vragen

Mag je schade aftrekken van de BPM-grondslag bij import?

Ja, schade aan een voertuig kan de handelsinkoopwaarde verlagen, waardoor je minder BPM verschuldigd bent. Maar je moet die schade wel aannemelijk maken met objectief bewijs, zoals hersteloffertes en foto’s. Een taxatierapport dat de schade niet concreet onderbouwt, is onvoldoende en wordt door de rechter terzijde geschoven.

Wat is een WOK-status en wat betekent dat voor de BPM?

WOK staat voor “Wacht Op Keuring” en is een status die de RDW toekent aan voertuigen die nog gekeurd moeten worden, vaak vanwege schade of technische gebreken. Een WOK-status betekent niet automatisch dat je minder BPM betaalt. De daadwerkelijke schade en de invloed daarvan op de waarde moeten los daarvan aannemelijk worden gemaakt.

Wat gebeurt er als de Belastingdienst mijn BPM-aangifte aanvecht?

De Belastingdienst kan een naheffingsaanslag opleggen als zij van mening is dat je te weinig BPM hebt betaald. Daartegen kun je bezwaar maken binnen zes weken, en als dat niet slaagt, in beroep gaan bij de belastingrechter. In die procedure draag jij de bewijslast: jij moet aantonen dat jouw aangifte correct was.

Heb je vragen over een BPM-naheffing of wil je je BPM-aangifte laten toetsen? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.


Robin Lammers
 ·  Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
 ·  2026-09-28

Een assurantietussenpersoon die je onvoldoende heeft gewezen op het risico van onderverzekering, kan aansprakelijk zijn voor de schade die je daardoor lijdt. Dat bevestigt de Rechtbank Rotterdam in een uitspraak van 9 september 2026 (Rechtspraak). De rechtbank veroordeelde de tussenpersoon tot vergoeding van driekwart van de geleden schade — een significante uitkomst voor ondernemers die vertrouwen op het advies van hun verzekeringsadviseur.

Wat houdt dit in?

Aansprakelijkheid van een assurantietussenpersoon houdt in dat de adviseur die een verzekering bemiddelt of adviseert, jegens zijn klant verantwoordelijk kan worden gehouden voor schade die het gevolg is van een tekortkoming in dat advies.

In deze zaak ging het om onderverzekering: de verzekerde waarde sloot niet aan op de werkelijke waarde van het verzekerde object. Als er vervolgens schade optreedt, keert de verzekeraar niet de volledige schade uit — het tekort komt dan voor rekening van de verzekerde zelf. Dat kan forse financiële gevolgen hebben, zeker voor ondernemers.

De uitspraak van 9 september 2026 is een vervolg op een eerder tussenvonnis van 3 juni 2026. In dat tussenvonnis was al vastgesteld dat de assurantietussenpersoon tekort was geschoten in zijn zorgplicht. De vraag in dit eindvonnis was: hoeveel schade moet de tussenpersoon vergoeden?

De rechtbank oordeelde dat de verweren van de tussenpersoon deels slagen. Hij voerde onder meer aan dat de geleden schade niet volledig aan zijn tekortkoming te wijten was, en dat de klant zelf ook een deel van de verantwoordelijkheid droeg. De rechtbank ging daarin gedeeltelijk mee: uiteindelijk werd driekwart van de gevorderde schade toegewezen aan de benadeelde partij (een deelgenote in de situatie).

Wat betekent dit voor jou?

Als ondernemer sluit je verzekeringen vaak af op basis van het advies van een tussenpersoon. Je vertrouwt erop dat die adviseur de juiste vragen stelt, de risico’s in kaart brengt en je wijst op eventuele tekortkomingen in de dekking. Maar wat als dat niet goed gaat?

Deze uitspraak laat zien dat een assurantietussenpersoon geen vrijbrief heeft als achteraf blijkt dat je onderverzekerd was. De zorgplicht van een verzekeringsadviseur gaat verder dan alleen het afsluiten van een polis. Hij moet je actief informeren over risico’s zoals onderverzekering, zeker als de waarde van je bezittingen in de loop van de tijd stijgt.

Tegelijk maakt de uitkomst duidelijk dat de rechter ook kijkt naar je eigen rol. Heb je zelf onjuiste of onvolledige informatie verstrekt over de verzekerde waarde? Dan kan dat leiden tot een lagere schadevergoeding. In dit geval werd de schade niet volledig vergoed maar voor drie kwart — wat aangeeft dat de rechtbank ook eigen schuld of andere verweren van de tussenpersoon deels honoreert.

Ben je particulier ondernemer, ZZP’er of MKB-bedrijf met bedrijfsmiddelen, inventaris of een bedrijfspand? Dan is dit vonnis direct relevant. Onderverzekering is een sluipend risico dat pas zichtbaar wordt op het moment dat je het minst kunt gebruiken: bij schade.

Wat kun je doen?

Controleer nu je huidige verzekeringen op onderverzekering. Kijk of de verzekerde som nog aansluit op de actuele waarde van je bezittingen. Prijzen van inventaris, apparatuur en vastgoed zijn de afgelopen jaren fors gestegen — en veel polissen zijn daar niet op aangepast.

Vraag je assurantietussenpersoon schriftelijk om een herbeoordeling van je dekking. Houd die communicatie bij: als er later een geschil ontstaat, is schriftelijk bewijs van groot belang. Een adviseur die zijn adviezen niet vastlegt, staat zwakker bij een aansprakelijkheidsclaim.

Heb je al schade geleden door onderverzekering en twijfel je of je tussenpersoon zijn zorgplicht heeft nageleefd? Dan is juridisch advies de logische volgende stap. Bij Recht Zeker Advies helpen we ondernemers bij vragen over aansprakelijkheid, contracten en geschillen met adviseurs of verzekeraars.

Bewaar ook oude polissen, correspondentie en offertes. In aansprakelijkheidszaken speelt de vraag “wat wist de tussenpersoon en wanneer?” een centrale rol. Hoe meer je kunt reconstrueren, hoe sterker je positie.

Veelgestelde vragen

Wanneer is een assurantietussenpersoon aansprakelijk voor onderverzekering?

Een assurantietussenpersoon is aansprakelijk voor onderverzekering als hij zijn zorgplicht heeft geschonden, bijvoorbeeld doordat hij je niet heeft gewezen op het risico dat de verzekerde waarde niet aansloot op de werkelijke waarde van je bezittingen. De aansprakelijkheid staat niet automatisch gelijk aan de volledige schade: de rechter weegt ook mee in hoeverre je zelf verantwoordelijkheid draagt voor de onjuiste opgave van de verzekerde waarde.

Wat is onderverzekering en wat zijn de gevolgen?

Onderverzekering betekent dat de verzekerde som lager is dan de werkelijke waarde van het verzekerde object op het moment van schade. Bij schade keert de verzekeraar dan alleen een evenredig deel uit: als je voor de helft van de werkelijke waarde verzekerd was, ontvang je ook maar de helft van de schade vergoed. Het resterende deel draag je zelf.

Kan ik mijn verzekeringsadviseur aanspreken als ik te weinig schade-uitkering krijg?

Ja, dat is mogelijk als je kunt aantonen dat de adviseur zijn zorgplicht heeft geschonden en dat dit heeft geleid tot de onderverzekering. Je moet dan aannemelijk maken dat de adviseur wist of had moeten weten dat de verzekerde waarde ontoereikend was, en dat hij je daar niet adequaat op heeft gewezen. Juridisch advies is in die situatie sterk aan te raden, omdat de bewijslast en de hoogte van de vergoeding sterk afhangen van de specifieke feiten.

Heb je vragen over aansprakelijkheid van je assurantietussenpersoon of onderverzekering? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.


Robin Lammers
 ·  Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
 ·  2026-09-28

Het Gerechtshof Den Haag heeft op 25 februari 2026 geoordeeld dat een naheffing BPM terecht was opgelegd, ook al probeerde de belastingplichtige via interne compensatie de aanslag omlaag te krijgen. Het hof verhoogde juist de handelsinkoopwaarde van het voertuig, waardoor het hoger beroep volledig ongegrond werd verklaard. Voor iedereen die een gebruikte auto importeert of BPM-aangiften doet, is dit een relevante uitspraak om te kennen.

Wat houdt dit in?

Interne compensatie bij BPM houdt in dat de inspecteur een te lage aangifte op één punt mag corrigeren door een te hoge aangifte op een ander punt daartegen weg te strepen, zodat het totaalbedrag aan belasting alsnog klopt.

In deze zaak, te vinden via Rechtspraak, draaide het om de vaststelling van de handelsinkoopwaarde van een voertuig. Die waarde is bepalend voor de hoogte van de BPM bij import van een gebruikte auto. De belastingplichtige voerde aan dat de aanslag te hoog was en probeerde via interne compensatie een verlaging te bereiken.

Het hof ging daar niet in mee. In plaats van de aanslag te verlagen, oordeelde het hof dat de handelsinkoopwaarde hoger uitviel dan eerder was vastgesteld. Dat had als direct gevolg dat de naheffing BPM niet alleen in stand bleef, maar dat de grondslag voor de belasting feitelijk zwaarder uitpakte voor de importeur.

Dit is een klassiek voorbeeld van hoe een beroep op interne compensatie kan terugslaan. Als het hof de ruimte krijgt om de gehele aangifte te beoordelen, kan dat ook in jouw nadeel uitpakken als er elders een fout zit die de Belastingdienst eerder niet had opgemerkt.

Wat betekent dit voor jou?

Ben je autohandelaar of importeur die regelmatig gebruikte voertuigen uit het buitenland invoert? Dan raakt deze uitspraak je direct. De handelsinkoopwaarde is het fundament van je BPM-berekening, en een te lage opgave — ook als dat onopzettelijk is — kan leiden tot een naheffing met rente.

Wat deze zaak extra scherp maakt: de belastingplichtige probeerde zelf de aanslag naar beneden bij te stellen via interne compensatie. Dat argument keerde zich tegen hem. Het hof keek naar het totaalplaatje en kwam tot een hogere waarde, niet een lagere. Dit laat zien hoe risicovol het is om in bezwaar of beroep te gaan zonder een gedegen voorbereiding van de volledige aangifte.

Voor consumenten die een auto privé importeren geldt hetzelfde principe. Als jij een voertuig koopt uit Duitsland, België of een ander EU-land en je doet zelf aangifte BPM, is de gehanteerde koerslijst of taxatiewaarde cruciaal. Een verschil van een paar duizend euro in de handelsinkoopwaarde vertaalt zich direct naar honderden tot duizenden euro’s meer of minder aan BPM.

Ook voor autodealers die werken met inruilvoertuigen of tweedehands importauto’s is dit relevant. Wordt bij een boekenonderzoek of controle een hogere handelsinkoopwaarde vastgesteld, dan kun je geconfronteerd worden met een naheffing BPM die je niet had voorzien in je calculatie.

Wat kun je doen?

De eerste stap is altijd: zorg dat de handelsinkoopwaarde van je voertuig correct en goed onderbouwd is. Gebruik erkende koerslijsten zoals EurotaxGlass’s of XRAY, of laat een onafhankelijke taxateur de voertuigwaarde vastleggen voordat je aangifte doet.

Ga je toch in bezwaar of beroep tegen een naheffing BPM? Wees dan voorzichtig met het inroepen van interne compensatie als strategie. Deze zaak laat zien dat rechters de vrijheid nemen om de volledige aangifte te toetsen. Een verweer op één punt kan onverwacht leiden tot een hogere belastinggrondslag op een ander punt.

Laat je BPM-aangifte controleren door een specialist voordat je indient, zeker bij voertuigen met een hoge cataloguswaarde of een complexe afschrijvingshistorie. Een kleine fout in de uitgangspunten heeft een groot effect op het eindbedrag.

Meer weten over jouw rechten en verplichtingen rondom BPM? Bekijk dan de informatie op recht-zeker.nl/automotive-recht/ of neem direct contact op voor een beoordeling van jouw situatie.

Veelgestelde vragen

Wat is interne compensatie bij een BPM naheffing?

Interne compensatie bij BPM houdt in dat de Belastingdienst of de rechter een te laag belastingbedrag op één onderdeel mag compenseren met een te hoog bedrag op een ander onderdeel van dezelfde aangifte, zodat de totale naheffing alsnog correct uitkomt. Dit kan betekenen dat een verweer op één punt geen verlaging oplevert als elders in de aangifte een hogere belastinggrondslag wordt gevonden.

Hoe wordt de handelsinkoopwaarde bepaald bij BPM aangifte van een importauto?

De handelsinkoopwaarde bij een BPM aangifte van een importauto wordt bepaald aan de hand van erkende koerslijsten, zoals EurotaxGlass’s of XRAY, of via een onafhankelijke taxatie. Deze waarde vertegenwoordigt wat een handelaar in Nederland voor het voertuig zou betalen bij inkoop, en vormt de basis voor de berekening van de verschuldigde BPM. Een onjuiste waarde leidt direct tot een te hoge of te lage BPM-aangifte.

Kan de rechter bij BPM beroep de aanslag verhogen in plaats van verlagen?

Ja, de rechter kan bij BPM beroep via het instrument van interne compensatie tot een hogere grondslag komen dan waarmee de Belastingdienst aanvankelijk rekening hield. Dit gebeurde ook in de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 25 februari 2026, waarbij het hof de handelsinkoopwaarde hoger vaststelde dan in de naheffing was opgenomen. Het is daarom risicovol om in beroep te gaan zonder de volledige aangifte kritisch te hebben laten doorlichten.

Heb je vragen over een naheffing BPM of de vaststelling van de handelsinkoopwaarde van jouw voertuig? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.


Robin Lammers
 ·  Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
 ·  2026-09-25

Je ontvangt als appartementseigenaar ineens een aanslag voor een hogere VvE-bijdrage, maar de VvE heeft nooit een bijbehorende begroting vastgesteld. Mag dat zomaar? Volgens de Rechtbank Amsterdam van 28 augustus 2026 is het antwoord duidelijk: nee. Rechtspraak laat zien dat VvE-besluiten over verhoogde bijdragen juridisch onderuit kunnen gaan als ze niet op de juiste grondslag rusten.

Wat houdt dit in?

Een VvE-besluit tot verhoging van de (voorschot)bijdrage is alleen rechtsgeldig als het gegrond is op een door de vergadering vastgestelde begroting conform artikel 5:130 BW.

In deze zaak had de VvE besloten de maandelijkse bijdrage te verhogen, maar zonder dat er een formeel goedgekeurde begroting aan ten grondslag lag. Een appartementseigenaar vocht dit besluit aan bij de kantonrechter in Amsterdam. Die gaf de eigenaar gelijk: het besluit was niet geldig tot stand gekomen en werd vernietigd.

Naast het besluit over de bijdrageverhoging speelde er ook een inzageverzoek op grond van artikel 195 Rv. De eigenaar wilde inzage in de financiële stukken van de VvE. Dit soort verzoeken is een belangrijk instrument om als lid te controleren of de VvE haar financiën op orde heeft en besluiten transparant neemt.

De kern van het probleem is simpel: een VvE mag niet zomaar haar hand ophouden voor een hoger bedrag zonder dat de leden hebben ingestemd met een onderbouwde begroting. Dat klinkt logisch, maar in de praktijk gaat het hier regelmatig mis.

Wat betekent dit voor jou?

Als appartementseigenaar of VvE-lid heb je wettelijk recht op duidelijkheid over waar jouw bijdrage naartoe gaat. Een VvE-bestuur dat bijdragen verhoogt zonder vastgestelde begroting handelt in strijd met de wet. Jij kunt zo’n besluit aanvechten bij de kantonrechter, en zoals deze uitspraak bewijst: met succes.

Ben je lid van een VvE en twijfel je of de vastgestelde begroting wél netjes is goedgekeurd tijdens de ledenvergadering? Controleer dan het verslag van die vergadering. Als de begroting nooit formeel is geagendeerd of gestemd, staat het verhogingsbesluit op losse schroeven.

Voor VvE-bestuurders is dit een duidelijk signaal. Zorg er altijd voor dat verhogingen van de maandelijkse voorschotten steunen op een begroting die de vergadering heeft goedgekeurd. Doe je dat niet, loop je het risico dat besluiten worden vernietigd en je alsnog opnieuw door de hoepel moet springen, inclusief extra kosten en juridische procedures.

Huurders in een appartementencomplex worden minder direct geraakt door VvE-besluiten, maar als een VvE structureel slecht wordt bestuurd, kan dat indirect gevolgen hebben voor de staat van het pand. Als je huurt via een eigenaar die ook VvE-lid is, is het goed te weten dat slecht VvE-beheer ook jouw woongenot kan raken.

Wat kun je doen?

Als je vermoedt dat jouw VvE een bijdrageverhoging heeft doorgevoerd zonder geldige begroting, begin dan met het opvragen van de notulen van de relevante vergadering. Staat de begroting niet als agendapunt vermeld, of is er nooit gestemd? Dan heb je al een sterke aanwijzing dat het besluit aanvechtbaar is.

Vervolgens kun je op grond van artikel 195 Rv inzage vragen in de financiële administratie van de VvE. Dat recht bestaat om leden in staat te stellen te controleren of de financiën kloppen. Als de VvE dat weigert, kun je de kantonrechter vragen dit af te dwingen, precies zoals in deze zaak is gebeurd.

Lukt het niet om er onderling uit te komen, dan kun je het besluit aanvechten op grond van artikel 5:130 BW. Daarvoor ga je naar de kantonrechter. De termijn voor vernietiging van een VvE-besluit is één jaar na het moment waarop je kennis hebt genomen van het besluit, dus wacht niet te lang.

Wil je weten of jouw situatie vergelijkbaar is en of je een reële kans hebt om een besluit aan te vechten? Kijk dan op recht-zeker.nl/wonen/ voor meer informatie over juridische hulp bij VvE-geschillen en andere woongerelateerde kwesties.

Veelgestelde vragen

Kan een VvE de maandelijkse bijdrage verhogen zonder begroting?

Nee, een VvE mag de maandelijkse (voorschot)bijdrage niet verhogen zonder dat de vergadering een begroting heeft vastgesteld. Artikel 5:130 BW vereist dat besluiten over bijdragen zijn gegrond op een goedgekeurde begroting. Een besluit dat niet aan deze eis voldoet, is vernietigbaar door de kantonrechter.

Hoe kan ik als VvE-lid inzage krijgen in de financiële stukken?

Op grond van artikel 195 Rv kun je als VvE-lid de kantonrechter verzoeken om inzage in de financiële administratie van de VvE. Dit recht bestaat om leden in staat te stellen de financiële besluitvorming te controleren. Als de VvE vrijwillig geen inzage verleent, kan de rechter dit afdwingen.

Hoe lang heb ik de tijd om een VvE-besluit aan te vechten?

Je hebt één jaar de tijd om een VvE-besluit te laten vernietigen via de kantonrechter, te rekenen vanaf het moment waarop je kennis hebt gekregen van het besluit. Wacht je langer, dan vervalt je recht om het besluit aan te vechten. Handel dus snel als je twijfelt aan de geldigheid van een besluit.

Heb je vragen over een VvE-bijdrageverhoging of een aanvechtbaar VvE-besluit? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.


Robin Lammers
 ·  Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
 ·  2026-09-25

Valse inkoopfacturen opmaken en daarmee kwartaalaangiften omzetbelasting manipuleren: de Rechtbank Oost-Brabant legde daar op 24 september 2026 een gevangenisstraf van 18 maanden voor op, waarvan 9 maanden voorwaardelijk. Deze uitspraak maakt duidelijk dat btw-fraude zwaar wordt bestraft, ook als je “slechts” meewerkt aan het vervalsen van facturen. Lees je dit als ondernemer? Dan is dit relevanter voor jou dan je misschien denkt.

Wat houdt dit in?

Btw-fraude met valse inkoopfacturen houdt in dat iemand bewust verzonnen of vervalste facturen gebruikt om ten onrechte btw als voorbelasting af te trekken op de btw-aangifte. In deze zaak werkten twee verdachten samen om in de jaren 2020 tot en met 2022 onjuiste kwartaalaangiften omzetbelasting in te dienen bij de Belastingdienst.

De facturen waren volledig fictief: er lagen geen echte aankopen of diensten onder. Daarbovenop vervalsten ze een betaalbewijs en stuurden ze dat document door naar de Belastingdienst, vermoedelijk om de schijn van echtheid te wekken bij een controle of bezwaarprocedure.

De rechtbank oordeelde dat dit ernstige strafbare feiten zijn. Het gevolg: een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De onvoorwaardelijke component van 9 maanden betekent dat de verdachte daadwerkelijk de cel in gaat. Je kunt de volledige uitspraak lezen via Rechtspraak.

Wat betekent dit voor jou?

Als ondernemer ben jij verantwoordelijk voor de juistheid van je btw-aangiften, ook als een boekhouder of administrateur die voor jou verzorgt. Weet je niet precies welke facturen in je aangifte zijn verwerkt, of vertrouw je blind op een externe partij? Dan loop je risico als het misgaat.

Drie situaties waarbij deze uitspraak voor jou als MKB-ondernemer direct relevant is:

Je werkt met een externe boekhouder of administrateur. Fouten of fraude door jouw boekhouder ontslaan jou niet automatisch van aansprakelijkheid. De Belastingdienst kijkt naar wie de aangifte heeft ingediend en wie ervan heeft geprofiteerd.

Je zakelijke relaties leveren facturen aan die niet kloppen. Als jij die facturen verwerkt in je administratie en btw terugvraagt die je niet toekomt, ben je medeplichtig aan btw-fraude, ook als jij niet degene was die ze opmaakt.

Je bent gevraagd om mee te werken aan een constructie die “belasting bespaart”. Valse facturen als constructie worden in de praktijk soms gepresenteerd als slim boekhouden. Dat is het niet. Het is strafbaar en de straffen zijn fors, zoals deze uitspraak opnieuw bevestigt.

Wat kun je doen?

Het begint bij een gezonde administratie. Controleer of facturen die je verwerkt overeenkomen met daadwerkelijk geleverde goederen of diensten. Is er een handtekening, een leveringsbewijs, een contract? Die onderbouwing beschermt je als de Belastingdienst vragen stelt.

Ontvang je een factuur die je niet herkent, of twijfel je of een levering echt heeft plaatsgevonden? Verwerk die factuur dan niet zomaar. Vraag om aanvullende documentatie en leg het vast. Dat is geen wantrouwen, dat is normale bedrijfsvoering.

Heb je een aanslag, naheffing of signaal ontvangen van de Belastingdienst over je btw-aangiften? Reageer daar nooit te laat op. De termijnen voor bezwaar en beroep zijn kort, en stilzitten wordt uitgelegd als instemmen.

Denk je dat er in het verleden iets mis is gegaan in je aangifte, opzettelijk of niet? Dan kun je gebruik maken van de inkeerregeling. Dat kan je strafvervolging besparen, maar alleen als je dat vóór de Belastingdienst doet. Meer weten over wat we voor MKB-ondernemers kunnen betekenen? Kijk op recht-zeker.nl/ondernemen/.

Veelgestelde vragen

Wat is de straf voor btw-fraude met valse facturen?

De straf voor btw-fraude met valse facturen hangt af van de ernst en de omvang, maar gevangenisstraf is reëel. Rechtbank Oost-Brabant legde in september 2026 een gevangenisstraf op van 18 maanden, waarvan 9 maanden onvoorwaardelijk, voor het systematisch indienen van onjuiste btw-aangiften op basis van valse inkoopfacturen over de jaren 2020 tot en met 2022. Naast gevangenisstraf kan de rechter ook een geldboete of ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel opleggen.

Ben ik strafbaar als mijn boekhouder valse facturen heeft verwerkt zonder dat ik het wist?

Of je strafrechtelijk aansprakelijk bent, hangt af van wat je wist of had moeten weten. Als je als ondernemer had moeten opmerken dat facturen niet klopten maar daar bewust niet naar hebt gekeken, kan de rechter oordelen dat je medeplichtig bent. Fiscaalrechtelijk blijft de naheffingsaanslag echter voor jouw rekening, ook als je aantoont dat de fout bij de boekhouder lag.

Wat is de inkeerregeling bij btw-fraude?

De inkeerregeling houdt in dat een belastingplichtige die onjuiste aangifte heeft gedaan vrijwillig alsnog de juiste informatie verstrekt aan de Belastingdienst, voordat de Belastingdienst zelf de fout ontdekt. Wie inkeert, kan strafrechtelijke vervolging voorkomen of beperken. De inkeerregeling geldt alleen als je het initiatief neemt voordat er een controle, onderzoek of aanslag is gestart.

Heb je vragen over btw-fraude, valse facturen of je fiscale aansprakelijkheid als ondernemer? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.


Robin Lammers
 ·  Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
 ·  2026-09-25

De arbeidsovereenkomst ontbonden, geen transitievergoeding geweigerd, maar ook geen billijke vergoeding toegekend. Dat is in het kort de uitkomst van een recente uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland van 8 september 2026. Als werknemer of werkgever is het belangrijk te begrijpen wanneer welke vergoeding wel of niet van toepassing is bij ontbinding van een arbeidsovereenkomst.

Wat houdt dit in?

Een verstoorde arbeidsrelatie houdt in dat de samenwerking tussen werknemer en werkgever zodanig is ontwricht dat van de werkgever niet langer kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst voort te zetten, ook als geen van beide partijen een duidelijk verwijt treft.

In deze zaak, te vinden via Rechtspraak, oordeelde de kantonrechter dat de werknemer niet disfunctioneerde en ook niet verwijtbaar had gehandeld. Toch werd de arbeidsovereenkomst ontbonden, omdat de arbeidsrelatie dusdanig verstoord was geraakt dat verdere samenwerking niet reëel meer was.

Omdat de werknemer geen blaam trof, had hij recht op de transitievergoeding. Die is wettelijk verplicht bij ontbinding van een arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever, tenzij de werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Dat was hier niet het geval.

De werknemer vroeg daarnaast een billijke vergoeding. Die wordt alleen toegekend als de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. De rechtbank vond dat hiervan geen sprake was. De billijke vergoeding werd dus afgewezen.

Wat betekent dit voor jou?

Voor werknemers is dit een bevestiging van een belangrijk principe: ook als jij niets verkeerd hebt gedaan, kan je arbeidsovereenkomst worden ontbonden. Een verstoorde werkrelatie kan voldoende grond zijn, zeker als herstel van de samenwerking niet realistisch meer is.

Maar je staat niet met lege handen. De transitievergoeding bij ontslag is in zo’n situatie gewoon verschuldigd. Die bedraagt in 2026 een derde maandsalaris per gewerkt jaar, met een maximum van ruim 98.000 euro of één jaarsalaris als dat hoger is. Je hoeft die vergoeding niet zelf op te eisen — de rechter kent hem toe als de ontbinding plaatsvindt.

Voor werkgevers is de les helder: een verstoorde arbeidsrelatie kan een valide ontslaggrond zijn, maar je moet dan wel de transitievergoeding betalen. Wil je ook die kosten vermijden, dan moet je kunnen aantonen dat de werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Dat is een hoge lat. Gedoe op de werkvloer, een verschil van inzicht of slecht functioneren zonder goed dossier is daarvoor onvoldoende.

Wil je als werkgever een ontbindingsverzoek indienen op basis van een verstoorde arbeidsrelatie, dan is het cruciaal dat je kunt aantonen dat je serieus hebt geprobeerd de relatie te herstellen — bijvoorbeeld via mediation of een verbetertraject. Zonder die inspanning is de kans groot dat de rechter het verzoek afwijst.

Wat kun je doen?

Ben je werknemer en krijg je te maken met een ontbindingsverzoek wegens een verstoorde arbeidsrelatie? Laat je dan zo snel mogelijk juridisch adviseren. In veel gevallen heb je meer rechtsbescherming dan je denkt, en is de transitievergoeding bij ontslag een vaststaand recht dat je niet zomaar kunt worden ontnomen.

Controleer ook of de werkgever voldoende heeft gedaan om de situatie te verbeteren. Als dat niet het geval is, kan dat invloed hebben op de uitkomst van de procedure. En als de werkgever wel ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, is er mogelijk ook ruimte voor een billijke vergoeding naast de transitievergoeding.

Ben je werkgever en overweeg je een ontbindingsprocedure? Zorg dan voor een goed opgebouwd dossier, schriftelijke vastlegging van incidenten, en bewijs van pogingen tot herstel van de arbeidsrelatie. Zonder dat fundament is de kans op succes beperkt en loop je het risico op extra kosten.

Meer weten over je rechten en verplichtingen bij ontslag of ontbinding? Bekijk dan de informatie op onze pagina over werk en inkomen.

Veelgestelde vragen

Heb ik recht op een transitievergoeding als mijn arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens een verstoorde arbeidsrelatie?

Ja, bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde arbeidsrelatie heb je als werknemer recht op de transitievergoeding, mits jij niet ernstig verwijtbaar hebt gehandeld. De verstoorde relatie op zichzelf is geen reden om de transitievergoeding te weigeren. De rechter kent deze vergoeding toe op het moment van ontbinding.

Wanneer krijg je een billijke vergoeding naast de transitievergoeding bij ontslag?

Een billijke vergoeding bij ontslag wordt alleen toegekend als de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Dat betekent dat de werkgever bewust of roekeloos heeft bijgedragen aan de situatie die tot ontslag leidde. Gewone fouten, een moeizame samenwerking of een slechte communicatie zijn daarvoor niet voldoende.

Kan een werkgever de arbeidsovereenkomst ontbinden zonder dat de werknemer iets verkeerd heeft gedaan?

Ja, dat kan. Een verstoorde arbeidsrelatie is een zelfstandige ontslaggrond in het arbeidsrecht, ook als de werknemer geen verwijt treft. De werkgever moet dan wel aantonen dat de samenwerking duurzaam is ontwricht en dat herstel niet meer mogelijk is. De werknemer heeft in dat geval gewoon recht op de transitievergoeding.

Heb je vragen over ontbinding van de arbeidsovereenkomst, de transitievergoeding of de billijke vergoeding? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.


Robin Lammers
 ·  Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
 ·  2026-09-24

Een aannemer die zijn werk niet goed aflevert, kan geconfronteerd worden met gedeeltelijke ontbinding van de aannemingsovereenkomst. Dat bevestigde Rechtbank Limburg op 16 september 2026 in een eindvonnis in een bodemprocedure over een tekortkoming van een aannemer. Een relevante uitspraak als je bouwt, verbouwt of een geschil hebt met een aannemer.

Wat houdt dit in?

Gedeeltelijke ontbinding van een overeenkomst van aanneming van werk houdt in dat een deel van de overeenkomst ongedaan wordt gemaakt vanwege een toerekenbare tekortkoming van de aannemer, zonder dat de hele overeenkomst hoeft te worden vernietigd.

In deze zaak (ECLI:NL:RBLIM:2026:9865) oordeelde de rechter dat de aannemer tekortgeschoten was in de nakoming van zijn verplichtingen. Het ging om een bodemprocedure, wat betekent dat dit een inhoudelijk oordeel is over de feiten en het recht, niet slechts een voorlopige maatregel.

De rechtbank paste gedeeltelijke ontbinding toe. Dat instrument bestaat ernaast: je hoeft als opdrachtgever niet alles of niets te vorderen. Als een aannemer een deel van het werk niet of niet goed uitvoert, kun je de overeenkomst voor dat deel ontbinden en aanspraak maken op terugbetaling of schadevergoeding, terwijl de rest van de afspraken gewoon in stand blijft.

Dit volgt uit artikel 6:265 jo. 6:270 van het Burgerlijk Wetboek. Gedeeltelijke ontbinding is mogelijk als de tekortkoming niet zodanig ernstig is dat volledige ontbinding gerechtvaardigd is, maar de opdrachtgever wel recht heeft op een aanpassing van de verplichtingen over en weer. De uitspraak is te vinden op Rechtspraak.

Wat betekent dit voor jou?

Ben je particulier opdrachtgever en heb je een aannemer ingehuurd voor een verbouwing of nieuwbouw? Dan is dit vonnis relevant. Het bevestigt dat je niet hoeft te accepteren dat een aannemer zijn werk gebrekkig oplevert en daarna gewoon het volledige aanneemsom opeist.

Als de aannemer aantoonbaar tekortschiet, kun je een deel van de betaling terugvorderen of vermindering van de aanneemsom eisen. Dat moet je wel juridisch goed onderbouwen: je hebt bewijs nodig van de gebreken, bij voorkeur in de vorm van een bouwkundig rapport of getuigenverklaringen.

Ben je aannemer of aannemer-ondernemer? Dan is dit een signaal om je werkuitvoering en documentatie op orde te houden. Zorg dat opleveringsrapporten, schriftelijke afspraken en tussentijdse communicatie goed worden bijgehouden. Een tekortkoming kan je niet alleen geld kosten via ontbinding, maar ook leiden tot schadevergoedingsclaims van de opdrachtgever.

Voor VvE’s en projectontwikkelaars geldt hetzelfde: bij aannemingscontracten voor meerdere woningen of gemeenschappelijke ruimtes is de kans op geschillen groter. Weet wat je rechten zijn als een aannemer zijn afspraken niet nakomt.

Wat kun je doen?

Heb je een geschil met een aannemer, of loop je tegen gebreken aan in opgeleverd werk? Zet dan de volgende stappen.

Documenteer de gebreken zo snel mogelijk. Maak foto’s, noteer data en schakel bij voorkeur een onafhankelijke bouwkundige in om de gebreken schriftelijk vast te leggen. Dit is jouw bewijspositie in een eventuele procedure.

Stel de aannemer vervolgens schriftelijk in gebreke en geef een redelijke termijn om het gebrek te herstellen. Dat is juridisch een vereiste voordat je tot ontbinding of schadevergoeding kunt overgaan. Doe dit per aangetekende brief of e-mail met ontvangstbevestiging, zodat je bewijs hebt van de ingebrekestelling.

Reageert de aannemer niet of herstelt hij het gebrek niet adequaat? Dan kun je de stap naar gedeeltelijke ontbinding van de aannemingsovereenkomst overwegen. Afhankelijk van de ernst van de tekortkoming kan ook volledige ontbinding of schadevergoeding aan de orde zijn.

Laat je hierin bijstaan door een juridisch adviseur die verstand heeft van bouwrecht en aannemingsovereenkomsten. Op recht-zeker.nl/wonen/ lees je hoe Recht Zeker Advies je hierbij kan helpen.

Veelgestelde vragen

Wat is gedeeltelijke ontbinding van een aannemingsovereenkomst?

Gedeeltelijke ontbinding van een aannemingsovereenkomst betekent dat een deel van de overeenkomst ongedaan wordt gemaakt omdat de aannemer zijn verplichtingen voor dat deel niet is nagekomen. De opdrachtgever heeft dan recht op terugbetaling van het deel van de aanneemsom dat overeenkomt met het niet of slecht uitgevoerde werk, zonder dat de hele overeenkomst hoeft te worden vernietigd. Dit is geregeld in artikel 6:270 van het Burgerlijk Wetboek.

Kan ik geld terugvorderen als de aannemer zijn werk niet goed heeft gedaan?

Ja, als de aannemer aantoonbaar tekortgeschoten is, kun je aanspraak maken op vermindering van de aanneemsom of terugbetaling van al betaalde bedragen via gedeeltelijke ontbinding van de aannemingsovereenkomst. Je moet de aannemer wel eerst schriftelijk in gebreke stellen en hem de kans geven het gebrek te herstellen. Lukt dat niet, dan kun je via de rechter terugvorderen wat je teveel hebt betaald.

Moet ik naar de rechter als de aannemer niet reageert op gebreken?

Niet altijd. Soms kun je via mediation of een geschillencommissie tot een oplossing komen, wat sneller en goedkoper is dan een bodemprocedure. Als de aannemer weigert mee te werken of de schade aanzienlijk is, is een gerechtelijke procedure via de rechtbank soms de enige optie om je recht te halen. Een juridisch adviseur kan beoordelen welk traject het meest kansrijk en kostenefficiënt is in jouw situatie.

Heb je vragen over gebreken in aangeleverd werk of een geschil met een aannemer? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.