Recht Zeker

Ontslag op i-grond: transitie- én cumulatievergoeding


Robin Lammers
 ·  Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
 ·  2026-08-26

Rechtbank Gelderland ontbond op 14 augustus 2026 een arbeidsovereenkomst op de zogenoemde i-grond — de cumulatiegrond. De werkgever kreeg de ontbinding, maar de werknemer liep niet met lege handen weg: zowel een transitievergoeding als een aanvullende vergoeding werden toegewezen. Een billijke vergoeding hoefde de werkgever niet te betalen. Lees hier wat dit voor jou betekent, als werknemer of werkgever. Bron: Rechtspraak.

Wat houdt dit in?

Ontbinding op de i-grond houdt in dat een rechter een arbeidsovereenkomst beëindigt op basis van een combinatie van ontslaggronden die elk afzonderlijk onvoldoende zijn om ontslag te rechtvaardigen, maar samen wel voldoende gewicht hebben.

Sinds de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) in 2020 bestaat de i-grond. Werkgevers kunnen daarmee ontslag aanvragen als er meerdere ontslagredenen zijn — zoals disfunctioneren én een verstoorde arbeidsrelatie — die los van elkaar de ontslagdrempel niet halen, maar samen wel een redelijke basis vormen.

Rechtbank Gelderland ging in deze zaak mee met het verzoek van de werkgever. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden. Maar omdat de i-grond een combinatie van gedeeltelijk onderbouwde gronden betreft, heeft de werknemer recht op een hogere vergoeding dan de standaard transitievergoeding alleen.

In dit geval werd naast de transitievergoeding ook een aanvullende vergoeding toegekend — de zogenoemde cumulatievergoeding. Die mag maximaal 50% van de transitievergoeding bedragen. Een billijke vergoeding werd niet toegewezen, wat betekent dat de rechtbank geen ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever zag.

De rechter bood ook een intrekkingsmogelijkheid: de werkgever mocht het verzoek intrekken nadat de hoogte van de vergoedingen bekend was. Dat is gebruikelijk in ontbindingsprocedures en geeft de werkgever de kans om te beslissen of hij de ontbinding op deze voorwaarden wil doorzetten.

Wat betekent dit voor jou?

Als werknemer is het goed om te weten dat een ontbinding op de i-grond niet automatisch betekent dat je met alleen de kale transitievergoeding naar huis gaat. De rechtbank kan — en deed dat hier ook — een aanvullende cumulatievergoeding toewijzen. Dat kan oplopen tot anderhalf maal de gewone transitievergoeding.

Je hoeft als werknemer ook niet passief af te wachten. Je kunt verweer voeren, tegenverzoeken indienen en de rechtbank wijzen op omstandigheden die pleiten voor een hogere vergoeding of zelfs een billijke vergoeding. Die billijke vergoeding is er voor situaties waarin de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld.

Als werkgever laat deze uitspraak zien dat de i-grond werkt, maar dat het je wel iets kost. Je moet rekenen op in ieder geval de transitievergoeding plus mogelijk een cumulatievergoeding. Houd hier rekening mee voordat je een ontslagprocedure start. Goede documentatie van alle afzonderlijke ontslaggronden is cruciaal: hoe beter je dossier, hoe sterker je positie.

De intrekkingsmogelijkheid geeft je als werkgever een veiligheidsventiel. Als de rechter een vergoeding oplegt die hoger uitvalt dan verwacht, kun je het verzoek nog terugtrekken. Maar let op: de werknemer kan dan wel zelf om ontbinding vragen, en de arbeidsrelatie is intussen wel beschadigd.

Wat kun je doen?

Ben je als werknemer geconfronteerd met een ontbindingsverzoek op de i-grond? Laat je dan niet verrassen. Controleer of de werkgever alle gronden goed heeft onderbouwd, want een zwak dossier kan betekenen dat de rechter ook de cumulatievergoeding hoger vast stelt. Schakel tijdig juridische hulp in — bij voorkeur nog voordat de zitting plaatsvindt.

Als werkgever is het verstandig je ontslagdossier op orde te hebben vóórdat je een procedure start. Denk aan verslagen van functioneringsgesprekken, waarschuwingsbrieven, mediation-pogingen en schriftelijke vastlegging van de verstoorde relatie. Hoe sterker elk afzonderlijk onderdeel, hoe minder je extra betaalt via de cumulatievergoeding.

Wil je weten waar je staat en wat je kansen zijn? Bekijk dan onze informatie over arbeidsrechtelijke geschillen op recht-zeker.nl/werk-en-inkomen/. We denken graag met je mee, of je nu werknemer of werkgever bent.

Veelgestelde vragen

Wat is de cumulatievergoeding bij ontslag op de i-grond?

De cumulatievergoeding is een aanvullende vergoeding bovenop de transitievergoeding bij ontbinding op de i-grond. De rechter kan deze toewijzen als maximaal 50% van de transitievergoeding, waardoor een werknemer in totaal maximaal anderhalf maal de normale transitievergoeding ontvangt. De hoogte is afhankelijk van hoe zwaar de afzonderlijke ontslaggronden wegen.

Wat is het verschil tussen een transitievergoeding, cumulatievergoeding en billijke vergoeding?

De transitievergoeding is de wettelijke basisvergoeding waar elke werknemer recht op heeft bij ontslag na twee jaar dienstverband. De cumulatievergoeding is een extra vergoeding specifiek bij ontbinding op de i-grond, maximaal 50% van de transitievergoeding. De billijke vergoeding komt daar bovenop, maar alleen als de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld — bijvoorbeeld door bewust arbeidsrechtelijke regels te schenden.

Kan een werkgever een ontbindingsverzoek intrekken nadat de rechter uitspraak doet?

Ja, in ontbindingsprocedures krijgt de werkgever standaard de mogelijkheid het verzoek in te trekken nadat de rechtbank de hoogte van de vergoedingen heeft bepaald. Als de werkgever dit doet, blijft de arbeidsovereenkomst in stand, maar de werknemer kan daarna zelf om ontbinding verzoeken. Intrekking lost de onderliggende problemen dus niet op.

Heb je vragen over ontslag op de i-grond of een arbeidsrechtelijk geschil? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.


Robin Lammers
 ·  Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
 ·  2026-08-26

Taxivervoer aanbieden zonder vergunning is een serieuze overtreding, en de rechter bevestigt dat handhavers daar hard tegen mogen optreden. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde op 25 augustus 2026 dat een last onder dwangsom terecht was opgelegd aan een vervoerder die taxidiensten aanbood zonder de vereiste vergunning. Dit is een duidelijk signaal voor iedereen actief in taxivervoer: de regels worden gehandhaafd, en de kosten van overtreding kunnen fors oplopen.

Wat houdt dit in?

Taxivervoer zonder vergunning houdt in dat je als vervoerder personen tegen betaling vervoert zonder te beschikken over de wettelijk vereiste vergunning op grond van de Wet personenvervoer 2000.

In deze zaak (Rechtspraak, ECLI:NL:CBB:2026:384) had de toezichthouder vastgesteld dat de betrokken partij aannemelijk taxivervoer had verricht zonder daarvoor een geldige vergunning te hebben. Op basis daarvan werd een last onder dwangsom opgelegd: een maatregel die toekomstige overtredingen moet voorkomen door een financiële prikkel aan herhaling te verbinden.

De vervoerder ging in beroep, maar het College van Beroep voor het bedrijfsleven stelde de toezichthouder volledig in het gelijk. De last onder dwangsom was op goede gronden opgelegd. Dat betekent: als de overtreding opnieuw plaatsvindt, verbeurt de vervoerder automatisch een geldbedrag.

Belangrijk detail: de rechter oordeelde dat het taxivervoer zonder vergunning voldoende aannemelijk was gemaakt, ook al was er geen waterdicht bewijs in de vorm van een volledige rit met bonnetje en al. Aannemelijkheid is in dit soort handhavingszaken al voldoende grond voor optreden.

Wat betekent dit voor jou?

Voor taxichauffeurs en vervoersbedrijven is deze uitspraak een duidelijke waarschuwing. Rij jij mensen rond tegen betaling, ook incidenteel of via een platform? Dan val je al snel onder de definitie van taxivervoer en heb je een vergunning nodig. De toezichthouder hoeft niet te wachten tot je een overtreding voor de derde keer pleegt: één gegronde verdenking kan al leiden tot een last onder dwangsom.

Voor platformrijders zoals chauffeurs die via apps als Uber of vergelijkbare diensten werken, is dit extra relevant. Ook zij vallen in beginsel onder de Wet personenvervoer 2000 en zijn vergunningplichtig. De handhaving richt zich steeds vaker ook op deze groep.

Voor autodealers en importeurs is de directe relevantie kleiner, maar wie zakelijke mobiliteitsoplossingen aanbiedt waarbij klanten of medewerkers worden vervoerd, doet er goed aan te checken of dat vervoer vergunningplichtig is. De grens tussen zakelijk rijden en taxivervoer is dunner dan je denkt.

Als je al een dwangsom opgelegd hebt gekregen en een nieuwe overtreding plaatsvindt, wordt het bedrag automatisch verbeurd. Dat kan snel in de duizenden of zelfs tienduizenden euro’s lopen, afhankelijk van de hoogte die de toezichthouder heeft vastgesteld.

Wat kun je doen?

Sta je in de taxibranche of bied je vervoerdiensten aan, dan is de eerste stap simpel: controleer of je beschikt over de juiste vergunningen. Dat betekent minimaal een ondernemersvergunning voor taxivervoer en, voor chauffeurs, een geldige chauffeurskaart.

Heb je al een handhavingsbesluit ontvangen, een last onder dwangsom of een aankondiging daarvan? Reageer dan niet te snel zelf richting de toezichthouder. Wat je zegt of schrijft kan worden meegenomen in de beoordeling. Schakel eerst juridische hulp in.

Wil je bezwaar maken of in beroep gaan tegen een opgelegde maatregel? Let dan goed op de bezwaartermijn van zes weken na het besluit. Na die termijn staat het besluit vast en zijn je opties beperkt. Bekijk voor meer informatie over juridische bijstand in de automotivesector onze pagina over automotive recht.

Twijfel je of jouw activiteiten onder taxivervoer vallen? Dat is een concrete juridische vraag die snel te beantwoorden is. Beter vooraf duidelijkheid dan achteraf een dwangsom.

Veelgestelde vragen

Wat is een last onder dwangsom bij taxivervoer zonder vergunning?

Een last onder dwangsom is een handhavingsmaatregel waarbij de toezichthouder een vervoerder verplicht een overtreding te staken of voorkomen, op straffe van een automatisch te verbeuren geldbedrag bij herhaling. Bij taxivervoer zonder vergunning kan dit bedrag per overtreding of per tijdseenheid worden vastgesteld, en het verbeurt zonder verdere procedure zodra de overtreding opnieuw wordt geconstateerd.

Wanneer is er sprake van taxivervoer zonder vergunning?

Er is sprake van taxivervoer zonder vergunning wanneer je personen vervoert tegen betaling over de weg, zonder dat je beschikt over een geldige vergunning op grond van de Wet personenvervoer 2000. Dit geldt ook voor chauffeurs die via apps of platforms rijden. De toezichthouder hoeft geen volledige rit te bewijzen: aannemelijkheid van de overtreding is voldoende grond voor handhaving.

Kan ik bezwaar maken tegen een opgelegde dwangsom voor taxivervoer?

Ja, je kunt bezwaar maken tegen een last onder dwangsom, maar je hebt daarvoor slechts zes weken vanaf de datum van het besluit. Dien je te laat een bezwaar in, dan staat de maatregel vast. Het is sterk aan te raden om een jurist te raadplegen voordat je reageert, omdat de inhoud van je verweer bepalend is voor de kans van slagen.

Heb je vragen over taxivervoer zonder vergunning of een opgelegde last onder dwangsom? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.


Robin Lammers
 ·  Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
 ·  2026-08-25

Een aannemer die werk niet afmaakt maar wel het volledige bedrag opstrijkt — het is een situatie die vaker voorkomt dan je denkt. Rechtbank Noord-Holland oordeelde op 4 juni 2026 dat de aannemer in zo’n geval een deel van de aanneemsom moet terugbetalen aan de consument. Een belangrijke uitspraak voor iedereen die bouwwerkzaamheden laat uitvoeren aan de eigen woning.

Wat houdt dit in?

Gedeeltelijke terugbetaling van de aanneemsom houdt in dat een aannemer het deel van de betaalde prijs moet teruggeven dat overeenkomt met werkzaamheden die hij wel had moeten uitvoeren maar dit heeft nagelaten.

In deze zaak had een consument een aannemer ingehuurd voor overeengekomen werkzaamheden en had hij de aanneemsom (deels of geheel) al betaald. De aannemer voerde echter een deel van het afgesproken werk niet uit, ondanks meerdere verzoeken van de consument. De kantonrechter van Rechtbank Noord-Holland stelde de consument in het gelijk.

De kern van de redenering: als een aannemer aantoont werk te zullen leveren maar dat vervolgens structureel nalaat, is er sprake van wanprestatie. De consument heeft dan recht op terugbetaling van het bedrag dat overeenkomt met het niet-uitgevoerde werk. De rechter liet de aannemer geen ruimte om de tekortkoming te verdoezelen met vage toezeggingen of vertragingstactieken.

Je kunt de volledige uitspraak lezen via Rechtspraak.

Wat betekent dit voor jou?

Als woningbezitter of huurder die een aannemer inschakelt, heb je meer rechtsbescherming dan velen denken. De uitspraak bevestigt dat een aannemer niet zomaar kan wegkomen met half werk terwijl hij het volle bedrag al heeft ontvangen. Je hoeft dat niet klakkeloos te accepteren.

Concreet betekent dit dat je als consument recht hebt op nakoming van de afgesproken werkzaamheden. Voert de aannemer die werkzaamheden niet uit na meerdere verzoeken, dan kun je aanspraak maken op gedeeltelijke terugbetaling van de aanneemsom. De rechter kijkt daarbij naar wat er is afgesproken, wat er is betaald en wat er daadwerkelijk is uitgevoerd.

Voor mensen die momenteel in een soortgelijke situatie zitten, is dit een steun in de rug. Je staat juridisch sterker dan je misschien dacht, zeker als je de verzoeken aan de aannemer goed hebt gedocumenteerd. Mondelinge afspraken zijn lastiger te bewijzen, maar schriftelijke communicatie — appjes, e-mails, brieven — is goud waard in dit soort geschillen.

Ook voor aannemers is dit een duidelijk signaal. Het niet nakomen van een overeenkomst met een consument, ook als slechts een deel van het werk uitblijft, kan leiden tot een terugbetalingsverplichting. De rechter staat niet toe dat een aannemer een consument maandenlang aan het lijntje houdt.

Wat kun je doen?

Zit jij in een conflict met een aannemer over niet-uitgevoerd werk? Dan zijn dit de stappen die je zet.

Allereerst: zet alle verzoeken aan de aannemer schriftelijk. Stuur een aangetekende brief of een e-mail waarin je duidelijk aangeeft welk werk nog niet is uitgevoerd en dat je de aannemer een redelijke termijn geeft om dit alsnog te doen. Dit heet een ingebrekestelling en is juridisch een belangrijke stap voordat je verdere actie kunt ondernemen.

Bewaar alle communicatie, foto’s van de (half afgebouwde) situatie en de originele overeenkomst of offerte. Deze documentatie bepaalt in grote mate hoe sterk jouw positie is als het tot een procedure komt. Een gedetailleerde tijdlijn van gebeurtenissen helpt enorm.

Reageert de aannemer niet of weigert hij terugbetaling? Dan kun je een procedure starten bij de kantonrechter, zoals de consument in deze zaak deed. Gaat het om een bedrag tot 25.000 euro, dan is de kantonrechter bevoegd en zijn de proceskosten relatief beperkt.

Wil je weten waar je precies aan toe bent en hoe je dit aanpakt? Kijk dan op recht-zeker.nl/wonen/ voor meer informatie over juridische hulp bij bouwgeschillen en aanneemovereenkomsten.

Veelgestelde vragen

Kan ik geld terugkrijgen als een aannemer zijn werk niet afmaakt?

Ja, als een aannemer overeengekomen werkzaamheden niet uitvoert ondanks meerdere verzoeken, heb je als consument recht op gedeeltelijke terugbetaling van de aanneemsom. Dit bevestigde Rechtbank Noord-Holland op 4 juni 2026 in een uitspraak waarbij de kantonrechter de aannemer veroordeelde tot terugbetaling. Wel is het belangrijk dat je de aannemer eerst schriftelijk in gebreke stelt en hem een redelijke termijn geeft om het werk alsnog af te ronden.

Wat is een ingebrekestelling bij een aannemer en wanneer heb ik die nodig?

Een ingebrekestelling is een schriftelijke aanmaning waarin je de aannemer formeel meedeelt dat hij tekortschiet in de nakoming van de overeenkomst en hem een laatste redelijke termijn geeft om dit te herstellen. Je hebt deze nodig voordat je juridische stappen kunt zetten, zoals het eisen van schadevergoeding of terugbetaling van de aanneemsom. Zonder ingebrekestelling is een aannemer juridisch gezien nog niet officieel in verzuim.

Wat als de aannemer mondeling heeft beloofd het werk af te maken maar dit niet doet?

Mondelinge toezeggingen zijn juridisch gezien moeilijker te bewijzen dan schriftelijke afspraken. Als een aannemer mondeling belooft werk te voltooien maar dit structureel nalaat, is het raadzaam om dit alsnog schriftelijk vast te leggen — bijvoorbeeld door een bevestigingsmail te sturen na het gesprek. Hebt je geen schriftelijk bewijs, dan kan een juridisch adviseur helpen beoordelen welke andere bewijsmiddelen (zoals foto’s, getuigen of appberichten) bruikbaar zijn.

Heb je vragen over een conflict met een aannemer of de terugbetaling van een aanneemsom? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.


Robin Lammers
 ·  Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
 ·  2026-08-25

Een luchtvaartmaatschappij ontslaat een werknemer op staande voet omdat er in zijn locker een substantie wordt aangetroffen die ze vermoeden hasj te zijn. De kantonrechter van Rechtbank Noord-Holland draait dit ontslag op 18 augustus 2026 terug — omdat de werkgever het bewijs simpelweg niet rondkreeg. Dit arrest laat zien hoe zwaar de bewijslast bij ontslag op staande voet werkelijk is. Lees de volledige uitspraak via Rechtspraak.

Wat houdt dit in?

Ontslag op staande voet houdt in dat een werkgever de arbeidsovereenkomst per direct beëindigt wegens een dringende reden, maar dit ontslag is alleen rechtsgeldig als de werkgever die dringende reden ook daadwerkelijk kan bewijzen.

In deze zaak trof de werkgever — een luchtvaartmaatschappij — in de locker van de werknemer een substantie aan die zij bestempelde als hasj. Op basis daarvan volgde direct ontslag op staande voet. De werknemer verzocht de kantonrechter om vernietiging van dat ontslag.

De rechter had eerder, in een tussenvonnis (ECLI:NL:RBNHO:2026:5283), de werkgever al opgedragen bewijs te leveren. In dit eindvonnis concludeert de kantonrechter dat de werkgever daar niet in is geslaagd. Er was onvoldoende bewijs dat de aangetroffen substantie daadwerkelijk hasj bevatte — en daarmee ontbreekt de dringende reden.

Zonder bewijs van de dringende reden is het ontslag op staande voet nietig. Het verzoek van de werknemer tot vernietiging wordt toegewezen. Het tegenverzoek van de werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst speelt ook nog een rol in de zaak, wat laat zien dat dit soort procedures al snel complexer worden dan een simpel ja of nee.

Wat betekent dit voor jou?

Voor werknemers is dit een bevestiging van iets dat in de praktijk te vaak wordt onderschat: jouw werkgever mag je niet zomaar op staande voet ontslaan. De lat voor een dringende reden ligt hoog, en de bewijslast ligt volledig bij de werkgever. Als die het bewijs niet sluitend krijgt, staat het ontslag niet.

Als werknemer ben je dus niet automatisch verloren wanneer je werkgever je ontslaat op verdenking van iets. Zeker niet als het gaat om vermoedens die niet met hard bewijs zijn onderbouwd — zoals een visuele beoordeling van een onbekende substantie zonder laboratoriumonderzoek.

Voor werkgevers is de boodschap even duidelijk. Ontslag op staande voet is een zwaar middel met zware juridische gevolgen als je het niet goed onderbouwt. Een vermoeden, hoe sterk ook, is geen bewijs. Wie te snel handelt zonder de bewijspositie goed op orde te hebben, riskeert dat het ontslag wordt vernietigd én dat de werknemer recht heeft op loondoorbetaling over de periode dat hij ten onrechte thuis zat.

In de luchtvaartsector — waar veiligheidsbeleid en gedragscodes extra streng zijn — kan de druk om snel te handelen groot zijn. Maar ook daar geldt: juridische zorgvuldigheid is geen luxe, het is noodzaak.

Wat kun je doen?

Ben je als werknemer op staande voet ontslagen en twijfel je of dat terecht is? Doe dan snel iets. Je hebt een beperkte termijn om de vernietiging van het ontslag in te roepen. Hoe eerder je juridisch advies inwint, hoe meer opties je nog hebt.

Controleer altijd of de werkgever schriftelijk heeft uitgelegd wat de dringende reden is én of die reden concreet en bewijsbaar is. Vage formuleringen of vermoedens zijn juridisch onvoldoende.

Ben je werkgever en overweeg je ontslag op staande voet? Zorg dan dat je vóór het ontslag zeker weet dat je het bewijs rond hebt. Denk aan schriftelijke rapportages, camerabeelden, laboratoriumonderzoek of verklaringen van meerdere getuigen. Een intern onderzoek dat je later niet rond krijgt, kan je duur komen te staan.

Meer weten over je rechten en plichten rondom ontslag en arbeidsrecht? Bekijk onze informatie op de pagina Werk en inkomen.

Veelgestelde vragen

Wanneer is ontslag op staande voet geldig?

Ontslag op staande voet is alleen geldig als er sprake is van een dringende reden die de werkgever onmiddellijk en aantoonbaar kan onderbouwen. De werkgever draagt de volledige bewijslast. Slaagt de werkgever er niet in om die reden te bewijzen, dan is het ontslag nietig en heeft de werknemer recht op loondoorbetaling en herstel van de arbeidsovereenkomst.

Wat gebeurt er als de werkgever het bewijs bij ontslag op staande voet niet kan leveren?

Als de werkgever het bewijs van de dringende reden niet rond krijgt, kan de kantonrechter het ontslag vernietigen op verzoek van de werknemer. De werknemer heeft dan recht op doorbetaling van loon over de periode van het onterechte ontslag. De werkgever kan ook worden veroordeeld tot herstel van de arbeidsovereenkomst of tot betaling van een billijke vergoeding.

Hoe lang heb ik als werknemer de tijd om ontslag op staande voet aan te vechten?

Als werknemer heb je twee maanden de tijd om een verzoekschrift bij de kantonrechter in te dienen om het ontslag op staande voet te vernietigen. Die termijn begint te lopen op de dag van het ontslag. Wacht je langer, dan verval je in principe van dat recht, dus schakel snel juridische hulp in zodra je bent ontslagen.

Heb je vragen over ontslag op staande voet of een ander arbeidsrechtelijk geschil? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.


Robin Lammers
 ·  Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
 ·  2026-08-24

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in 2026 opnieuw een duidelijke grens getrokken: een bestuursorgaan dat een bestuurlijke boete oplegt, moet uiterlijk bij het besluit op bezwaar dragend bewijs van de overtreding hebben aangeleverd. Lukt dat niet, dan houdt de boete geen stand. Voor ondernemers die met een bestuurlijke boete worden geconfronteerd, is dit een belangrijk ankerpunt in hun rechtspositie.

Wat houdt dit in?

Dragend bewijs bij een bestuurlijke boete houdt in dat het bestuursorgaan uiterlijk bij de voltooiing van de bestuurlijke besluitvorming — dus bij het besluit op bezwaar — afdoende bewijs moet hebben geleverd dat de overtreding daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State maakt hiermee korte metten met een praktijk waarbij bestuursorganen pas tijdens de rechtbankprocedure aanvullend bewijs proberen in te brengen. Dat mag dus niet. Het bewijs moet er al liggen op het moment dat het bezwaar is afgerond en het besluit op bezwaar is genomen.

Dit klinkt logisch, maar in de praktijk komt het regelmatig voor dat een boetebeschikking wordt opgelegd op basis van een summier onderzoek, met de gedachte dat het bewijs later nog wel aangevuld kan worden. De Afdeling zegt: die mogelijkheid bestaat niet. De bewijslast ligt volledig bij het bestuursorgaan, en die last moet tijdig worden waargemaakt.

De uitspraak sluit aan bij het strafrechtelijke uitgangspunt dat de bewijslast bij de vervolgende partij ligt — hier: het bestuursorgaan. Een ondernemer hoeft zijn onschuld niet te bewijzen. Het bestuursorgaan moet de overtreding bewijzen, en dat bewijs moet solide zijn vóórdat de zaak bij de rechter belandt. Meer over deze uitspraak lees je op Mr. Online.

Wat betekent dit voor jou?

Als MKB-ondernemer krijg je mogelijk te maken met bestuurlijke boetes van toezichthouders zoals de Inspectie SZW, de NVWA, de Belastingdienst of de ACM. Het gaat dan om boetes wegens vermeende overtredingen van arbeidsrechtelijke regels, belastingwetgeving, milieueisen of mededingingsregels.

De kern van deze uitspraak is dat jij als ondernemer niet hoeft te accepteren dat een bestuursorgaan tijdens een rechtszaak alsnog met nieuw bewijs op de proppen komt. Maak je bezwaar tegen een boetebeschikking, dan is het besluit op bezwaar het eindpunt van de bestuurlijke fase. Heeft het bestuursorgaan op dat moment geen dragend bewijs, dan is de boete juridisch kwetsbaar.

Dit betekent ook dat jij in bezwaar actief moet controleren welk bewijs het bestuursorgaan feitelijk heeft. Vraag het volledige dossier op, analyseer wat de grondslag van de boete is en stel kritische vragen over de bewijskwaliteit. Doe je dat niet, dan loop je het risico dat zwak bewijs onbesproken blijft.

Voor ondernemers in sectoren met intensief toezicht — denk aan de bouw, horeca, transport of zorg — is dit extra relevant. In die sectoren worden regelmatig bestuurlijke boetes opgelegd na inspectiebezoeken waarbij de verslaglegging niet altijd even grondig is. Deze uitspraak geeft jou als ondernemer een concreet verweer in handen.

Wat kun je doen?

Heb je een boetebeschikking ontvangen, dan is de eerste stap: bezwaar maken binnen de wettelijke termijn van zes weken. Gebruik de bezwaarfase niet alleen om je standpunt te verwoorden, maar stel ook expliciet de vraag of het bestuursorgaan dragend bewijs heeft van de overtreding.

Vraag om een volledig overzicht van het bewijsmateriaal dat aan de boete ten grondslag ligt. Controleer of dat bewijs de overtreding daadwerkelijk onderbouwt of slechts een vermoeden weergeeft. Een boeterapport met vage omschrijvingen of conclusies zonder feitelijke onderbouwing is in het licht van deze uitspraak onvoldoende.

Kom je er in bezwaar niet uit, dan kun je naar de bestuursrechter. Maar de kern van je verweer — het ontbreken van dragend bewijs — moet je al in bezwaar hebben aangevoerd. Anders loop je het risico dat je dit punt in beroep niet meer volledig kunt benutten.

Schakel tijdig juridische hulp in. Een bestuurlijke boete kan fors oplopen en heeft soms ook gevolgen voor je vergunningen of reputatie. Op recht-zeker.nl/ondernemen/ vind je meer informatie over wat Recht Zeker Advies voor jou als ondernemer kan betekenen bij juridische en fiscale kwesties.

Veelgestelde vragen

Wanneer moet een bestuursorgaan bewijs leveren van een overtreding bij een bestuurlijke boete?

Een bestuursorgaan moet uiterlijk bij het besluit op bezwaar dragend bewijs leveren van de overtreding waarvoor een bestuurlijke boete is opgelegd. Bewijs dat pas tijdens de beroepsprocedure bij de rechter wordt ingebracht, is te laat en kan niet meer bijdragen aan de onderbouwing van de boete. Dit heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in 2026 opnieuw bevestigd.

Wat is dragend bewijs bij een bestuurlijke boete?

Dragend bewijs bij een bestuurlijke boete is bewijs dat de overtreding feitelijk en afdoende aantoont, zodat de boetebeschikking daarop zelfstandig kan steunen. Het gaat om concreet, controleerbaar bewijs — geen vermoedens of vage omschrijvingen in een inspectierapport. Als het bewijs niet voldoet aan deze norm, houdt de boete geen stand bij de bestuursrechter.

Kan ik een bestuurlijke boete aanvechten als het bewijs ontbreekt?

Ja, als het bestuursorgaan geen dragend bewijs heeft van de overtreding, is dat een sterke grond om de boete aan te vechten. Maak bezwaar binnen zes weken na de boetebeschikking, vraag het volledige bewijsdossier op en onderbouw in je bezwaar waarom het bewijs onvoldoende is. Slaagt het bezwaar niet, dan kun je dit verweer voortzetten bij de bestuursrechter.

Heb je vragen over een bestuurlijke boete of de bewijslast bij bestuursrechtelijke handhaving? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.


Robin Lammers
 ·  Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
 ·  2026-08-24

Rijd je in Nederland in een auto met buitenlands kenteken? Dan loop je het risico op een naheffing motorrijtuigenbelasting (MRB), ook als je beweert de auto niet zelf te gebruiken. Rechtbank Gelderland bevestigde op 19 augustus 2026 dat de bewijslast daarvoor volledig bij jou ligt — en dat is een punt waar veel mensen het mis laten gaan.

De uitspraak is te lezen via Rechtspraak.

Wat houdt dit in?

MRB-plicht bij een buitenlands kenteken houdt in dat je als ingezetene van Nederland motorrijtuigenbelasting verschuldigd bent zodra je feitelijk de beschikking hebt over een voertuig met buitenlands kenteken en daarmee gebruik maakt van de openbare weg.

In deze zaak (ARN 25/4018 & ARN 25/4024) was de belastingdienst van oordeel dat de belanghebbende gebruik had gemaakt van de openbare weg met een buitenlands gekentekend motorrijtuig. De belastingdienst legde een naheffing MRB op. De belanghebbende stelde dat hij de auto niet feitelijk in gebruik had, maar slaagde er niet in dat aan te tonen.

De rechtbank oordeelde dat het aan de belanghebbende is om overtuigend bewijs te leveren — oftewel: te “doen blijken” — dat hij géén feitelijke beschikking had over de auto. Dat is een zware bewijsstandaard. Twijfel is niet genoeg; je moet het tegendeel onomstotelijk aantonen.

Daar bovenop: het bezwaar tegen de rekening was niet-ontvankelijk verklaard, wat betekent dat de formele kant ook niet goed geregeld was. De beroepen werden ongegrond verklaard. Een dubbele tegenvaller dus.

Wat betekent dit voor jou?

Als je een auto met buitenlands kenteken rijdt of beschikbaar hebt in Nederland, ben je in de ogen van de belastingdienst al snel MRB-plichtig. Het maakt niet uit of je zegt dat iemand anders de eigenaar is of dat jij de auto “nooit gebruikt”. Wat telt is of jij feitelijk over het voertuig kunt beschikken.

Dit speelt met name bij mensen die een auto leasen of lenen van een buitenlandse werkgever, voertuigen rijden die op naam van een familielid in het buitenland staan, of expats en grenswerkers die denken buiten de Nederlandse MRB-regels te vallen. In al die gevallen kan de belastingdienst een naheffing opleggen zodra je met het voertuig gesignaleerd wordt op de Nederlandse openbare weg.

Voor autodealers en importeurs is dit ook relevant. Als je klanten adviseer die tijdelijk in buitenlandse auto’s rijden of handelaarskentekens overwegen, is het goed om te weten dat de MRB-discussie bij buitenlandse kentekens geen grijze zone is — de regels zijn streng en de rechter houdt ze overeind.

Wat kun je doen?

Rijd je nu al in een auto met buitenlands kenteken? Zorg dan dat je de situatie scherp in beeld hebt. Controleer of je als ingezetene van Nederland wordt beschouwd — dat is vaak het geval als je hier meer dan vier maanden per jaar verblijft of je hoofdverblijf hier is.

Als jij feitelijk kunt beschikken over het voertuig, ook al gebruik je het zelden of heeft het een buitenlands kenteken, dan ben je MRB verschuldigd. Zorg dat je ofwel het voertuig in Nederland registreert, ofwel kunt aantonen dat de feitelijke beschikkingsmacht bij iemand anders ligt. En dat laatste moet je kunnen bewijzen met concrete, verifieerbare documentatie — niet alleen met een verklaring.

Heb je al een naheffing ontvangen? Reageer dan op tijd. In deze zaak werd het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, wat betekent dat de termijnen niet goed gevolgd werden. Mis je een bezwaartermijn, dan staat de naheffing vast — ongeacht of die terecht was.

Wil je precies weten waar je aan toe bent of heb je al een aanslag ontvangen? Bekijk dan de mogelijkheden via onze pagina over automotive recht.

Veelgestelde vragen

Moet ik MRB betalen als ik rijdt in een auto met buitenlands kenteken?

Ja, als je als ingezetene van Nederland feitelijk de beschikking hebt over een voertuig met buitenlands kenteken en daarmee gebruik maakt van de Nederlandse openbare weg, ben je motorrijtuigenbelasting verschuldigd. Het feit dat de auto op een buitenlandse naam staat, maakt dat niet anders. De belastingdienst kijkt naar wie het voertuig feitelijk gebruikt en beschikbaar heeft.

Hoe bewijs ik dat ik geen feitelijke beschikking had over een buitenlandse auto?

Om een MRB-naheffing succesvol aan te vechten, moet je “doen blijken” dat je geen feitelijke beschikking had — dat is een zware bewijsstandaard. Concrete documentatie helpt, zoals een schriftelijke leenovereenkomst, bewijs dat de sleutels bij iemand anders lagen, of bewijs dat jij aantoonbaar elders was. Een mondelinge verklaring of louter ontkenning is onvoldoende.

Wat gebeurt er als ik te laat bezwaar maak tegen een MRB-naheffing?

Als je bezwaar te laat is ingediend, verklaart de belastingdienst het bezwaar niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de inhoud van je bezwaar niet meer beoordeeld wordt en de naheffing vaststaat. In uitzonderlijke gevallen kun je om een verschoonbare termijnoverschrijding vragen, maar dat is lastig te bewijzen. Reageer dus altijd binnen de bezwaartermijn van zes weken.

Geldt de MRB-plicht ook voor expats of buitenlandse werknemers die in Nederland werken?

Ja, ook expats en buitenlandse werknemers kunnen MRB-plichtig zijn als zij als ingezetene van Nederland worden aangemerkt en feitelijk gebruikmaken van een buitenlands gekentekend voertuig op de Nederlandse weg. Of iemand ingezetene is, hangt af van de feitelijke woonsituatie, niet alleen van de nationaliteit of het werkgeversland.

Heb je vragen over MRB bij buitenlandse kentekens of een naheffing ontvangen? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.


Robin Lammers
 ·  Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
 ·  2026-08-21

Verstuur je als belastingplichtige je correspondentie via een adviseur, dan verwacht je dat de Belastingdienst die adviseur ook betrekt bij het verzenden van aanslagen. Rechtbank Den Haag heeft recent geoordeeld dat een termijnoverschrijding bij bezwaar verschoonbaar is als de inspecteur een navorderingsaanslag niet naar de gemachtigde stuurt — terwijl er wél uitvoerig met die gemachtigde gecorrespondeerd is. Dat is een belangrijke uitkomst voor elke ondernemer die via een adviseur communiceert met de fiscus.

Wat houdt dit in?

Een verschoonbare termijnoverschrijding houdt in dat een te laat ingediend bezwaar toch ontvankelijk is, omdat de overschrijding buiten de schuld van de belastingplichtige is ontstaan.

In deze zaak ging het om een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting (VPB) over 2019. De belastingplichtige had een gemachtigde — een belastingadviseur — die namens hem alle contacten met de Belastingdienst onderhield. Er was uitvoerige voorafgaande correspondentie tussen de inspecteur en die gemachtigde. Toch stuurde de inspecteur de navorderingsaanslag zelf alleen naar de belastingplichtige, niet naar de adviseur.

De belastingplichtige zag de aanslag daardoor later dan verwacht, waardoor het bezwaar te laat werd ingediend. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Rechtbank Den Haag floot de inspecteur terug: gegeven alle voorafgaande correspondentie met de gemachtigde mocht de belastingplichtige erop vertrouwen dat de aanslag ook naar die adviseur zou gaan. De termijnoverschrijding is onder deze omstandigheden verschoonbaar. De bron van deze uitspraak kun je raadplegen via Taxlive.

De rechtbank oordeelt daarmee dat de niet-ontvankelijkverklaring achterwege had moeten blijven. Het bezwaar wordt alsnog inhoudelijk behandeld.

Wat betekent dit voor jou?

Als MKB-ondernemer werk je waarschijnlijk samen met een accountant of belastingadviseur. Je verwacht dan logischerwijs dat de Belastingdienst die persoon aanspreekt als het om jouw belastingzaken gaat. Maar in de praktijk gaat dit regelmatig mis: aanslagen worden naar het bedrijfsadres gestuurd, terwijl de gemachtigde daar niet automatisch van op de hoogte raakt.

Het gevolg is dat bezwaartermijnen verstrijken zonder dat je of je adviseur het door heeft. En dan staat je ineens met een niet-ontvankelijk bezwaar — terwijl je inhoudelijk misschien een sterke zaak hebt. Deze uitspraak maakt duidelijk dat de Belastingdienst daarin ook een eigen verantwoordelijkheid heeft, zeker als er al langdurig contact is met een gemachtigde.

Voor ondernemers die worden bijgestaan door een adviseur is dit goed nieuws. Heb je een navorderingsaanslag ontvangen en de bezwaartermijn gemist omdat de aanslag niet bij je adviseur terechtkwam, dan is er dus een reëel argument om toch bezwaar te maken en de termijnoverschrijding verschoonbaar te laten verklaren.

Het is ook een signaal aan adviseurs en gemachtigden: controleer actief of aanslagen en beschikkingen ook aan jullie worden gestuurd, en leg dit zo nodig expliciet vast richting de inspecteur.

Wat kun je doen?

Heb je onlangs een navorderingsaanslag VPB of een andere aanslag ontvangen, maar niet via je adviseur? Controleer dan eerst de dagtekening van de aanslag en bereken zorgvuldig wanneer de bezwaartermijn van zes weken afloopt.

Als die termijn al is verstreken, is het zaak om zo snel mogelijk alsnog bezwaar in te dienen. Onderbouw daarin concreet waarom de termijnoverschrijding verschoonbaar is: beschrijf de voorafgaande correspondentie met de inspecteur via je gemachtigde en geef aan waarom je er redelijkerwijs op mocht vertrouwen dat de aanslag ook naar je adviseur zou worden gestuurd.

Documenteer alles goed: eerdere brieven, e-mails en machtigingen die aantonen dat je adviseur als vast aanspreekpunt gold. Hoe uitvoeriger die correspondentie, hoe sterker je positie — dat blijkt ook uit deze uitspraak van Rechtbank Den Haag.

Stuur ook proactief een machtigingsbrief naar de inspecteur als je dat nog niet gedaan hebt. Daarin leg je vast dat alle correspondentie voortaan naar je adviseur moet worden gestuurd. Dit voorkomt dezelfde situatie in de toekomst.

Heb je hulp nodig bij het beoordelen van je situatie of het opstellen van een bezwaarschrift? Bekijk dan wat Recht Zeker Advies voor je kan betekenen via recht-zeker.nl/ondernemen/.

Veelgestelde vragen

Wat is een verschoonbare termijnoverschrijding bij bezwaar tegen een belastingaanslag?

Een verschoonbare termijnoverschrijding bij bezwaar houdt in dat de rechtbank of inspecteur het te laat indienen van een bezwaarschrift door de vingers ziet, omdat de overschrijding buiten de schuld van de belastingplichtige is ontstaan. Dat kan het geval zijn als de aanslag naar het verkeerde adres is gestuurd of — zoals in deze zaak — niet naar de gemachtigde is verstuurd terwijl daar alle aanleiding voor was. Het bezwaar wordt dan toch inhoudelijk behandeld.

Moet de Belastingdienst een navorderingsaanslag ook naar mijn belastingadviseur sturen?

Als je een gemachtigde hebt aangesteld en de inspecteur heeft uitvoerig met die gemachtigde gecorrespondeerd, dan mag je er redelijkerwijs op vertrouwen dat aanslagen ook naar die adviseur worden gestuurd. Rechtbank Den Haag heeft in augustus 2026 geoordeeld dat het niet sturen van de navorderingsaanslag naar de gemachtigde onder die omstandigheden voor rekening van de inspecteur komt. Het is wel verstandig om een schriftelijke machtiging bij de Belastingdienst te deponeren zodat dit formeel vaststaat.

Wat moet ik doen als ik de bezwaartermijn voor een navorderingsaanslag VPB heb gemist?

Dien zo snel mogelijk alsnog bezwaar in en onderbouw daarin waarom de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Verzamel bewijs van eerdere correspondentie tussen je adviseur en de inspecteur, en leg uit waarom je redelijkerwijs mocht verwachten dat de aanslag ook naar je gemachtigde zou gaan. Laat je hierbij begeleiden door een fiscaal jurist om je kansen zo groot mogelijk te maken.

Heb je vragen over navorderingsaanslagen, bezwaartermijnen of de inzet van een gemachtigde bij fiscale procedures? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.


Robin Lammers
 ·  Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
 ·  2026-08-21

Heb je ooit een naheffingsaanslag BPM ontvangen terwijl je weet dat de CO2-uitstoot van het voertuig lager is dan de Belastingdienst aanhoudt? Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft recent geoordeeld dat een certificaat van overeenkomst (CVO) voldoende bewijs is om de gehanteerde CO2-waarde in een BPM-geschil aan te vechten. Dit is goed nieuws voor importeurs, dealers en anderen die BPM betalen op basis van CO2-uitstoot.

Wat houdt dit in?

Een certificaat van overeenkomst (CVO) houdt in dat het document officieel aantoont dat een voertuig overeenkomt met een goedgekeurd type, inclusief de daarbij behorende technische specificaties zoals CO2-uitstoot.

In deze zaak, besproken door Taxlive, legde de belastingplichtige een CVO over waaruit een lagere CO2-uitstoot bleek dan de Belastingdienst had gebruikt bij het opleggen van de naheffingsaanslag BPM. De inspecteur betwistte of dit document als voldoende bewijs kon gelden. De rechtbank was het daar niet mee eens.

De rechtbank oordeelde dat het CVO wél voldoende bewijs vormt. Omdat de CO2-uitstoot lager was dan aanvankelijk aangehouden, moest de naheffingsaanslag BPM worden verminderd. De belastingplichtige betaalt dus minder dan de Belastingdienst had gevorderd.

Dit is een relevante uitspraak in een reeks van BPM-procedures die draaien om de vraag welke CO2-waarden mogen worden gebruikt bij de berekening van de verschuldigde BPM. De hoogte van de BPM hangt namelijk direct samen met de CO2-uitstoot: hoe lager de uitstoot, hoe minder belasting.

Wat betekent dit voor jou?

Ben je autodealers of importeur en heb je een naheffingsaanslag BPM gekregen die is gebaseerd op een hogere CO2-waarde dan jij kunt aantonen? Dan is deze uitspraak direct relevant voor jou. De rechtbank bevestigt dat je het recht hebt om de door de Belastingdienst gehanteerde CO2-uitstoot te betwisten als je beschikt over een CVO waaruit een lagere waarde blijkt.

Voor importeurs die voertuigen vanuit het buitenland op de Nederlandse markt brengen, is het bewaken van de juiste CO2-documentatie essentieel. Een CVO is niet zomaar een administratief stukje papier — het is nu erkend als een serieus bewijsmiddel in een BPM-procedure. Als je dit document paraat hebt bij een dispuut met de Belastingdienst, sta je juridisch sterk.

Consumenten die een auto hebben geïmporteerd en zelf BPM hebben betaald, kunnen hier ook baat bij hebben. Als bij jouw voertuig een CVO beschikbaar is met een lagere CO2-waarde, is het de moeite waard om te onderzoeken of je te veel BPM hebt betaald. In dat geval is bezwaar maken of een teruggaafverzoek indienen een reële optie.

Zelfs als de naheffing al een tijdje geleden is opgelegd, kan een lopende bezwaartermijn of een eerder ingediend bezwaar alsnog worden versterkt met dit type bewijs. Het is dus niet te laat om nu actie te ondernemen als de termijnen nog openstaan.

Wat kun je doen?

De eerste stap is controleren of je beschikt over een CVO voor het betreffende voertuig. Dit document wordt afgegeven door de fabrikant of importeur en bevat onder meer de officiële CO2-waarden. Vergelijk die waarden met wat de Belastingdienst heeft gebruikt als grondslag voor de BPM-berekening.

Wijkt de CO2-waarde op het CVO af van de waarde in de naheffingsaanslag? Dan heb je een concrete grond om bezwaar te maken of om de procedure te starten. Zorg dat het CVO volledig en correct is — een gebrekkig of onvolledig document kan alsnog worden geweigerd als bewijs.

Houd ook de termijnen in de gaten. Een bezwaarschrift moet doorgaans binnen zes weken na dagtekening van de aanslag worden ingediend. Wacht je te lang, dan verlies je het recht op bezwaar en kun je niet meer terugkomen op de aanslag — hoe sterk je bewijs ook is.

Wil je weten of jouw situatie vergelijkbaar is met deze uitspraak en of je een kans maakt in een BPM-procedure? Bekijk dan onze automotive rechtpagina voor meer informatie over BPM-geschillen en wat wij voor je kunnen betekenen.

Veelgestelde vragen

Wat is een certificaat van overeenkomst (CVO) en wat bewijst het in een BPM-procedure?

Een certificaat van overeenkomst (CVO) is een officieel document dat aantoont dat een specifiek voertuig overeenkomt met een goedgekeurd voertuigtype, inclusief bijbehorende technische gegevens zoals de CO2-uitstoot. In een BPM-procedure erkent de rechter dit document als voldoende bewijs om een lagere CO2-waarde aan te tonen dan de Belastingdienst hanteert, waardoor de BPM-naheffing kan worden verminderd.

Kan ik bezwaar maken tegen een BPM-naheffing op basis van een lagere CO2-uitstoot?

Ja, als je kunt aantonen dat de CO2-uitstoot van jouw voertuig lager is dan de Belastingdienst heeft aangehouden — bijvoorbeeld via een certificaat van overeenkomst — kun je bezwaar maken tegen de BPM-naheffing. Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft in augustus 2026 bevestigd dat een CVO hiervoor als voldoende bewijs geldt. Let op: het bezwaar moet wel binnen de wettelijke termijn van zes weken worden ingediend.

Hoe wordt BPM berekend op basis van CO2-uitstoot?

De BPM (belasting van personenauto’s en motorrijwielen) wordt in Nederland berekend aan de hand van de CO2-uitstoot van het voertuig. Hoe hoger de CO2-uitstoot, hoe meer BPM er verschuldigd is. Als de Belastingdienst een hogere CO2-waarde hanteert dan de werkelijke waarde van het voertuig, leidt dit tot een te hoge BPM-berekening. In dat geval is het mogelijk om de aanslag aan te vechten met het juiste bewijs, zoals een certificaat van overeenkomst.

Heb je vragen over een BPM-naheffing of een BPM-geschil op basis van CO2-uitstoot? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.


Robin Lammers
 ·  Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
 ·  2026-08-20

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 17 juli 2026 een opvallende uitspraak gedaan over de ontbinding van een arbeidsovereenkomst waarbij de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Dat heeft directe gevolgen voor de ontslagvergoeding die de werknemer ontvangt. Als werkgever of werknemer is het belangrijk om te begrijpen wat “ernstig verwijtbaar handelen” precies betekent en welke financiële consequenties dat heeft. Bekijk de volledige uitspraak via Rechtspraak.

Wat houdt dit in?

Ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever houdt in dat de werkgever zich zodanig heeft misdragen of tekortgeschoten is in zijn verplichtingen, dat een werknemer recht heeft op een billijke vergoeding bovenop de transitievergoeding.

In deze zaak verzocht de werknemer ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De rechtbank wees dat verzoek toe, maar week deels af van de door partijen aangevoerde ontslaggronden. Dat is opmerkelijk: de rechter heeft zelf de juridische grondslag gecorrigeerd en vastgesteld dat het handelen van de werkgever als ernstig verwijtbaar moet worden aangemerkt.

Wat dit in de praktijk betekent: de rechter kijkt niet alleen naar wat partijen zeggen, maar beoordeelt ook zelfstandig wat er werkelijk is gebeurd. Als de feiten daartoe aanleiding geven, kan de rechter alsnog concluderen dat de werkgever een ernstig verwijt treft — ook als dat niet de primaire grond was in het verzoekschrift.

Ernstig verwijtbaar handelen door de werkgever leidt vrijwel altijd tot een billijke vergoeding. Die vergoeding staat los van de transitievergoeding en kan in hoogte sterk variëren, afhankelijk van de ernst van het gedrag en de gevolgen voor de werknemer.

Wat betekent dit voor jou?

Als werknemer is dit een relevante uitspraak als je in een situatie zit waarbij je werkgever zich onfatsoenlijk of onrechtmatig gedraagt. Je hoeft niet per se zelf de juridische kwalificatie “ernstig verwijtbaar” te benoemen — de rechter kan dat zelfstandig vaststellen op basis van de feiten die je aandraagt.

Concreet betekent dit dat je als werknemer recht kunt hebben op een billijke vergoeding naast je transitievergoeding, als de werkgever jou heeft benadeeld door verwijtbaar gedrag. Denk aan het negeren van re-integratieverplichtingen, het creëren van een onhoudbare werksituatie of het schenden van de zorgplicht.

Als werkgever is dit een duidelijk signaal dat je ook bij een ontbindingsprocedure op verzoek van de werknemer niet vrijuit gaat als jouw handelen aan de basis lag van het conflict. Een ontbinding “met wederzijds goedvinden” op papier beschermt je niet als de feiten wijzen op verwijtbaar gedrag van jouw kant.

Voor HR-managers en leidinggevenden geldt: documenteer zorgvuldig en handel tijdig bij conflicten of disfunctioneren. Laat situaties niet escaleren zonder professionele begeleiding, want achteraf corrigeren is een stuk duurder dan tijdig ingrijpen.

Wat kun je doen?

Zit jij als werknemer in een onhoudbare situatie op het werk? Leg de feiten dan zo concreet mogelijk vast: e-mails, verslagen, getuigenverklaringen. Die documentatie is later cruciaal als je een procedure start of als de rechter moet beoordelen of er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen door jouw werkgever.

Wacht niet te lang met juridisch advies inwinnen. In arbeidsrechtelijke zaken spelen termijnen een grote rol en sommige rechten kun je verspelen als je te laat in actie komt. Een arbeidsrechtspecialist kan snel beoordelen of jouw situatie aanknopingspunten biedt voor een billijke vergoeding.

Ben je werkgever en dreigt er een ontslagprocedure? Laat je dan niet verrassen door een rechter die op eigen initiatief concludeert dat jij ernstig verwijtbaar hebt gehandeld. Een tijdige toets van je dossier voorkomt onaangename verrassingen en hoge ontslagvergoedingen.

Meer weten over je rechten en plichten rondom ontslag en arbeidsovereenkomsten? Kijk dan op de pagina Werk en inkomen van Recht Zeker Advies voor een overzicht van onze diensten op dit gebied.

Veelgestelde vragen

Wanneer is er sprake van ernstig verwijtbaar handelen door de werkgever bij ontslag?

Er is sprake van ernstig verwijtbaar handelen door de werkgever wanneer de werkgever zich zodanig heeft gedragen dat dit hem in juridische zin een zwaar verwijt oplevert. Voorbeelden zijn het bewust negeren van re-integratieverplichtingen, het structureel creëren van een onveilige werkomgeving of het schenden van de zorgplicht als werkgever. In dat geval heeft de werknemer naast de transitievergoeding ook recht op een billijke vergoeding.

Wat is het verschil tussen een transitievergoeding en een billijke vergoeding?

De transitievergoeding is een wettelijk vastgestelde vergoeding die een werknemer altijd ontvangt bij ontslag op initiatief van de werkgever, berekend op basis van het aantal dienstjaren en het salaris. De billijke vergoeding is een extra vergoeding die de rechter kan toekennen als de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. De hoogte van de billijke vergoeding is niet wettelijk vastgelegd en wordt door de rechter naar eigen inzicht bepaald, waarbij de ernst van het gedrag en de gevolgen voor de werknemer centraal staan.

Kan de rechter bij een ontbindingsprocedure zelf vaststellen dat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, ook als de werknemer dat niet expliciet heeft gevraagd?

Ja, de rechter kan op basis van de aangevoerde feiten zelfstandig beoordelen of er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen door de werkgever, ook als dat niet de primaire grondslag was in het verzoekschrift. De uitspraak van Rechtbank Midden-Nederland van 17 juli 2026 (ECLI:NL:RBMNE:2026:5626) bevestigt dit: de rechtbank week deels af van de aangevoerde gronden en stelde zelf vast dat de werkgever ernstig verwijtbaar had gehandeld.

Heb je vragen over ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever of een dreigende ontslagprocedure? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.


Robin Lammers
 ·  Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
 ·  2026-08-19

De geplande afschaffing van de compensatieregeling transitievergoeding bij langdurige ziekte gaat niet door op 1 januari 2027. Minister Vijlbrief heeft het voornemen uitgesteld, wat voor werkgevers een belangrijk verschil maakt bij ontslag na twee jaar ziekte. Wat er precies verandert en wat jij nu moet weten, lees je hier.

Wat houdt dit in?

De compensatieregeling transitievergoeding houdt in dat werkgevers de transitievergoeding die zij betalen bij ontslag na twee jaar ziekte, kunnen terugkrijgen van het UWV.

Deze regeling bestaat al sinds 2020 en is bedoeld om werkgevers te compenseren voor een dubbele financiële last: ze betalen twee jaar lang loon door tijdens ziekte én moeten daarna nog een transitievergoeding betalen bij ontslag. Zonder compensatie zouden veel werkgevers financieel zwaar worden getroffen door langdurig ziekteverzuim.

Minister Vijlbrief kondigde eerder aan deze regeling per 1 januari 2027 volledig af te willen schaffen. Dat plan ligt nu stil. Volgens Mr. Online is de afschaffing uitgesteld, al is nog niet duidelijk wanneer er wel een definitief besluit komt.

Dit uitstel is geen definitieve intrekking. Het betekent dat de regeling voorlopig blijft bestaan, maar er hangt nog steeds een onzekere toekomst boven. Werkgevers die van plan waren de regeling te gebruiken, kunnen dat voor nu nog doen — maar moeten alert blijven op nieuwe ontwikkelingen.

Wat betekent dit voor jou?

Voor werkgevers is dit uitstel positief nieuws. Als je een werknemer hebt die twee jaar ziek is en je overweegt ontslag aan te vragen via het UWV, dan kun je nog steeds aanspraak maken op de compensatie van de transitievergoeding. Die zekerheid was er tijdelijk niet door de aankondiging van Vijlbrief.

Let wel: je moet nog steeds aan de voorwaarden voldoen. De transitievergoeding moet daadwerkelijk zijn betaald, de werknemer moet minimaal twee jaar arbeidsongeschikt zijn geweest, en je moet de aanvraag tijdig indienen bij het UWV. De aanvraagtermijn is zes maanden na betaling van de transitievergoeding.

Voor werknemers verandert er inhoudelijk weinig. De transitievergoeding zelf blijft gewoon bestaan en is wettelijk verplicht bij ontslag na twee jaar ziekte. De compensatieregeling is een interne verrekening tussen werkgever en UWV — jij als werknemer hebt er recht op ongeacht of de werkgever die compensatie ontvangt.

Voor HR-professionals en adviseurs die ontslagtrajecten begeleiden, is dit een signaal om de dossiers van langdurig zieke werknemers opnieuw te beoordelen. Processen die on hold zijn gezet vanwege de onzekerheid over de regeling, kunnen weer oppakken — met de kanttekening dat politieke besluitvorming alsnog snel kan veranderen.

Wat kun je doen?

Zit je midden in een ontslagprocedure na twee jaar ziekte? Dan is het verstandig om de aanvraag bij het UWV niet langer uit te stellen dan nodig. De compensatieregeling bestaat nog, maar politiek gezien is de toekomst onzeker. Gebruik de regeling zolang je er recht op hebt.

Heb je de transitievergoeding al betaald maar nog geen compensatieaanvraag ingediend? Check dan direct of je nog binnen de aanvraagtermijn van zes maanden zit. Die termijn is hard — te laat is te laat, en er is geen ruimte voor coulance bij het UWV.

Overweeg je als werkgever een slapend dienstverband te beëindigen? Dan is dit een goed moment om juridisch advies in te winnen over de juiste volgorde van stappen: ontbinding, transitievergoeding, compensatieaanvraag. Een fout in de volgorde kan ervoor zorgen dat je de compensatie misloopt.

Meer informatie over je rechten en verplichtingen rondom werk en inkomen vind je op onze pagina Werk en inkomen.

Veelgestelde vragen

Is de compensatieregeling transitievergoeding afgeschaft per 2027?

Nee, de geplande afschaffing per 1 januari 2027 is uitgesteld. De compensatieregeling bestaat op dit moment nog steeds en werkgevers kunnen er voor nu nog gebruik van maken. Er is nog geen nieuwe ingangsdatum voor afschaffing bekendgemaakt.

Hoe vraag ik als werkgever compensatie aan voor de transitievergoeding na ziekte?

Werkgevers kunnen de compensatie aanvragen bij het UWV via het werkgeversportaal. De aanvraag moet worden ingediend binnen zes maanden nadat de transitievergoeding volledig is betaald. Je hebt daarvoor de arbeidsovereenkomst, het ontslagbewijs, en betalingsbewijs van de transitievergoeding nodig.

Heeft een zieke werknemer altijd recht op een transitievergoeding bij ontslag?

Ja. Een werknemer die na twee jaar ziekte wordt ontslagen, heeft wettelijk recht op een transitievergoeding. Dit recht staat los van de compensatieregeling die de werkgever bij het UWV kan aanvragen. De hoogte van de transitievergoeding is afhankelijk van het salaris en de duur van het dienstverband.

Wat is een slapend dienstverband en wat verandert daar nu aan?

Een slapend dienstverband ontstaat wanneer een werkgever een langdurig zieke werknemer niet ontslaat om de transitievergoeding te vermijden. Door het uitstel van de afschaffing van de compensatieregeling blijft het financieel aantrekkelijker om toch tot ontslag over te gaan, omdat de werkgever de transitievergoeding vergoed kan krijgen van het UWV. Werkgevers hoeven daardoor minder lang een slapend dienstverband in stand te houden.

Heb je vragen over de compensatieregeling transitievergoeding of een lopende ontslagprocedure na langdurige ziekte? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.