Robin Lammers
· Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
· 2026-09-01
Een dealer die een auto verkoopt die niet aan de overeenkomst voldoet, moet de schade vergoeden. Dat bevestigde Rechtbank Overijssel op 18 augustus 2026 in een zaak waarbij een koper met een non-conforme auto bleef zitten. Deze uitspraak is een duidelijk signaal voor zowel consumenten als autodealers: conformiteit is geen bijzaak, het is een wettelijke verplichting.
Wat houdt dit in?
Non-conformiteit houdt in dat een geleverd product niet voldoet aan de eigenschappen die de koper op basis van de koopovereenkomst redelijkerwijs mocht verwachten. In dit geval ging het om een auto die niet de kwaliteit of staat had die de koper mocht verwachten op het moment van aankoop.
De rechtbank oordeelde dat de gedaagde, de verkopende partij, tekortgeschoten was in de nakoming van de koopovereenkomst. Omdat de auto niet conform was, had de koper recht op schadevergoeding. De dealer kon zich niet vrijpleiten door te verwijzen naar een algemene disclaimerclausule of mondeling voorbehoud.
Dit sluit aan op artikel 7:17 van het Burgerlijk Wetboek, dat bepaalt dat een gekochte zaak aan de overeenkomst moet beantwoorden. Is dat niet het geval, dan is de verkoper aansprakelijk voor de schade die de koper daardoor lijdt. Dat geldt voor zowel nieuwe als gebruikte voertuigen.
Wat betekent dit voor jou?
Ben je een consument die recent een auto heeft gekocht en stuit je op gebreken die de verkoper niet heeft gemeld? Dan heb je in veel gevallen recht op herstel, vervanging of schadevergoeding. De uitspraak van Rechtbank Overijssel laat zien dat rechters dit serieus nemen en dealers aanspreken op hun verantwoordelijkheid.
Als autodealer of importeur is deze uitspraak een duidelijke waarschuwing. Het is niet genoeg om te zeggen dat een auto verkocht wordt “zoals hij is”. Als jij weet, of had moeten weten, dat er gebreken zijn, of als de auto niet voldoet aan wat redelijkerwijs verwacht mag worden, loop je het risico op een schadevergoedingsclaim. Transparantie bij de verkoop is geen optie, het is een vereiste.
Voor leasebedrijven en occasionhandelaren geldt hetzelfde. Ook bij verkoop tussen bedrijven onderling kunnen conformiteitsvereisten een rol spelen, afhankelijk van wat er in de overeenkomst is afgesproken en wat partijen over en weer mochten verwachten.
Wat kun je doen?
Als koper is de eerste stap: leg de gebreken schriftelijk vast en meld ze zo snel mogelijk bij de verkoper. Wacht niet te lang, want je hebt een wettelijke klachtplicht. Doe je dat te laat, dan kan de rechter oordelen dat je je rechten deels hebt verspeeld.
Geef de verkoper vervolgens de kans om het gebrek te herstellen of de auto te vervangen. Reageert hij niet of weigert hij, dan kun je de overeenkomst ontbinden of schadevergoeding eisen. Zorg dat je alle communicatie bewaart: e-mails, appberichten, facturen en eventuele keuringsrapporten zijn waardevol bewijs.
Als dealer doe je er verstandig aan om je verkoopprocessen te controleren. Zorg dat gebreken bij gebruikte voertuigen duidelijk worden gedocumenteerd en dat kopers daar aantoonbaar van op de hoogte zijn gesteld. Onvolledige of misleidende informatieverstrekking kan je duur komen te staan.
Wil je weten of jouw situatie vergelijkbaar is met deze zaak, of hoe je jouw rechten of verweer het beste kunt onderbouwen? Bekijk dan onze pagina over automotive recht voor meer informatie over voertuiggeschillen en non-conformiteit.
Veelgestelde vragen
Wat is non-conformiteit bij de aankoop van een auto?
Non-conformiteit bij de aankoop van een auto betekent dat de auto niet voldoet aan de eigenschappen die de koper op basis van de koopovereenkomst redelijkerwijs mocht verwachten. Denk aan verborgen gebreken, een andere kilometerstand dan opgegeven, of schade die niet is gemeld. Op grond van artikel 7:17 BW heeft de koper dan recht op herstel, vervanging of schadevergoeding.
Kan een autodealer aansprakelijk zijn voor een non-conforme auto?
Ja, een autodealer is aansprakelijk als de verkochte auto niet voldoet aan de overeenkomst. Dit geldt ook als de dealer zegt dat de auto wordt verkocht “in de huidige staat”. Als de koper redelijkerwijs bepaalde eigenschappen mocht verwachten en die ontbreken, kan de dealer verplicht worden schadevergoeding te betalen. Rechtbank Overijssel bevestigde dit in augustus 2026 nog eens expliciet.
Hoe lang heb ik de tijd om te klagen over gebreken aan mijn auto?
Je moet gebreken binnen bekwame tijd melden nadat je ze hebt ontdekt of redelijkerwijs had kunnen ontdekken. In de praktijk wordt twee maanden als een veilige termijn beschouwd voor consumenten. Wacht je te lang, dan kan de rechter oordelen dat je je recht op schadevergoeding of ontbinding hebt verspeeld. Meld gebreken dus altijd schriftelijk en zo snel mogelijk.
Heb je vragen over non-conformiteit bij een auto of een voertuiggeschil met een dealer? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.
Robin Lammers
· Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
· 2026-08-31
Rijden met een geschorst voertuig op de openbare weg heeft directe gevolgen voor je motorrijtuigenbelasting (MRB). Rechtbank Gelderland bevestigde op 28 augustus 2026 in Rechtspraak dat de Belastingdienst terecht een naheffing MRB heeft opgelegd. Het beroep van de belastingplichtige werd volledig ongegrond verklaard.
Wat houdt dit in?
Een MRB-schorsing houdt in dat je tijdelijk geen motorrijtuigenbelasting hoeft te betalen, maar als tegenprestatie het voertuig ook niet op de openbare weg mag gebruiken.
Stel: je legt je auto stil voor de winter, voor een langdurige reparatie, of omdat je het voertuig tijdelijk niet gebruikt. Je kunt dan via de RDW een schorsing aanvragen. Zolang de schorsing actief is, betaal je geen MRB. Dat klinkt aantrekkelijk, maar er zit een strikte voorwaarde aan vast.
Die voorwaarde is helder: het voertuig mag tijdens de schorsingsperiode de openbare weg niet op. Niet even om de hoek, niet voor een snelle boodschap. De Belastingdienst kan via cameraregistraties, kentekenscanners of andere controles vaststellen of een geschorst voertuig toch is gesignaleerd op de openbare weg.
In deze zaak bij Rechtbank Gelderland was dat precies wat er speelde. Het voertuig was gesignaleerd tijdens de schorsingsperiode. De Belastingdienst legde een naheffing MRB op, en de belastingplichtige ging in beroep. De rechtbank volgde de inspecteur volledig: het gebruik van de openbare weg tijdens schorsing is bewezen, de naheffing is terecht.
Wat betekent dit voor jou?
Als consument of autobezitter is dit een duidelijk signaal. Een MRB-schorsing biedt belastingvoordeel, maar je neemt ook een risico als je het voertuig toch gebruikt. De Belastingdienst beschikt over steeds betere detectiemiddelen, en rechters staan achter de naheffing als gebruik vaststaat.
De naheffing bij gebruik tijdens schorsing is niet beperkt tot één dag. De Belastingdienst rekent in de regel het MRB-tarief terug tot aan het begin van de schorsingsperiode, of heft over het tijdvak waarbinnen het gebruik is vastgesteld. Daar kunnen ook boetes bij komen.
Voor autodealers en importeurs geldt een vergelijkbaar aandachtspunt bij demonstratievoertuigen, inruilers of voertuigen op het terrein die tijdelijk zijn geschorst. Als zo’n voertuig toch de openbare weg op gaat, ook voor een proefrit of transport, riskeer je een naheffing.
Heb je een bedrijf in de automotive sector en beheer je meerdere voertuigen? Dan is het verstandig een intern beleid te voeren: schorsingen bijhouden, duidelijk communiceren welke voertuigen niet gebruikt mogen worden, en logboeken bijhouden van voertuigbewegingen.
Wat kun je doen?
Controleer regelmatig welke voertuigen in jouw bezit of bedrijf een actieve schorsing hebben. Dit is eenvoudig te verifiëren via het RDW-kentekenregister. Zorg dat je interne administratie aansluit op de schorsingsperiodes die je hebt aangevraagd.
Ben je het niet eens met een naheffing MRB wegens gebruik tijdens schorsing? Dan heb je bezwaar- en beroepsmogelijkheden. Deze zaak laat zien dat de lat hoog ligt: je zult aannemelijk moeten maken dat het voertuig de openbare weg niet heeft gebruikt, of dat de registratie onjuist is.
Heb je al een naheffing ontvangen en twijfel je of die terecht is? Laat de situatie dan beoordelen door een specialist. Er zijn gevallen denkbaar waarbij de registratie een fout betreft, of waarbij omstandigheden een ander licht werpen op de situatie. Maar dat vereist een scherpe en tijdige aanpak.
Meer weten over jouw rechten en plichten rondom voertuigbelastingen en automotive recht? Bekijk het overzicht op recht-zeker.nl/automotive-recht/.
Veelgestelde vragen
Wat gebeurt er als je rijdt met een geschorst voertuig?
Als je rijdt met een voertuig dat is geschorst voor de motorrijtuigenbelasting, kan de Belastingdienst een naheffing MRB opleggen over de schorsingsperiode. Bovendien riskeer je een boete. Rechtbank Gelderland bevestigde in augustus 2026 dat zo’n naheffing terecht is zodra gebruik van de openbare weg vaststaat.
Hoe weet de Belastingdienst of een geschorst voertuig op de weg rijdt?
De Belastingdienst maakt gebruik van kentekenscanners, trajectcontroles en cameraregistraties om te controleren of geschorste voertuigen op de openbare weg rijden. Zodra een kentekenregistratie op de openbare weg wordt vastgesteld tijdens een actieve schorsingsperiode, is dat voor de Belastingdienst voldoende bewijs voor een naheffing.
Kan ik bezwaar maken tegen een naheffing MRB tijdens schorsing?
Ja, je kunt bezwaar maken bij de Belastingdienst en daarna beroep instellen bij de rechtbank. Maar de bewijslast ligt bij jou: je zult aannemelijk moeten maken dat het voertuig de openbare weg niet heeft gebruikt, of dat de kentekensignalering op een fout berust. Laat je in dat geval tijdig begeleiden door een fiscaal jurist, want de termijnen voor bezwaar zijn kort.
Heb je vragen over een naheffing motorrijtuigenbelasting of een geschorst voertuig? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.
Robin Lammers
· Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
· 2026-08-28
Onverzekerd rondrijden met je voertuig kan je duur komen te staan — ook als je er zelf niet van wist. De Rechtbank Noord-Nederland bevestigde op 7 augustus 2026 in Rechtspraak dat onwetendheid geen geldig excuus is voor het rijden zonder verzekering. Of je het nou wist of niet: de sanctie blijft staan.
Wat houdt dit in?
Onverzekerd rijden houdt in dat je met een motorrijtuig op de openbare weg rijdt zonder de wettelijk verplichte WA-verzekering te hebben afgesloten én in stand te houden.
In deze zaak voerde de betrokkene aan dat hij niet wist dat zijn voertuig onverzekerd was. Op het eerste gezicht klinkt dat begrijpelijk. Maar de rechter ging daar niet in mee. Onder de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) geldt een strikte aansprakelijkheid: de bestuurder is verantwoordelijk voor de verzekeringsstatus van zijn voertuig, ongeacht of hij persoonlijk op de hoogte was.
Dat is geen detail. De Wahv legt de plicht bij de kentekenhouder én de bestuurder om te controleren of een voertuig verzekerd is vóórdat ermee de openbare weg op wordt gegaan. Niet weten is in juridische zin geen excuus — en dit vonnis maakt dat opnieuw pijnlijk duidelijk.
De rechtbank benadrukt ook expliciet dat onverzekerd rondrijden grote gevolgen met zich meebrengt. Niet alleen voor jezelf, maar zeker ook voor anderen. Als je schade veroorzaakt zonder verzekering, draai jij persoonlijk op voor alle kosten — en die kunnen enorm oplopen.
Wat betekent dit voor jou?
Als particuliere automobilist is de boodschap simpel: controleer altijd of je verzekering actief is. Zeker bij wisseling van verzekeraar, aankoop van een tweedehands voertuig of overname van een voertuig uit een nalatenschapcontext kan er een verzekeringsgat ontstaan. Dat gat is jouw probleem.
Voor autodealers en importeurs is dit vonnis een extra signaal. Wanneer een voertuig tijdelijk op kenteken staat bij de dealer — bijvoorbeeld voor demonstratie of proefrit — moet de verzekeringsdekking kloppen. Klanten die zonder jouw medeweten een proefrit maken met een onverzekerd voertuig, kunnen claims bij jou neerleggen. Zorg dat je administratie én je verzekeringsportefeuille op orde zijn.
Rijdt jij als werknemer in een leaseauto of bedrijfswagen? Dan is de verantwoordelijkheid voor de verzekering doorgaans bij de werkgever of leasemaatschappij. Maar controleer dat. Als jij achter het stuur zit en de politie stopt je met een onverzekerd voertuig, kan de sanctie alsnog op jou worden verhaald.
Koopt of verkoopt je een voertuig privé? Zorg dan dat de verzekering direct na de eigendomsoverdracht geregeld is. Rijden op de verzekering van de vorige eigenaar is niet toegestaan en levert dezelfde problemen op als helemaal geen verzekering hebben.
Wat kun je doen?
Controleer vandaag nog de verzekeringsstatus van elk voertuig dat op jouw naam staat. Dat kan via het Kentekenregister van de RDW of via je eigen verzekeraar. Het kost je twee minuten en voorkomt een boete die al snel honderden euro’s bedraagt — plus de risico’s als er daadwerkelijk een ongeluk plaatsvindt.
Heb je een boete ontvangen voor onverzekerd rijden en wil je hiertegen bezwaar maken of beroep instellen? Weet dan dat de termijnen kort zijn. Onder de Wahv heb je doorgaans zes weken om bezwaar aan te tekenen. Laat die termijn niet verlopen zonder actie.
Ontvang je een aansprakelijkheidsclaim omdat een ander onverzekerd met jouw voertuig heeft gereden? Ook dat is een situatie waarbij je juridische hulp nodig hebt. De schadeafhandeling kan complex zijn en het Waarborgfonds Motorverkeer speelt hierbij vaak een rol.
Bij Recht Zeker Advies kennen we de ins en outs van het automotive recht. Of het nu gaat om een Wahv-boete, een verzekeringsgeschil of aansprakelijkheidsvraagstukken rondom voertuigen: we helpen je verder. Meer informatie vind je op onze pagina automotive recht.
Veelgestelde vragen
Mag ik bezwaar maken tegen een boete voor onverzekerd rijden als ik het niet wist?
Ja, je kunt bezwaar maken, maar de kans op succes is beperkt. Onder de Wahv geldt een strikte verantwoordelijkheid voor de bestuurder en kentekenhouder om te zorgen dat het voertuig verzekerd is. Onwetendheid wordt door de rechter doorgaans niet als geldig excuus geaccepteerd, zoals ook blijkt uit de uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland van 7 augustus 2026.
Wat zijn de gevolgen van onverzekerd rijden in Nederland?
Onverzekerd rijden in Nederland leidt tot een Wahv-boete die kan oplopen tot honderden euro’s. Daarnaast ben je persoonlijk aansprakelijk voor alle schade die je veroorzaakt zonder verzekering, wat in de praktijk kan betekenen dat je tienduizenden euro’s uit eigen zak moet betalen. Het Waarborgfonds Motorverkeer vergoedt in eerste instantie de schade aan slachtoffers, maar verhaalt die kosten vervolgens op jou.
Hoe controleer ik of mijn voertuig verzekerd is?
Je kunt de verzekeringsstatus van een voertuig snel controleren via het Kentekenregister op de website van de RDW (rdw.nl). Vul het kenteken in en je ziet direct of er een actieve verzekering aan gekoppeld is. Doe dit altijd vóór je de openbare weg op gaat, zeker na aankoop van een voertuig of bij wisseling van verzekeraar.
Heb je vragen over een boete voor onverzekerd rijden, een verzekeringsgeschil of een ander voertuiggeschil? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.
Robin Lammers
· Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
· 2026-08-26
Taxivervoer aanbieden zonder vergunning is een serieuze overtreding, en de rechter bevestigt dat handhavers daar hard tegen mogen optreden. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde op 25 augustus 2026 dat een last onder dwangsom terecht was opgelegd aan een vervoerder die taxidiensten aanbood zonder de vereiste vergunning. Dit is een duidelijk signaal voor iedereen actief in taxivervoer: de regels worden gehandhaafd, en de kosten van overtreding kunnen fors oplopen.
Wat houdt dit in?
Taxivervoer zonder vergunning houdt in dat je als vervoerder personen tegen betaling vervoert zonder te beschikken over de wettelijk vereiste vergunning op grond van de Wet personenvervoer 2000.
In deze zaak (Rechtspraak, ECLI:NL:CBB:2026:384) had de toezichthouder vastgesteld dat de betrokken partij aannemelijk taxivervoer had verricht zonder daarvoor een geldige vergunning te hebben. Op basis daarvan werd een last onder dwangsom opgelegd: een maatregel die toekomstige overtredingen moet voorkomen door een financiële prikkel aan herhaling te verbinden.
De vervoerder ging in beroep, maar het College van Beroep voor het bedrijfsleven stelde de toezichthouder volledig in het gelijk. De last onder dwangsom was op goede gronden opgelegd. Dat betekent: als de overtreding opnieuw plaatsvindt, verbeurt de vervoerder automatisch een geldbedrag.
Belangrijk detail: de rechter oordeelde dat het taxivervoer zonder vergunning voldoende aannemelijk was gemaakt, ook al was er geen waterdicht bewijs in de vorm van een volledige rit met bonnetje en al. Aannemelijkheid is in dit soort handhavingszaken al voldoende grond voor optreden.
Wat betekent dit voor jou?
Voor taxichauffeurs en vervoersbedrijven is deze uitspraak een duidelijke waarschuwing. Rij jij mensen rond tegen betaling, ook incidenteel of via een platform? Dan val je al snel onder de definitie van taxivervoer en heb je een vergunning nodig. De toezichthouder hoeft niet te wachten tot je een overtreding voor de derde keer pleegt: één gegronde verdenking kan al leiden tot een last onder dwangsom.
Voor platformrijders zoals chauffeurs die via apps als Uber of vergelijkbare diensten werken, is dit extra relevant. Ook zij vallen in beginsel onder de Wet personenvervoer 2000 en zijn vergunningplichtig. De handhaving richt zich steeds vaker ook op deze groep.
Voor autodealers en importeurs is de directe relevantie kleiner, maar wie zakelijke mobiliteitsoplossingen aanbiedt waarbij klanten of medewerkers worden vervoerd, doet er goed aan te checken of dat vervoer vergunningplichtig is. De grens tussen zakelijk rijden en taxivervoer is dunner dan je denkt.
Als je al een dwangsom opgelegd hebt gekregen en een nieuwe overtreding plaatsvindt, wordt het bedrag automatisch verbeurd. Dat kan snel in de duizenden of zelfs tienduizenden euro’s lopen, afhankelijk van de hoogte die de toezichthouder heeft vastgesteld.
Wat kun je doen?
Sta je in de taxibranche of bied je vervoerdiensten aan, dan is de eerste stap simpel: controleer of je beschikt over de juiste vergunningen. Dat betekent minimaal een ondernemersvergunning voor taxivervoer en, voor chauffeurs, een geldige chauffeurskaart.
Heb je al een handhavingsbesluit ontvangen, een last onder dwangsom of een aankondiging daarvan? Reageer dan niet te snel zelf richting de toezichthouder. Wat je zegt of schrijft kan worden meegenomen in de beoordeling. Schakel eerst juridische hulp in.
Wil je bezwaar maken of in beroep gaan tegen een opgelegde maatregel? Let dan goed op de bezwaartermijn van zes weken na het besluit. Na die termijn staat het besluit vast en zijn je opties beperkt. Bekijk voor meer informatie over juridische bijstand in de automotivesector onze pagina over automotive recht.
Twijfel je of jouw activiteiten onder taxivervoer vallen? Dat is een concrete juridische vraag die snel te beantwoorden is. Beter vooraf duidelijkheid dan achteraf een dwangsom.
Veelgestelde vragen
Wat is een last onder dwangsom bij taxivervoer zonder vergunning?
Een last onder dwangsom is een handhavingsmaatregel waarbij de toezichthouder een vervoerder verplicht een overtreding te staken of voorkomen, op straffe van een automatisch te verbeuren geldbedrag bij herhaling. Bij taxivervoer zonder vergunning kan dit bedrag per overtreding of per tijdseenheid worden vastgesteld, en het verbeurt zonder verdere procedure zodra de overtreding opnieuw wordt geconstateerd.
Wanneer is er sprake van taxivervoer zonder vergunning?
Er is sprake van taxivervoer zonder vergunning wanneer je personen vervoert tegen betaling over de weg, zonder dat je beschikt over een geldige vergunning op grond van de Wet personenvervoer 2000. Dit geldt ook voor chauffeurs die via apps of platforms rijden. De toezichthouder hoeft geen volledige rit te bewijzen: aannemelijkheid van de overtreding is voldoende grond voor handhaving.
Kan ik bezwaar maken tegen een opgelegde dwangsom voor taxivervoer?
Ja, je kunt bezwaar maken tegen een last onder dwangsom, maar je hebt daarvoor slechts zes weken vanaf de datum van het besluit. Dien je te laat een bezwaar in, dan staat de maatregel vast. Het is sterk aan te raden om een jurist te raadplegen voordat je reageert, omdat de inhoud van je verweer bepalend is voor de kans van slagen.
Heb je vragen over taxivervoer zonder vergunning of een opgelegde last onder dwangsom? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.
Robin Lammers
· Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
· 2026-08-24
Rijd je in Nederland in een auto met buitenlands kenteken? Dan loop je het risico op een naheffing motorrijtuigenbelasting (MRB), ook als je beweert de auto niet zelf te gebruiken. Rechtbank Gelderland bevestigde op 19 augustus 2026 dat de bewijslast daarvoor volledig bij jou ligt — en dat is een punt waar veel mensen het mis laten gaan.
De uitspraak is te lezen via Rechtspraak.
Wat houdt dit in?
MRB-plicht bij een buitenlands kenteken houdt in dat je als ingezetene van Nederland motorrijtuigenbelasting verschuldigd bent zodra je feitelijk de beschikking hebt over een voertuig met buitenlands kenteken en daarmee gebruik maakt van de openbare weg.
In deze zaak (ARN 25/4018 & ARN 25/4024) was de belastingdienst van oordeel dat de belanghebbende gebruik had gemaakt van de openbare weg met een buitenlands gekentekend motorrijtuig. De belastingdienst legde een naheffing MRB op. De belanghebbende stelde dat hij de auto niet feitelijk in gebruik had, maar slaagde er niet in dat aan te tonen.
De rechtbank oordeelde dat het aan de belanghebbende is om overtuigend bewijs te leveren — oftewel: te “doen blijken” — dat hij géén feitelijke beschikking had over de auto. Dat is een zware bewijsstandaard. Twijfel is niet genoeg; je moet het tegendeel onomstotelijk aantonen.
Daar bovenop: het bezwaar tegen de rekening was niet-ontvankelijk verklaard, wat betekent dat de formele kant ook niet goed geregeld was. De beroepen werden ongegrond verklaard. Een dubbele tegenvaller dus.
Wat betekent dit voor jou?
Als je een auto met buitenlands kenteken rijdt of beschikbaar hebt in Nederland, ben je in de ogen van de belastingdienst al snel MRB-plichtig. Het maakt niet uit of je zegt dat iemand anders de eigenaar is of dat jij de auto “nooit gebruikt”. Wat telt is of jij feitelijk over het voertuig kunt beschikken.
Dit speelt met name bij mensen die een auto leasen of lenen van een buitenlandse werkgever, voertuigen rijden die op naam van een familielid in het buitenland staan, of expats en grenswerkers die denken buiten de Nederlandse MRB-regels te vallen. In al die gevallen kan de belastingdienst een naheffing opleggen zodra je met het voertuig gesignaleerd wordt op de Nederlandse openbare weg.
Voor autodealers en importeurs is dit ook relevant. Als je klanten adviseer die tijdelijk in buitenlandse auto’s rijden of handelaarskentekens overwegen, is het goed om te weten dat de MRB-discussie bij buitenlandse kentekens geen grijze zone is — de regels zijn streng en de rechter houdt ze overeind.
Wat kun je doen?
Rijd je nu al in een auto met buitenlands kenteken? Zorg dan dat je de situatie scherp in beeld hebt. Controleer of je als ingezetene van Nederland wordt beschouwd — dat is vaak het geval als je hier meer dan vier maanden per jaar verblijft of je hoofdverblijf hier is.
Als jij feitelijk kunt beschikken over het voertuig, ook al gebruik je het zelden of heeft het een buitenlands kenteken, dan ben je MRB verschuldigd. Zorg dat je ofwel het voertuig in Nederland registreert, ofwel kunt aantonen dat de feitelijke beschikkingsmacht bij iemand anders ligt. En dat laatste moet je kunnen bewijzen met concrete, verifieerbare documentatie — niet alleen met een verklaring.
Heb je al een naheffing ontvangen? Reageer dan op tijd. In deze zaak werd het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, wat betekent dat de termijnen niet goed gevolgd werden. Mis je een bezwaartermijn, dan staat de naheffing vast — ongeacht of die terecht was.
Wil je precies weten waar je aan toe bent of heb je al een aanslag ontvangen? Bekijk dan de mogelijkheden via onze pagina over automotive recht.
Veelgestelde vragen
Moet ik MRB betalen als ik rijdt in een auto met buitenlands kenteken?
Ja, als je als ingezetene van Nederland feitelijk de beschikking hebt over een voertuig met buitenlands kenteken en daarmee gebruik maakt van de Nederlandse openbare weg, ben je motorrijtuigenbelasting verschuldigd. Het feit dat de auto op een buitenlandse naam staat, maakt dat niet anders. De belastingdienst kijkt naar wie het voertuig feitelijk gebruikt en beschikbaar heeft.
Hoe bewijs ik dat ik geen feitelijke beschikking had over een buitenlandse auto?
Om een MRB-naheffing succesvol aan te vechten, moet je “doen blijken” dat je geen feitelijke beschikking had — dat is een zware bewijsstandaard. Concrete documentatie helpt, zoals een schriftelijke leenovereenkomst, bewijs dat de sleutels bij iemand anders lagen, of bewijs dat jij aantoonbaar elders was. Een mondelinge verklaring of louter ontkenning is onvoldoende.
Wat gebeurt er als ik te laat bezwaar maak tegen een MRB-naheffing?
Als je bezwaar te laat is ingediend, verklaart de belastingdienst het bezwaar niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de inhoud van je bezwaar niet meer beoordeeld wordt en de naheffing vaststaat. In uitzonderlijke gevallen kun je om een verschoonbare termijnoverschrijding vragen, maar dat is lastig te bewijzen. Reageer dus altijd binnen de bezwaartermijn van zes weken.
Geldt de MRB-plicht ook voor expats of buitenlandse werknemers die in Nederland werken?
Ja, ook expats en buitenlandse werknemers kunnen MRB-plichtig zijn als zij als ingezetene van Nederland worden aangemerkt en feitelijk gebruikmaken van een buitenlands gekentekend voertuig op de Nederlandse weg. Of iemand ingezetene is, hangt af van de feitelijke woonsituatie, niet alleen van de nationaliteit of het werkgeversland.
Heb je vragen over MRB bij buitenlandse kentekens of een naheffing ontvangen? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.
Robin Lammers
· Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
· 2026-08-21
Heb je ooit een naheffingsaanslag BPM ontvangen terwijl je weet dat de CO2-uitstoot van het voertuig lager is dan de Belastingdienst aanhoudt? Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft recent geoordeeld dat een certificaat van overeenkomst (CVO) voldoende bewijs is om de gehanteerde CO2-waarde in een BPM-geschil aan te vechten. Dit is goed nieuws voor importeurs, dealers en anderen die BPM betalen op basis van CO2-uitstoot.
Wat houdt dit in?
Een certificaat van overeenkomst (CVO) houdt in dat het document officieel aantoont dat een voertuig overeenkomt met een goedgekeurd type, inclusief de daarbij behorende technische specificaties zoals CO2-uitstoot.
In deze zaak, besproken door Taxlive, legde de belastingplichtige een CVO over waaruit een lagere CO2-uitstoot bleek dan de Belastingdienst had gebruikt bij het opleggen van de naheffingsaanslag BPM. De inspecteur betwistte of dit document als voldoende bewijs kon gelden. De rechtbank was het daar niet mee eens.
De rechtbank oordeelde dat het CVO wél voldoende bewijs vormt. Omdat de CO2-uitstoot lager was dan aanvankelijk aangehouden, moest de naheffingsaanslag BPM worden verminderd. De belastingplichtige betaalt dus minder dan de Belastingdienst had gevorderd.
Dit is een relevante uitspraak in een reeks van BPM-procedures die draaien om de vraag welke CO2-waarden mogen worden gebruikt bij de berekening van de verschuldigde BPM. De hoogte van de BPM hangt namelijk direct samen met de CO2-uitstoot: hoe lager de uitstoot, hoe minder belasting.
Wat betekent dit voor jou?
Ben je autodealers of importeur en heb je een naheffingsaanslag BPM gekregen die is gebaseerd op een hogere CO2-waarde dan jij kunt aantonen? Dan is deze uitspraak direct relevant voor jou. De rechtbank bevestigt dat je het recht hebt om de door de Belastingdienst gehanteerde CO2-uitstoot te betwisten als je beschikt over een CVO waaruit een lagere waarde blijkt.
Voor importeurs die voertuigen vanuit het buitenland op de Nederlandse markt brengen, is het bewaken van de juiste CO2-documentatie essentieel. Een CVO is niet zomaar een administratief stukje papier — het is nu erkend als een serieus bewijsmiddel in een BPM-procedure. Als je dit document paraat hebt bij een dispuut met de Belastingdienst, sta je juridisch sterk.
Consumenten die een auto hebben geïmporteerd en zelf BPM hebben betaald, kunnen hier ook baat bij hebben. Als bij jouw voertuig een CVO beschikbaar is met een lagere CO2-waarde, is het de moeite waard om te onderzoeken of je te veel BPM hebt betaald. In dat geval is bezwaar maken of een teruggaafverzoek indienen een reële optie.
Zelfs als de naheffing al een tijdje geleden is opgelegd, kan een lopende bezwaartermijn of een eerder ingediend bezwaar alsnog worden versterkt met dit type bewijs. Het is dus niet te laat om nu actie te ondernemen als de termijnen nog openstaan.
Wat kun je doen?
De eerste stap is controleren of je beschikt over een CVO voor het betreffende voertuig. Dit document wordt afgegeven door de fabrikant of importeur en bevat onder meer de officiële CO2-waarden. Vergelijk die waarden met wat de Belastingdienst heeft gebruikt als grondslag voor de BPM-berekening.
Wijkt de CO2-waarde op het CVO af van de waarde in de naheffingsaanslag? Dan heb je een concrete grond om bezwaar te maken of om de procedure te starten. Zorg dat het CVO volledig en correct is — een gebrekkig of onvolledig document kan alsnog worden geweigerd als bewijs.
Houd ook de termijnen in de gaten. Een bezwaarschrift moet doorgaans binnen zes weken na dagtekening van de aanslag worden ingediend. Wacht je te lang, dan verlies je het recht op bezwaar en kun je niet meer terugkomen op de aanslag — hoe sterk je bewijs ook is.
Wil je weten of jouw situatie vergelijkbaar is met deze uitspraak en of je een kans maakt in een BPM-procedure? Bekijk dan onze automotive rechtpagina voor meer informatie over BPM-geschillen en wat wij voor je kunnen betekenen.
Veelgestelde vragen
Wat is een certificaat van overeenkomst (CVO) en wat bewijst het in een BPM-procedure?
Een certificaat van overeenkomst (CVO) is een officieel document dat aantoont dat een specifiek voertuig overeenkomt met een goedgekeurd voertuigtype, inclusief bijbehorende technische gegevens zoals de CO2-uitstoot. In een BPM-procedure erkent de rechter dit document als voldoende bewijs om een lagere CO2-waarde aan te tonen dan de Belastingdienst hanteert, waardoor de BPM-naheffing kan worden verminderd.
Kan ik bezwaar maken tegen een BPM-naheffing op basis van een lagere CO2-uitstoot?
Ja, als je kunt aantonen dat de CO2-uitstoot van jouw voertuig lager is dan de Belastingdienst heeft aangehouden — bijvoorbeeld via een certificaat van overeenkomst — kun je bezwaar maken tegen de BPM-naheffing. Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft in augustus 2026 bevestigd dat een CVO hiervoor als voldoende bewijs geldt. Let op: het bezwaar moet wel binnen de wettelijke termijn van zes weken worden ingediend.
Hoe wordt BPM berekend op basis van CO2-uitstoot?
De BPM (belasting van personenauto’s en motorrijwielen) wordt in Nederland berekend aan de hand van de CO2-uitstoot van het voertuig. Hoe hoger de CO2-uitstoot, hoe meer BPM er verschuldigd is. Als de Belastingdienst een hogere CO2-waarde hanteert dan de werkelijke waarde van het voertuig, leidt dit tot een te hoge BPM-berekening. In dat geval is het mogelijk om de aanslag aan te vechten met het juiste bewijs, zoals een certificaat van overeenkomst.
Heb je vragen over een BPM-naheffing of een BPM-geschil op basis van CO2-uitstoot? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.
Robin Lammers
· Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
· 2026-08-06
Huur je een auto en staat er in de kleine lettertjes dat je bij schade altijd volledig aansprakelijk bent, ook als je dat nergens hebt getekend? Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch heeft in november 2025 een streep gezet door dit soort bedingen in autohuurovereenkomsten. Een belangrijke uitspraak voor iedereen die een personenauto huurt of verhuurt.
Wat houdt dit in?
Een oneerlijk beding in een autohuurovereenkomst houdt in dat een contractuele bepaling ten nadele van de consument zo ver afwijkt van wat redelijk is, dat de rechter die bepaling buiten werking kan stellen.
In deze zaak, gepubliceerd door Rechtspraak, ging het om een geschil over een huurovereenkomst voor een personenauto. De verhuurder deed een beroep op algemene voorwaarden om de huurder aansprakelijk te stellen voor schade. Het hof keek kritisch naar de inhoud van die voorwaarden en oordeelde dat een specifiek beding als oneerlijk moest worden aangemerkt.
De kern van het oordeel zit in de Europese richtlijn oneerlijke bedingen (93/13/EEG) en de uitwerking daarvan in het Nederlandse consumentenrecht. Een beding is oneerlijk als het, in strijd met de goede trouw, een aanzienlijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van partijen, ten nadele van de consument. Het hof paste die toets toe op de specifieke situatie van een autohuurovereenkomst en trok duidelijke grenzen.
Wat dit arrest extra relevant maakt, is dat het hof ook ingaat op hoe algemene voorwaarden van toepassing worden verklaard. Zijn de voorwaarden niet op de juiste manier ter hand gesteld, of zijn bepaalde bedingen onduidelijk geformuleerd, dan kun je daar als huurder succesvol een beroep op doen.
Wat betekent dit voor jou?
Ben je consument en huur je een auto bij een verhuurder of dealer? Dan geeft deze uitspraak je stevige argumenten als een verhuurder zich beroept op algemene voorwaarden die jou onevenredig benadelen. Denk aan bepalingen waarbij je bij elk krasje volledig opdraait voor de kosten, ook als je een eigen risico hebt betaald of als de schade niet aan jou te wijten is.
Controleer altijd of de algemene voorwaarden daadwerkelijk van toepassing zijn verklaard én of je ze voor of bij het sluiten van de overeenkomst hebt ontvangen. Als dat niet is gebeurd, zijn ze vernietigbaar. Je hoeft een onredelijk beding dan simpelweg niet te accepteren.
Ben je verhuurder of dealer en verhuur je personenauto’s aan consumenten? Dan is dit arrest een duidelijk signaal om je algemene voorwaarden te screenen. Bedingen die de aansprakelijkheid volledig bij de huurder leggen zonder nuancering, lopen serieus risico om door een rechter opzijgezet te worden. Dat kan je in een schadezaak op een kostbare verrassing komen te staan.
Importeurs en leasemaatschappijen die standaardcontracten gebruiken voor particuliere klanten doen er eveneens verstandig aan om de geldende voorwaarden te toetsen aan de uitkomst van dit arrest. De rechter kijkt niet alleen naar de letter van de wet, maar ook naar de praktische uitwerking van een beding in een concrete situatie.
Wat kun je doen?
Als huurder die geconfronteerd wordt met een claim op basis van algemene voorwaarden is het eerste wat je doet: de voorwaarden opvragen en grondig lezen. Controleer of het beding waarop de verhuurder zich beroept voldoende duidelijk is geformuleerd en of het niet onevenredig nadelig voor jou uitpakt.
Ga na of de voorwaarden tijdig ter hand zijn gesteld. Dat wil zeggen: voor of bij het sluiten van de overeenkomst, niet pas daarna per e-mail of ergens op een website die je zelf moest opzoeken. Ontbreekt die stap, dan kun je vernietiging van de toepasselijkheid inroepen.
Reageer niet zomaar op een betalingsverzoek van de verhuurder zonder juridisch advies. Betalen kan worden gezien als erkenning van aansprakelijkheid, en dat is later moeilijk terug te draaien. Laat de situatie eerst beoordelen.
Als verhuurder is het verstandig om je contracten en algemene voorwaarden te laten doorlichten voordat je in een procedure belandt. Preventief advies is bijna altijd goedkoper dan een verloren rechtszaak. Meer informatie over geschillen rond voertuigen en contracten vind je op recht-zeker.nl/automotive-recht/.
Veelgestelde vragen
Kan een verhuurder mij aansprakelijk stellen op basis van algemene voorwaarden die ik nooit heb ontvangen?
Nee, als de verhuurder de algemene voorwaarden niet voor of bij het sluiten van de huurovereenkomst ter hand heeft gesteld, kun je de toepasselijkheid ervan vernietigen op grond van artikel 6:233 sub b BW. Dat betekent dat je die voorwaarden, en de daarin opgenomen aansprakelijkheidsbedingen, niet hoeft te accepteren. Je doet er goed aan dit schriftelijk in te roepen.
Wat is een oneerlijk beding in een autohuurovereenkomst?
Een oneerlijk beding in een autohuurovereenkomst is een bepaling die een aanzienlijk onevenwicht schept tussen de rechten van de verhuurder en de plichten van de huurder, ten nadele van de huurder als consument. Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch bevestigde in november 2025 dat zulke bedingen buiten toepassing kunnen worden gelaten, ook als je ze formeel hebt geaccepteerd. De toets is gebaseerd op de Europese richtlijn oneerlijke bedingen en het Nederlandse consumentenrecht.
Ik huur een auto en de verhuurder stuurt een hoge schadeclaim. Wat moet ik doen?
Betaal niet zonder de claim te laten beoordelen door een juridisch adviseur. Controleer eerst of de schade daadwerkelijk aan jou toe te rekenen is, of de algemene voorwaarden rechtsgeldig van toepassing zijn, en of het beding waarop de verhuurder zich beroept de toets van oneerlijkheid doorstaat. Een onterechte of onredelijke claim hoef je niet zomaar te voldoen, en reageren zonder advies kan je positie verzwakken.
Heb je vragen over oneerlijke bedingen in een autohuurovereenkomst of een schadeclaim van een verhuurder? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.
Robin Lammers
· Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
· 2026-08-05
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 21 juli 2026 een BPM-aanslag vernietigd in een zaak die voor iedereen die een voertuig importeert of heeft geëxporteerd direct relevant is. Het beroep werd gegrond verklaard, wat betekent dat de Belastingdienst het BPM-bedrag ten onrechte heeft opgelegd. Dit soort uitspraken bevestigt dat de BPM-heffing regelmatig fout gaat — en dat je daar met succes tegen kunt opkomen.
Wat houdt dit in?
BPM-teruggave bij vernietiging aanslag houdt in dat de rechter vaststelt dat een opgelegde BPM-heffing onrechtmatig was, waarna de aanslag wordt vernietigd en het betaalde bedrag moet worden terugbetaald.
In de zaak Rechtspraak (ECLI:NL:RBZWB:2026:6693) oordeelde de rechtbank dat de BPM-aanslag niet in stand kon blijven. Het zaaknummer BRE 23/11108 laat zien dat de procedure al in 2023 is gestart — het duurde dus ruim twee jaar voordat er een uitspraak lag. Dat is niet uitzonderlijk bij BPM-geschillen, maar het onderstreept wel hoe belangrijk het is om tijdig bezwaar te maken als je het niet eens bent met een aanslag.
BPM staat voor Belasting van Personenauto’s en Motorrijwielen. Je betaalt deze belasting bij de aanschaf van een nieuwe auto in Nederland, of bij de import van een gebruikte auto vanuit het buitenland. De hoogte van de BPM is afhankelijk van de CO2-uitstoot en de waarde van het voertuig. Juist bij gebruikte geïmporteerde voertuigen gaat het regelmatig mis: de Belastingdienst hanteert soms een te hoge cataloguswaarde of past de afschrijving onjuist toe, wat leidt tot een te hoge aanslag.
De rechtbank heeft in deze zaak het beroep gegrond verklaard en de aanslag vernietigd. Dat is een klare taal: de heffing was onterecht, en de belastingplichtige hoeft dit bedrag niet te betalen — of krijgt het terug als het al was voldaan.
Wat betekent dit voor jou?
Ben je een autodealer of importeur? Dan is dit een bevestiging dat de Belastingdienst bij BPM-aanslagen regelmatig fouten maakt. Zeker bij de invoer van gebruikte voertuigen uit het buitenland is de kans op een te hoge aanslag aanzienlijk. Elke aanslag die je ontvangt verdient een kritische blik — en bij twijfel loont het om bezwaar te maken.
Ben je een consument die een auto heeft geïmporteerd? Dan geldt hetzelfde. Als jij of jouw dealer BPM heeft betaald op basis van een aanslag die achteraf te hoog blijkt, heb je recht op teruggave. De sleutel zit in het tijdig indienen van bezwaar: je hebt daarvoor zes weken de tijd na de dagtekening van de aanslag.
Heb je in het verleden al BPM betaald op een aanslag die je te hoog vond, maar heb je nooit bezwaar gemaakt? Dan is de kans groot dat je nu buiten de boot valt. Tenzij je kunt aantonen dat je te laat bezwaar hebt gemaakt door een onjuiste of ontbrekende rechtsmiddelenverwijzing — maar dat is een smalle uitzonderingsgrond.
Voor leasemaatschappijen en bedrijven met een wagenpark geldt dat ook zij regelmatig te maken krijgen met BPM-aanslagen bij de import van voertuigen. Elke onjuiste aanslag is direct verlies. Een structurele check van BPM-aanslagen betaalt zich terug.
Wat kun je doen?
Heb je recent een BPM-aanslag ontvangen en twijfel je of het bedrag klopt? Laat de aanslag dan zo snel mogelijk beoordelen. De termijn voor bezwaar is zes weken — die gaat direct in na de dagtekening. Wacht je te lang, dan is bezwaar niet meer mogelijk en staat de aanslag definitief vast.
Controleer bij de beoordeling altijd de volgende punten. Heeft de Belastingdienst de juiste afschrijvingstabel toegepast op de waarde van het voertuig? Is de CO2-uitstoot correct vastgesteld? Is de catalogusprijs van het voertuig juist bepaald? Dit zijn de meest voorkomende foutbronnen bij BPM-aanslagen op geïmporteerde voertuigen.
Als er al eerder BPM is betaald op een aanslag die nu ter discussie staat, kun je in sommige gevallen ook nog een verzoek om ambtshalve vermindering indienen. Dit kan tot vijf jaar na het tijdvak waarop de aanslag betrekking heeft. Dit is een andere route dan bezwaar, maar kan in specifieke gevallen uitkomst bieden.
Voor meer informatie over juridische en fiscale begeleiding bij BPM-kwesties, bekijk het aanbod op recht-zeker.nl/automotive-recht/. Hier lees je hoe Recht Zeker Advies autodealers, importeurs en consumenten helpt bij BPM-geschillen.
Veelgestelde vragen
Kan ik BPM terugkrijgen als de aanslag te hoog was?
Ja, als de Belastingdienst een te hoge BPM-aanslag heeft opgelegd, kun je bezwaar maken binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag. Wordt het bezwaar gegrond verklaard, dan wordt het te veel betaalde bedrag teruggestort. Lukt bezwaar niet meer, dan is een verzoek om ambtshalve vermindering in sommige gevallen nog mogelijk tot vijf jaar na het belastingtijdvak.
Hoe lang duurt een BPM-procedure bij de rechtbank?
Een BPM-procedure bij de rechtbank duurt gemiddeld één tot drie jaar, afhankelijk van de complexiteit van de zaak en de werkdruk bij de rechtbank. De uitspraak van 21 juli 2026 in zaak BRE 23/11108 laat zien dat een procedure die in 2023 is gestart pas in 2026 werd afgerond — ruim twee jaar dus. Het is daarom verstandig om tijdig te beginnen en je bezwaar goed onderbouwd in te dienen.
Wat zijn de meest voorkomende fouten bij BPM-aanslagen op geïmporteerde auto’s?
De meest voorkomende fouten bij BPM-aanslagen op geïmporteerde voertuigen zijn een onjuiste afschrijving van de waarde van het voertuig, een te hoge catalogusprijs als uitgangspunt, en een foutieve CO2-uitstootclassificatie. Juist bij gebruikte auto’s uit het buitenland speelt de afschrijvingsmethode een grote rol, omdat een hogere afschrijving leidt tot een lagere BPM-heffing.
Heb je vragen over een BPM-aanslag of wil je weten of je recht hebt op BPM-teruggave? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.
Robin Lammers
· Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
· 2026-08-05
De taxatiemethode bij BPM-aangifte voor geïmporteerde voertuigen staat of valt met één document: de inkoopfactuur. Dat heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 29 juli 2026 bevestigd in een opvallende uitspraak. Goed nieuws voor importeurs: de rechtbank liet in dit specifieke geval toe dat de factuur pas tijdens de beroepsprocedure werd overgelegd, zonder dat dit de zaak meteen fataal werd.
Wat houdt dit in?
De inkoopfactuur bij BPM-taxatie houdt in dat dit document een bindende voorwaarde is om de taxatiemethode te mogen toepassen bij het berekenen van de verschuldigde BPM op een ingevoerd voertuig.
Wil je als importeur of handelaar de BPM berekenen op basis van een taxatierapport in plaats van de koerslijst, dan moet je de inkoopfactuur kunnen overleggen. Dat is geen administratieve formaliteit, maar een harde eis. Zonder die factuur accepteert de Belastingdienst de taxatiemethode simpelweg niet.
In deze zaak (BRE 23/11074) had de belastingplichtige de inkoopfactuur niet bij de aangifte of het bezwaar meegestuurd, maar pas in de beroepsfase. De inspecteur stelde zich op het standpunt dat dit te laat was. De rechtbank dacht daar anders over en verbond in dit specifieke geval geen negatieve gevolgen aan het late moment van overleggen. De factuur was er, de inhoud klopte, en er was geen reden om die buiten beschouwing te laten.
Je kunt de volledige uitspraak raadplegen via Rechtspraak.
Wat betekent dit voor jou?
Voor autodealers en importeurs die voertuigen uit het buitenland invoeren en daarvoor BPM-aangifte doen, is dit een relevante uitspraak. De bevestiging dat de inkoopfactuur een harde eis is, betekent dat je dit stuk nooit mag vergeten. Zorg dat je de factuur altijd bij de aangifte voegt, en bewaar hem goed gedurende de hele bezwaar- en beroepstermijn.
De gunstige kant van de uitspraak is dat het te laat overleggen van de factuur niet automatisch betekent dat je de taxatiemethode kwijt bent. Rechters kijken naar de omstandigheden van het geval. Maar je moet daar niet blind op vertrouwen: de rechtbank had ook de andere kant op kunnen redeneren, en in andere zaken is dat wél gebeurd.
Voor consumenten die een auto importeren en zelf BPM-aangifte doen, geldt hetzelfde. Koop je een auto in Duitsland, België of ergens anders buiten Nederland, bewaar dan altijd de originele inkoopfactuur. Raak je die kwijt, dan kun je in de problemen komen als je de taxatiemethode wilt gebruiken om een lagere BPM te betalen.
BPM-teruggave bij export speelt hier ook indirect een rol. Als je een voertuig weer uitvoert en BPM terugvraagt op basis van een taxatierapport, gelden vergelijkbare documentatievereisten. Orde op zaken stellen in je administratie loont altijd.
Wat kun je doen?
Het eerste wat je doet, is je dossiervorming op orde brengen. Zorg dat je bij élke BPM-aangifte via de taxatiemethode de inkoopfactuur direct meestuurt. Doe je dat niet, dan geef je de inspecteur een argument om je aangifte af te wijzen zonder naar de inhoud te kijken.
Heb je al een aangifte gedaan en de factuur niet meegestuurd, dan is het verstandig om dit zo snel mogelijk te herstellen. Zit je in de bezwaarfase, stuur de factuur dan alsnog mee met je bezwaarschrift. Ben je al in beroep, dan laat deze uitspraak zien dat het overleggen in die fase mogelijk nog steeds kans van slagen heeft, maar garanties zijn er niet.
Zit je in een conflict met de Belastingdienst over BPM en de taxatiemethode, laat dat dan niet op zijn beloop. De regels zijn technisch en de belastingdienst is niet soepel als het gaat om documentatie-eisen. Professionele begeleiding maakt het verschil tussen een zaak winnen of verloren laten gaan op een procedureel punt.
Meer weten over juridische ondersteuning bij BPM-kwesties en importgeschillen? Kijk dan op recht-zeker.nl/automotive-recht/ voor wat wij voor je kunnen doen.
Veelgestelde vragen
Is de inkoopfactuur verplicht bij BPM-aangifte via de taxatiemethode?
Ja, de inkoopfactuur is een bindende voorwaarde voor het toepassen van de taxatiemethode bij BPM-aangifte. Zonder inkoopfactuur accepteert de Belastingdienst de taxatiemethode niet en wordt de BPM berekend op basis van de koerslijst, wat vaak ongunstiger uitpakt. Dit is bevestigd door de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in haar uitspraak van 29 juli 2026 (ECLI:NL:RBZWB:2026:6975).
Wat gebeurt er als je de inkoopfactuur pas in beroep overlegt?
Als je de inkoopfactuur voor de BPM-taxatiemethode pas tijdens de beroepsprocedure overlegt, hoeft dat niet automatisch fataal te zijn voor je zaak. De Rechtbank Zeeland-West-Brabant verbond in een uitspraak van juli 2026 geen negatieve gevolgen aan het late overleggen, maar dit hangt sterk af van de omstandigheden van het geval. Reken hier niet standaard op en lever de factuur altijd zo vroeg mogelijk aan.
Wat is het verschil tussen de koerslijstmethode en de taxatiemethode bij BPM?
Bij de koerslijstmethode wordt de BPM berekend op basis van een officiële koerslijst zoals die van Eurotax of XRAY. Bij de taxatiemethode laat je een erkend taxateur de waarde van het voertuig vaststellen, wat met name voordelig is bij auto’s met schade, hoge kilometerstand of bijzondere eigenschappen. De taxatiemethode levert vaak een lagere BPM-grondslag op, maar stelt strengere documentatie-eisen, waaronder het verplicht overleggen van de inkoopfactuur.
Heb je vragen over BPM-aangifte, de taxatiemethode of een geschil met de Belastingdienst over geïmporteerde voertuigen? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.
Robin Lammers
· Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
· 2026-07-31
De prijs die in een autoadvertentie staat, is niet altijd de prijs waarover partijen het eens zijn geworden. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar in de praktijk leidt dit regelmatig tot serieuze geschillen. De Rechtbank Gelderland deed op 22 april 2026 een tussenvonnis in een zaak waarbij precies dit punt centraal stond: wat was de werkelijk overeengekomen koopprijs, en welke advertentietekst is daarbij leidend?
Wat houdt dit in?
De uitleg van de overeengekomen koopprijs bij een auto houdt in dat de rechter moet vaststellen wat partijen daadwerkelijk hebben bedoeld te contracteren, waarbij de inhoud van de advertentie als bewijsmiddel cruciaal kan zijn.
In deze zaak draait het om de vraag welke tekst er in de oorspronkelijke advertentie heeft gestaan. Een van de partijen heeft een advertentie overgelegd als bewijs voor de afgesproken koopprijs. De andere partij betwist dat dit de juiste, ongewijzigde advertentie is. De rechter heeft daarom een bewijsopdracht gegeven: bewijs maar aan dat de tekst van de oorspronkelijke advertentie identiek is aan de versie die in de procedure is ingebracht.
Dit is een tussenvonnis, wat betekent dat de rechter nog geen einduitspraak doet. Eerst moet er bewijs worden geleverd, daarna volgt een definitief oordeel. Je kunt de volledige uitspraak raadplegen via Rechtspraak.
Wat deze zaak interessant maakt, is dat het aantoont hoe snel een dispuut kan ontstaan over iets wat achteraf simpel lijkt: de prijs die in een advertentie stond. Advertenties worden aangepast, screenshots verdwijnen en herinneringen lopen uiteen. De rechter gaat hier nu echt op graven.
Wat betekent dit voor jou?
Als je een auto koopt of verkoopt, is de advertentietekst juridisch relevanter dan de meeste mensen denken. Die tekst kan bepalend zijn voor wat er als koopprijs geldt, zeker als er geen apart schriftelijk koopcontract is gesloten.
Ben je autokoper? Sla altijd een screenshot op van de advertentie zoals je die hebt gezien op het moment van beslissen. Inclusief datum, platform en alle vermelde specificaties. Als later blijkt dat de prijs of omschrijving anders was dan afgesproken, is dat bewijs goud waard.
Ben je autodealer of particuliere verkoper? Zorg dat je advertentietekst consistent is met je offerte en eventuele koopovereenkomst. Wijzig de advertentie niet nadat er onderhandelingen zijn gevoerd, of documenteer die wijzigingen zorgvuldig. Een aangepaste advertentie kan achteraf als bewijs tegen je worden gebruikt.
Ben je importeur of handelaar? Bij hogere transactiebedragen is het risico op dit soort geschillen groter. Een heldere schriftelijke koopovereenkomst met een expliciete prijsbepaling voorkomt dit soort procedures. Het klinkt voor de hand liggend, maar in de praktijk wordt dit stap te vaak overgeslagen.
Wat kun je doen?
De kern van dit soort geschillen is bewijsgebrek. Partijen zijn het erover oneens wat er is afgesproken, en niemand heeft het goed gedocumenteerd. Dat is te voorkomen.
Zorg bij elke aankoop of verkoop van een auto voor een schriftelijke koopovereenkomst waarin de prijs expliciet staat vermeld. Verwijs daarin eventueel naar de advertentie, maar maak de overeenkomst zelf leidend. Bewaar ook alle communicatie: appjes, e-mails, screenshots van de advertentie en eventuele offertes.
Zit je al in een geschil over de koopprijs van een auto? Dan is het verstandig om juridisch advies in te winnen voordat je stappen zet. Welk bewijs je wel of niet overlegt, en hoe je dat doet, kan het verschil maken tussen winnen en verliezen. Bekijk wat Recht Zeker Advies voor je kan betekenen op het gebied van automotive recht.
Ben je als dealer of importeur betrokken bij een prijsgeschil over een geleverd voertuig? Ook dan is het verstandig je positie vroeg te laten beoordelen. Een tussenvonnis zoals in deze zaak laat zien dat rechtszaken lang kunnen duren als het bewijstraject complex is. Voorkomen is goedkoper.
Veelgestelde vragen
Wat geldt als de koopprijs als een auto-advertentie afwijkt van de koopovereenkomst?
In principe is de schriftelijke koopovereenkomst leidend boven de advertentie, maar als er geen aparte overeenkomst is of de overeenkomst verwijst naar de advertentie, kan de rechter de advertentietekst meewegen bij de uitleg van de overeengekomen prijs. Bewijs van de oorspronkelijke advertentie is dan doorslaggevend. Sla daarom altijd een screenshot op van de advertentie op het moment van aankoop.
Mag een verkoper de advertentie aanpassen nadat je een bod hebt gedaan?
Een verkoper mag een advertentie technisch gezien aanpassen, maar als er al wilsovereenstemming was over de prijs op basis van de oorspronkelijke tekst, verandert dat de juridische situatie niet. De rechter kijkt naar wat partijen op het moment van het sluiten van de koop hebben bedoeld en afgesproken. Een later aangepaste advertentie kan dan juist in het nadeel van de verkoper werken als bewijs.
Wat is een tussenvonnis bij een geschil over de autokoopprijs?
Een tussenvonnis is een rechterlijke beslissing tijdens een lopende procedure waarbij de rechter nog geen definitief oordeel geeft, maar eerst bewijs wil zien of aanvullende informatie vraagt. In dit geval moet een partij bewijzen dat de overgelegde advertentie identiek is aan de oorspronkelijke advertentie. Pas daarna volgt het eindvonnis over wie gelijk heeft in het geschil over de koopprijs.
Heb je vragen over een geschil rondom de koopprijs van een auto of een ander automotive rechtelijk vraagstuk? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.