Recht Zeker

Beroepsfout accountant: wat is vergoedbare schade?


Robin Lammers
 ·  Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
 ·  2026-09-30

Een accountantskantoor maakt een beroepsfout door geen beroep te doen op de deelnemingsvrijstelling. Dat klinkt als een heldere schadeclaim. Toch wijst de Rechtbank Rotterdam op 2 september 2026 een belangrijk deel van die schadeclaim af — en de redenering daarbij is relevant voor elke ondernemer die met een accountant of belastingadviseur werkt.

Lees de volledige uitspraak op Rechtspraak.

Wat houdt dit in?

Een beroepsfout door een accountant houdt in dat de adviseur een handeling nalaat of onjuist uitvoert die een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot wél correct zou hebben uitgevoerd. In deze zaak had het accountantskantoor nagelaten tijdig een beroep te doen op de deelnemingsvrijstelling. Daardoor werd winst belast die eigenlijk vrijgesteld had kunnen worden. Op zich een klassieke beroepsaansprakelijkheidszaak.

Maar de eisers gingen verder. Zij stelden dat zij door de beroepsfout ook de kans hadden gemist om te profiteren van een mogelijke omissie van de Belastingdienst. Met andere woorden: misschien had de Belastingdienst een fout gemaakt, en als het accountantskantoor destijds wél juist had gehandeld, hadden zij van die fout kunnen profiteren.

De rechtbank trapt daar niet in. Het mislopen van een voordeel dat afhankelijk is van een fout van de Belastingdienst — een fout die nooit vastgesteld is en ook niet vaststaat — valt niet onder de schade die de accountant moet vergoeden. De schadeomvang wordt bepaald door het nadeel dat rechtstreeks uit de beroepsfout voortvloeit, niet door speculatieve voordelen die afhingen van fouten van derden.

Dat is een scherpe maar logische lijn. Schadevergoeding herstelt de situatie zoals die geweest zou zijn zonder de fout. Niet een betere situatie dan zonder de fout, en zeker niet een situatie die had vereist dat ook de Belastingdienst een steek had laten vallen.

Wat betekent dit voor jou?

Als ondernemer ben je afhankelijk van de kwaliteit van je adviseurs. Accountants en belastingadviseurs hebben een zorgplicht en kunnen aansprakelijk worden gesteld als zij die schenden. Dat verandert deze uitspraak niet.

Wat wél verandert, is hoe je de schadeomvang moet onderbouwen. Rechtbank Rotterdam maakt duidelijk dat je als eiser concreet en realistisch moet zijn over wat je misgelopen bent. Schade die afhankelijk is van een hypothetische fout van de Belastingdienst wordt niet vergoed. Je kunt de fout van je adviseur niet gebruiken als kapstok voor elk nadeel dat je ooit hebt geleden.

Dit speelt met name als je als DGA of houdstermaatschappij te maken hebt gehad met een onjuiste aangifte vennootschapsbelasting. De deelnemingsvrijstelling is een van de meest waardevolle fiscale faciliteiten voor holding-BV’s. Als die faciliteit door een fout van je adviseur niet is toegepast, loop je al snel tienduizenden tot honderdduizenden euro’s mis. Dat is reële, concrete schade die wél voor vergoeding in aanmerking komt.

Maar als je claimt dat je ook nog eens had kunnen profiteren van een fout van de Belastingdienst, dan ga je een stap te ver. De rechter beschouwt dat als speculatieve schade die niet aan de beroepsfout toegerekend kan worden.

Wat kun je doen?

Vermoed je dat jouw accountant of belastingadviseur een fout heeft gemaakt bij de toepassing van de deelnemingsvrijstelling of een andere fiscale faciliteit? Dan zijn dit de stappen die je zet.

Verzamel eerst alle relevante stukken: aangiften, aanslagen, correspondentie met je adviseur en eventuele beoordelingsrapporten. Zonder documentatie kom je nergens in een aansprakelijkheidsprocedure.

Laat vervolgens een second opinion uitvoeren door een onafhankelijke fiscaal jurist. Die beoordeelt objectief of er sprake is van een beroepsfout en — cruciaal na deze uitspraak — wat de realistische schadeomvang is. Houd die schadecalculatie concreet en onderbouwd.

Stel je adviseur daarna schriftelijk aansprakelijk. Doe dit tijdig; voor beroepsaansprakelijkheid geldt een verjaringstermijn die sneller verstrijkt dan veel ondernemers denken. Stuur een duidelijke brief met de aard van de fout, de geleden schade en de grondslag voor aansprakelijkheid.

Wacht niet te lang. Fouten in de vennootschapsbelasting kunnen jaren doorwerken en schade stapelt zich op. Hoe eerder je handelt, hoe beter je rechtspositie.

Meer weten over aansprakelijkheid van adviseurs en fiscale procedures? Kijk op recht-zeker.nl/ondernemen/ voor meer informatie over juridische en fiscale begeleiding voor ondernemers.

Veelgestelde vragen

Kan ik mijn accountant aansprakelijk stellen voor een gemiste deelnemingsvrijstelling?

Ja, als een accountant of belastingadviseur nalaat de deelnemingsvrijstelling toe te passen terwijl dat wel had gemoeten, is er sprake van een beroepsfout waarvoor je schadevergoeding kunt claimen. De schade is dan het bedrag aan vennootschapsbelasting dat je teveel hebt betaald doordat de vrijstelling niet werd benut. Schakel een onafhankelijk fiscaal jurist in om de fout en de schadeomvang te onderbouwen.

Wat valt wel en niet onder schade bij een beroepsfout accountant?

Vergoedbare schade bij een beroepsfout van een accountant is de schade die rechtstreeks voortvloeit uit de gemaakte fout, zoals te veel betaalde belasting of gemiste fiscale voordelen. Schade die afhankelijk is van fouten van derden, zoals een hypothetische omissie van de Belastingdienst, valt daar niet onder. Dat bevestigde de Rechtbank Rotterdam op 2 september 2026 in de zaak ECLI:NL:RBROT:2026:12876.

Hoe lang heb ik de tijd om mijn accountant aansprakelijk te stellen?

Voor een beroepsaansprakelijkheidsclaim geldt in beginsel een verjaringstermijn van vijf jaar, te rekenen vanaf het moment dat je bekend bent of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn met de schade en de daarvoor aansprakelijke partij. In de praktijk loopt die termijn soms sneller op dan verwacht, zeker als de fout al jaren geleden is gemaakt. Laat je zo snel mogelijk adviseren om verjaring te voorkomen.

Heb je vragen over aansprakelijkheid van accountants of belastingadviseurs? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.


Robin Lammers
 ·  Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
 ·  2026-09-28

Een assurantietussenpersoon die je onvoldoende heeft gewezen op het risico van onderverzekering, kan aansprakelijk zijn voor de schade die je daardoor lijdt. Dat bevestigt de Rechtbank Rotterdam in een uitspraak van 9 september 2026 (Rechtspraak). De rechtbank veroordeelde de tussenpersoon tot vergoeding van driekwart van de geleden schade — een significante uitkomst voor ondernemers die vertrouwen op het advies van hun verzekeringsadviseur.

Wat houdt dit in?

Aansprakelijkheid van een assurantietussenpersoon houdt in dat de adviseur die een verzekering bemiddelt of adviseert, jegens zijn klant verantwoordelijk kan worden gehouden voor schade die het gevolg is van een tekortkoming in dat advies.

In deze zaak ging het om onderverzekering: de verzekerde waarde sloot niet aan op de werkelijke waarde van het verzekerde object. Als er vervolgens schade optreedt, keert de verzekeraar niet de volledige schade uit — het tekort komt dan voor rekening van de verzekerde zelf. Dat kan forse financiële gevolgen hebben, zeker voor ondernemers.

De uitspraak van 9 september 2026 is een vervolg op een eerder tussenvonnis van 3 juni 2026. In dat tussenvonnis was al vastgesteld dat de assurantietussenpersoon tekort was geschoten in zijn zorgplicht. De vraag in dit eindvonnis was: hoeveel schade moet de tussenpersoon vergoeden?

De rechtbank oordeelde dat de verweren van de tussenpersoon deels slagen. Hij voerde onder meer aan dat de geleden schade niet volledig aan zijn tekortkoming te wijten was, en dat de klant zelf ook een deel van de verantwoordelijkheid droeg. De rechtbank ging daarin gedeeltelijk mee: uiteindelijk werd driekwart van de gevorderde schade toegewezen aan de benadeelde partij (een deelgenote in de situatie).

Wat betekent dit voor jou?

Als ondernemer sluit je verzekeringen vaak af op basis van het advies van een tussenpersoon. Je vertrouwt erop dat die adviseur de juiste vragen stelt, de risico’s in kaart brengt en je wijst op eventuele tekortkomingen in de dekking. Maar wat als dat niet goed gaat?

Deze uitspraak laat zien dat een assurantietussenpersoon geen vrijbrief heeft als achteraf blijkt dat je onderverzekerd was. De zorgplicht van een verzekeringsadviseur gaat verder dan alleen het afsluiten van een polis. Hij moet je actief informeren over risico’s zoals onderverzekering, zeker als de waarde van je bezittingen in de loop van de tijd stijgt.

Tegelijk maakt de uitkomst duidelijk dat de rechter ook kijkt naar je eigen rol. Heb je zelf onjuiste of onvolledige informatie verstrekt over de verzekerde waarde? Dan kan dat leiden tot een lagere schadevergoeding. In dit geval werd de schade niet volledig vergoed maar voor drie kwart — wat aangeeft dat de rechtbank ook eigen schuld of andere verweren van de tussenpersoon deels honoreert.

Ben je particulier ondernemer, ZZP’er of MKB-bedrijf met bedrijfsmiddelen, inventaris of een bedrijfspand? Dan is dit vonnis direct relevant. Onderverzekering is een sluipend risico dat pas zichtbaar wordt op het moment dat je het minst kunt gebruiken: bij schade.

Wat kun je doen?

Controleer nu je huidige verzekeringen op onderverzekering. Kijk of de verzekerde som nog aansluit op de actuele waarde van je bezittingen. Prijzen van inventaris, apparatuur en vastgoed zijn de afgelopen jaren fors gestegen — en veel polissen zijn daar niet op aangepast.

Vraag je assurantietussenpersoon schriftelijk om een herbeoordeling van je dekking. Houd die communicatie bij: als er later een geschil ontstaat, is schriftelijk bewijs van groot belang. Een adviseur die zijn adviezen niet vastlegt, staat zwakker bij een aansprakelijkheidsclaim.

Heb je al schade geleden door onderverzekering en twijfel je of je tussenpersoon zijn zorgplicht heeft nageleefd? Dan is juridisch advies de logische volgende stap. Bij Recht Zeker Advies helpen we ondernemers bij vragen over aansprakelijkheid, contracten en geschillen met adviseurs of verzekeraars.

Bewaar ook oude polissen, correspondentie en offertes. In aansprakelijkheidszaken speelt de vraag “wat wist de tussenpersoon en wanneer?” een centrale rol. Hoe meer je kunt reconstrueren, hoe sterker je positie.

Veelgestelde vragen

Wanneer is een assurantietussenpersoon aansprakelijk voor onderverzekering?

Een assurantietussenpersoon is aansprakelijk voor onderverzekering als hij zijn zorgplicht heeft geschonden, bijvoorbeeld doordat hij je niet heeft gewezen op het risico dat de verzekerde waarde niet aansloot op de werkelijke waarde van je bezittingen. De aansprakelijkheid staat niet automatisch gelijk aan de volledige schade: de rechter weegt ook mee in hoeverre je zelf verantwoordelijkheid draagt voor de onjuiste opgave van de verzekerde waarde.

Wat is onderverzekering en wat zijn de gevolgen?

Onderverzekering betekent dat de verzekerde som lager is dan de werkelijke waarde van het verzekerde object op het moment van schade. Bij schade keert de verzekeraar dan alleen een evenredig deel uit: als je voor de helft van de werkelijke waarde verzekerd was, ontvang je ook maar de helft van de schade vergoed. Het resterende deel draag je zelf.

Kan ik mijn verzekeringsadviseur aanspreken als ik te weinig schade-uitkering krijg?

Ja, dat is mogelijk als je kunt aantonen dat de adviseur zijn zorgplicht heeft geschonden en dat dit heeft geleid tot de onderverzekering. Je moet dan aannemelijk maken dat de adviseur wist of had moeten weten dat de verzekerde waarde ontoereikend was, en dat hij je daar niet adequaat op heeft gewezen. Juridisch advies is in die situatie sterk aan te raden, omdat de bewijslast en de hoogte van de vergoeding sterk afhangen van de specifieke feiten.

Heb je vragen over aansprakelijkheid van je assurantietussenpersoon of onderverzekering? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.


Robin Lammers
 ·  Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
 ·  2026-09-25

Valse inkoopfacturen opmaken en daarmee kwartaalaangiften omzetbelasting manipuleren: de Rechtbank Oost-Brabant legde daar op 24 september 2026 een gevangenisstraf van 18 maanden voor op, waarvan 9 maanden voorwaardelijk. Deze uitspraak maakt duidelijk dat btw-fraude zwaar wordt bestraft, ook als je “slechts” meewerkt aan het vervalsen van facturen. Lees je dit als ondernemer? Dan is dit relevanter voor jou dan je misschien denkt.

Wat houdt dit in?

Btw-fraude met valse inkoopfacturen houdt in dat iemand bewust verzonnen of vervalste facturen gebruikt om ten onrechte btw als voorbelasting af te trekken op de btw-aangifte. In deze zaak werkten twee verdachten samen om in de jaren 2020 tot en met 2022 onjuiste kwartaalaangiften omzetbelasting in te dienen bij de Belastingdienst.

De facturen waren volledig fictief: er lagen geen echte aankopen of diensten onder. Daarbovenop vervalsten ze een betaalbewijs en stuurden ze dat document door naar de Belastingdienst, vermoedelijk om de schijn van echtheid te wekken bij een controle of bezwaarprocedure.

De rechtbank oordeelde dat dit ernstige strafbare feiten zijn. Het gevolg: een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De onvoorwaardelijke component van 9 maanden betekent dat de verdachte daadwerkelijk de cel in gaat. Je kunt de volledige uitspraak lezen via Rechtspraak.

Wat betekent dit voor jou?

Als ondernemer ben jij verantwoordelijk voor de juistheid van je btw-aangiften, ook als een boekhouder of administrateur die voor jou verzorgt. Weet je niet precies welke facturen in je aangifte zijn verwerkt, of vertrouw je blind op een externe partij? Dan loop je risico als het misgaat.

Drie situaties waarbij deze uitspraak voor jou als MKB-ondernemer direct relevant is:

Je werkt met een externe boekhouder of administrateur. Fouten of fraude door jouw boekhouder ontslaan jou niet automatisch van aansprakelijkheid. De Belastingdienst kijkt naar wie de aangifte heeft ingediend en wie ervan heeft geprofiteerd.

Je zakelijke relaties leveren facturen aan die niet kloppen. Als jij die facturen verwerkt in je administratie en btw terugvraagt die je niet toekomt, ben je medeplichtig aan btw-fraude, ook als jij niet degene was die ze opmaakt.

Je bent gevraagd om mee te werken aan een constructie die “belasting bespaart”. Valse facturen als constructie worden in de praktijk soms gepresenteerd als slim boekhouden. Dat is het niet. Het is strafbaar en de straffen zijn fors, zoals deze uitspraak opnieuw bevestigt.

Wat kun je doen?

Het begint bij een gezonde administratie. Controleer of facturen die je verwerkt overeenkomen met daadwerkelijk geleverde goederen of diensten. Is er een handtekening, een leveringsbewijs, een contract? Die onderbouwing beschermt je als de Belastingdienst vragen stelt.

Ontvang je een factuur die je niet herkent, of twijfel je of een levering echt heeft plaatsgevonden? Verwerk die factuur dan niet zomaar. Vraag om aanvullende documentatie en leg het vast. Dat is geen wantrouwen, dat is normale bedrijfsvoering.

Heb je een aanslag, naheffing of signaal ontvangen van de Belastingdienst over je btw-aangiften? Reageer daar nooit te laat op. De termijnen voor bezwaar en beroep zijn kort, en stilzitten wordt uitgelegd als instemmen.

Denk je dat er in het verleden iets mis is gegaan in je aangifte, opzettelijk of niet? Dan kun je gebruik maken van de inkeerregeling. Dat kan je strafvervolging besparen, maar alleen als je dat vóór de Belastingdienst doet. Meer weten over wat we voor MKB-ondernemers kunnen betekenen? Kijk op recht-zeker.nl/ondernemen/.

Veelgestelde vragen

Wat is de straf voor btw-fraude met valse facturen?

De straf voor btw-fraude met valse facturen hangt af van de ernst en de omvang, maar gevangenisstraf is reëel. Rechtbank Oost-Brabant legde in september 2026 een gevangenisstraf op van 18 maanden, waarvan 9 maanden onvoorwaardelijk, voor het systematisch indienen van onjuiste btw-aangiften op basis van valse inkoopfacturen over de jaren 2020 tot en met 2022. Naast gevangenisstraf kan de rechter ook een geldboete of ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel opleggen.

Ben ik strafbaar als mijn boekhouder valse facturen heeft verwerkt zonder dat ik het wist?

Of je strafrechtelijk aansprakelijk bent, hangt af van wat je wist of had moeten weten. Als je als ondernemer had moeten opmerken dat facturen niet klopten maar daar bewust niet naar hebt gekeken, kan de rechter oordelen dat je medeplichtig bent. Fiscaalrechtelijk blijft de naheffingsaanslag echter voor jouw rekening, ook als je aantoont dat de fout bij de boekhouder lag.

Wat is de inkeerregeling bij btw-fraude?

De inkeerregeling houdt in dat een belastingplichtige die onjuiste aangifte heeft gedaan vrijwillig alsnog de juiste informatie verstrekt aan de Belastingdienst, voordat de Belastingdienst zelf de fout ontdekt. Wie inkeert, kan strafrechtelijke vervolging voorkomen of beperken. De inkeerregeling geldt alleen als je het initiatief neemt voordat er een controle, onderzoek of aanslag is gestart.

Heb je vragen over btw-fraude, valse facturen of je fiscale aansprakelijkheid als ondernemer? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.


Robin Lammers
 ·  Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
 ·  2026-09-22

Een aandeelhouder en bestuurder die ruim zes ton van zijn eigen vennootschap leent en dat geld niet terugbetaalt: de rechtbank Midden-Nederland greep in september 2026 hard in. In kort geding werd de bestuurder veroordeeld tot terugbetaling van het restant van de 620.000 euro die hij op 21 januari 2026 van de vennootschap had ontvangen. Voor MKB-ondernemers en medeaandeelhouders is dit een scherpe herinnering aan de risico’s van geldstromen tussen vennootschap en bestuurder.

Wat houdt dit in?

Ongeoorloofde onttrekking door een bestuurder houdt in dat een bestuurder eigenmachtig gelden uit de vennootschap haalt zonder rechtsgeldig besluit of terugbetalingsverplichting, waartegen de vennootschap in kort geding terugbetaling kan afdwingen.

In deze zaak (Rechtspraak) bezat de gedaagde 50% van de aandelen in de eisende vennootschap en was hij één van de twee statutaire bestuurders. Op 21 januari 2026 ontving hij 620.000 euro van de vennootschap. Een deel betaalde hij al terug, maar het restant bleef openstaan.

De voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland oordeelde op 3 september 2026 mondeling dat het restant direct terugbetaald moest worden. Een kort geding leent zich normaal niet voor complexe financiële afwikkelingen, maar de rechter zag kennelijk voldoende spoedeisend belang en een duidelijk juridisch recht aan de kant van de vennootschap.

Kort geding of niet, de uitkomst is helder: de vennootschap heeft het geld verstrekt, er was geen afdoende grondslag om het te houden, en de rechter zette er een streep doorheen. Dat de gedaagde zelf voor 50% aandeelhouder is, verandert daar niets aan. De vennootschap is een zelfstandige rechtspersoon met eigen belangen.

Wat betekent dit voor jou?

Als medeaandeelhouder of medestuurder in een BV is dit een directe waarschuwing. Wanneer je zakenpartner als bestuurder geld aan zichzelf uitkeert of leent zonder jouw instemming en zonder deugdelijke documentatie, kun je als vennootschap in kort geding terugbetaling eisen. Je hoeft niet te wachten op een bodemprocedure.

Als bestuurder-aandeelhouder die geld ontvangt van de vennootschap, geldt het omgekeerde. Zorg altijd voor een schriftelijke leningsovereenkomst, een vastgesteld terugbetalingsschema en — bij een lening van meer dan 17.500 euro — voor de fiscale regels rondom het gebruikelijk loon en de wet Excessief lenen. Ontbreekt de documentatie, dan sta je in een kort geding vrijwel kansloos.

Voor vennootschappen met twee aandeelhouders-bestuurders (de zogenoemde 50/50-structuur) is het risico extra groot. Besluitvorming vereist in die constructie medewerking van beide aandeelhouders. Handelt één van hen eigenmachtig en trekt hij grote bedragen weg, dan is de vennootschap afhankelijk van de rechter om in te grijpen. Deze uitspraak laat zien dat die stap succesvol kan zijn, maar je wil het liever voorkomen.

Als externe crediteur of leverancier van zo’n vennootschap is de boodschap ook relevant. Geldstromen richting bestuurders kunnen de verhaalsmogelijkheden op de vennootschap uithollen. Weet wat er speelt voordat je grote orders of kredieten verstrekt.

Wat kun je doen?

Leg iedere geldstroom tussen vennootschap en bestuurder schriftelijk vast. Een leningsovereenkomst met rente, looptijd en aflossingsschema is geen luxe maar een juridische noodzaak. Zonder dat papier is de kans groot dat de fiscus de lening als verkapt dividend aanmerkt of dat een rechter de terugbetalingsplicht simpelweg opeet.

Controleer je aandeelhoudersovereenkomst op bevoegdheidsverdelingen. Spreek af welke besluiten unaniem moeten worden genomen, en zorg dat grootschalige uitkeringen of leningen aan bestuurders expliciet onder die drempel vallen. In een 50/50-structuur is dit extra belangrijk, omdat één bestuurder anders zonder check eigenmachtig kan handelen.

Merk je als medeaandeelhouder dat geld de vennootschap verlaat zonder jouw instemming? Reageer snel. Een kort geding kan een voorlopige voorziening geven, maar dan moet er wel spoedeisend belang zijn. Wacht niet maanden voordat je actie onderneemt, want dan verzwakt je positie.

Wil je weten hoe je jouw positie als aandeelhouder of bestuurder beter beschermt, of heb je nu al te maken met een dispuut over onttrekkingen binnen je vennootschap? Bekijk dan de mogelijkheden via Recht Zeker Advies – Ondernemen.

Veelgestelde vragen

Kan een vennootschap in kort geding geld terugvorderen van een bestuurder?

Ja, dat is mogelijk als er voldoende spoedeisend belang is en de vordering in voldoende mate vaststaat. De rechtbank Midden-Nederland wees in september 2026 een vordering toe waarbij een bestuurder-aandeelhouder het restant van 620.000 euro moest terugbetalen aan de vennootschap. Een bodemzaak is dus niet altijd nodig.

Wat zijn de risico’s als een bestuurder geld leent van zijn eigen BV zonder overeenkomst?

Zonder schriftelijke leningsovereenkomst kan de Belastingdienst de lening aanmerken als verkapt dividend, wat leidt tot belastingheffing. Daarnaast loopt de bestuurder het risico dat een rechter de terugbetalingsplicht onmiddellijk afdwingt op vordering van de vennootschap of een medeaandeelhouder. Goede documentatie is dus essentieel.

Wat kan ik doen als mijn zakenpartner eigenmachtig geld weghaalt uit onze BV?

Je kunt als vennootschap of medeaandeelhouder een kort geding starten om terugbetaling of een verbod op verdere onttrekkingen te eisen. Zorg dat je snel handelt, want rechters kijken bij kort geding naar de spoedeisendheid. Leg ook alle bewijzen van de onttrekking vast: bankafschriften, communicatie en besluiten.

Heb je vragen over onttrekkingen door bestuurders of de bescherming van jouw positie als aandeelhouder? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.


Robin Lammers
 ·  Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
 ·  2026-09-21

Een curator eist geld terug van een schuldeiser in een faillissement, maar die schuldeiser beroept zich op verrekening. Rechtbank Oost-Brabant besliste op 2 september 2026 dat dit verrekeningsverweer slaagt: de vordering van de wederpartij is daardoor volledig tenietgegaan. Een uitspraak die elke ondernemer die zaken doet met een failliet bedrijf zou moeten kennen.

Wat houdt dit in?

Verrekening in faillissement houdt in dat een schuldeiser zijn eigen vordering op de failliet mag aftrekken van een schuld die hij zelf aan de failliet heeft, zodat beide vorderingen geheel of gedeeltelijk tenietgaan.

In deze zaak speelde een zogenoemde renvooiprocedure. Dat is een procedure waarin een betwiste vordering op de failliet door de rechter alsnog wordt beoordeeld, nadat die vordering tijdens de verificatievergadering niet is erkend. De curator had in die procedure een tegenvordering ingediend: hij vorderde in reconventie een bedrag terug van de schuldeiser.

De schuldeiser reageerde met een beroep op artikel 53 van de Faillissementswet (Fw). Dit artikel geeft schuldeisers het recht om vorderingen en schulden te verrekenen, ook als het faillissement al is uitgesproken, mits beide vorderingen vóór de faillissementsdatum zijn ontstaan of voortvloeien uit handelingen die vóór die datum hebben plaatsgevonden.

De rechtbank oordeelde dat aan die voorwaarden was voldaan. Door de verrekening was de vordering van de schuldeiser volledig tenietgegaan. Omdat er niets meer over was om te erkennen, hoefde de vordering ook niet meer in het faillissement te worden opgenomen. Lees de volledige uitspraak op Rechtspraak.

Wat betekent dit voor jou?

Als ondernemer loop je regelmatig het risico dat een klant of leverancier failliet gaat, terwijl jij nog geld van hem tegoed hebt én hem nog iets schuldig bent. Veel ondernemers weten niet dat ze in zo’n situatie niet simpelweg hoeven af te wachten tot de curator zich meldt.

Heb je een vordering op een failliet bedrijf én een schuld aan datzelfde bedrijf? Dan biedt artikel 53 Fw jou een krachtig instrument. Je mag die twee bedragen met elkaar verrekenen, waardoor je schuld aan de boedel vermindert of zelfs verdwijnt. Dat is een veel sterkere positie dan wanneer je als gewone schuldeiser aan het einde van de rij staat en misschien een fractie van je vordering terugziet.

Deze uitspraak bevestigt dat dit recht ook standhoudend is als de curator actief tegenover jou gaat staan met een tegenvordering. Het verrekeningsverweer kan dus ook in de aanval worden ingezet, als verweermiddel in een procedure die de curator tegen jou start.

Voor MKB-ondernemers is dit relevant als je werkt met vaste leveranciers of klanten, waarbij over en weer bedragen openstaan. Zodra één van die partijen failliet gaat, is het zaak om snel te inventariseren wat de stand van zaken is aan beide kanten van de rekening.

Wat kun je doen?

Als een zakenrelatie failliet gaat, is de eerste stap: breng direct in kaart hoeveel je te vorderen hebt én hoeveel je nog verschuldigd bent aan die partij. Doe dit zo snel mogelijk na de faillietverklaring, want timing is relevant bij verrekening.

Vervolgens is het belangrijk te beoordelen of aan de voorwaarden van artikel 53 Fw is voldaan. Beide vorderingen moeten zijn ontstaan vóór de faillissementsdatum, of het gevolg zijn van handelingen van vóór die datum. Dit klinkt eenvoudig, maar in de praktijk spelen nuances een grote rol, zeker als er sprake is van lopende contracten of periodieke betalingen.

Dien je vordering ook tijdig in bij de curator via een verificatieformulier. Doe dat zelfs als je van plan bent te verrekenen, want als de verrekening later niet slaagt, wil je in ieder geval erkend zijn als schuldeiser in het faillissement.

Word je aangesproken door een curator in een renvooiprocedure of een andere procedure? Laat je dan direct bijstaan door een adviseur die verstand heeft van faillissementsrecht en de mogelijkheden van verrekening. Een goed verrekeningsverweer kan het verschil maken tussen volledig verlies en een netto-uitkomst die voor jou gunstig uitpakt.

Meer weten over wat Recht Zeker Advies voor jou kan betekenen als ondernemer? Bekijk onze diensten voor ondernemers.

Veelgestelde vragen

Mag ik mijn vordering verrekenen met mijn schuld aan een failliet bedrijf?

Ja, dat mag op grond van artikel 53 van de Faillissementswet. Als jij een vordering hebt op een failliet bedrijf én een schuld aan datzelfde bedrijf, en beide zijn ontstaan vóór de faillissementsdatum, dan kun je deze met elkaar verrekenen. De verrekening werkt ook als het faillissement al is uitgesproken, mits aan de wettelijke voorwaarden is voldaan.

Wat is een renvooiprocedure bij faillissement?

Een renvooiprocedure is een rechtbankprocedure die plaatsvindt als een vordering op de failliet tijdens de verificatievergadering wordt betwist door de curator of een andere schuldeiser. De rechter beoordeelt dan alsnog of de vordering erkend moet worden. In zo’n procedure kan ook de curator een tegenvordering indienen.

Wat gebeurt er als mijn verrekeningsverweer slaagt in een faillissement?

Als het verrekeningsverweer slaagt, gaan de vordering en de schuld geheel of gedeeltelijk tenietgaan. Slaagt de verrekening volledig, dan hoeft jouw vordering niet meer erkend te worden in het faillissement, maar hoef je ook niets meer te betalen aan de boedel. Je vordering en schuld heffen elkaar als het ware op.

Heb je vragen over verrekening in faillissement of je positie als schuldeiser? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.


Robin Lammers
 ·  Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
 ·  2026-09-04

Als je een BV liquideert en daarbij schuldeisers onbetaald achterlaat, kun je als bestuurder persoonlijk aansprakelijk worden gesteld. De Rechtbank Rotterdam maakte dat op 26 augustus 2026 opnieuw duidelijk in een zaak over achterstallige huur na de liquidatie van een BV. Rechtspraak — dit is een uitspraak die iedere ondernemer met een BV zou moeten kennen.

Wat houdt dit in?

Bestuurdersaansprakelijkheid houdt in dat een bestuurder van een rechtspersoon onder bepaalde omstandigheden persoonlijk aansprakelijk is voor schulden van die rechtspersoon, ook nadat die rechtspersoon is opgeheven of geliquideerd.

In deze zaak had een voormalig bestuurder zijn BV geliquideerd terwijl er nog een openstaande huurschuld was. De verhuurder bleef met lege handen achter: de BV bestond niet meer, en er was geen verhaal mogelijk op het bedrijf zelf. De verhuurder stapte daarom naar de rechter en richtte zijn pijlen op de bestuurder privé.

De rechtbank oordeelde dat de bestuurder een ernstig persoonlijk verwijt treft. De manier waarop de BV was geliquideerd, was zodanig dat de bestuurder bewust of roekeloos de belangen van de verhuurder had veronachtzaamd. Dat is precies de drempel die de wet stelt voor bestuurdersaansprakelijkheid: niet elke fout maakt je aansprakelijk, maar bewust de schuldeiser benadelen of grove nalatigheid wel.

De bestuurder moet de achterstallige huur nu uit zijn eigen portemonnee betalen. De bescherming die een BV normaal biedt, de scheiding tussen privévermogen en bedrijfsvermogen, geldt in zo’n geval niet meer.

Wat betekent dit voor jou?

Ben je DGA (directeur-grootaandeelhouder) of bestuurder van een BV? Dan is deze uitspraak een serieuze waarschuwing. Veel ondernemers denken dat de BV-structuur hen altijd beschermt, maar dat klopt niet zodra je bij de liquidatie steekt in de wind zet.

De rode lijn in rechtszaken over bestuurdersaansprakelijkheid is dat je schuldeisers niet bewust mag benadelen. Dat betekent: je kunt niet selectief betalen (eerst jezelf of bevriende partijen), schulden negeren terwijl je weet dat de BV wordt opgeheven, of de liquidatie zo organiseren dat er niets meer te halen valt terwijl er wel baten waren.

Huurschulden zijn een veelvoorkomend struikelblok. Een huurcontract loopt vaak door terwijl de bedrijfsactiviteiten al gestopt zijn. Als je de BV dan liquideert zonder de verhuurder te betalen of een regeling te treffen, loop je een groot risico op dit soort aansprakelijkheid.

Ook als je niet zelf de enige bestuurder bent, maar wel degene die de beslissingen nam over de liquidatie, kun je persoonlijk worden aangesproken. De rechter kijkt naar wie feitelijk verantwoordelijk was, niet alleen naar de formele structuur op papier.

Wat kun je doen?

Zit je midden in een beslissing om je BV op te heffen of te liquideren? Doe dat dan nooit zonder vooraf alle openstaande verplichtingen in kaart te brengen. Dat klinkt voor de hand liggend, maar in de praktijk gaat het hier regelmatig mis.

Zorg dat je een volledig overzicht hebt van alle lopende contracten, dus ook huurcontracten, leaseovereenkomsten en contracten met leveranciers. Bepaal per schuldeiser of je een betalingsregeling kunt treffen, of dat je de schuld kunt meenemen in de vereffening. Pas daarna pak je de formele liquidatieprocedure op.

Ben je bestuurder en dreig je aansprakelijk gesteld te worden voor schulden van een geliquideerde BV? Wacht dan niet af. Hoe eerder je juridisch advies inwint, hoe meer mogelijkheden je hebt om de schade te beperken of verweer te voeren.

Ga je juist de andere kant op en ben je schuldeiser van een geliquideerde BV? Dan is bestuurdersaansprakelijkheid een reëel pad om toch nog betaald te krijgen. Het vereist wel dat je kunt aantonen dat de bestuurder een ernstig persoonlijk verwijt treft. Meer informatie over dit soort ondernemersvraagstukken vind je op de ondernemen-pagina van Recht Zeker Advies.

Veelgestelde vragen

Wanneer ben je als bestuurder persoonlijk aansprakelijk voor schulden van een geliquideerde BV?

Als bestuurder ben je persoonlijk aansprakelijk voor schulden van een geliquideerde BV wanneer jou een ernstig persoonlijk verwijt treft. Dat is het geval als je schuldeisers bewust hebt benadeeld, bijvoorbeeld door de BV te liquideren terwijl je wist dat er openstaande schulden waren en er geen voorziening voor werd getroffen. Een gewone bestuursfout is niet genoeg; de rechtbank kijkt naar bewust roekeloos of onverantwoord handelen.

Kan een verhuurder een bestuurder privé aanspreken na faillissement of liquidatie van een BV?

Ja, een verhuurder kan een voormalig bestuurder privé aanspreken voor achterstallige huur als die bestuurder een ernstig persoonlijk verwijt treft voor de manier waarop de BV is geliquideerd of failliet gegaan. De Rechtbank Rotterdam bevestigde dit op 26 augustus 2026: de bescherming van de BV-structuur vervalt als de bestuurder de verhuurder bewust of roekeloos heeft benadeeld.

Wat is het verschil tussen bestuurdersaansprakelijkheid en gewone bedrijfsschulden?

Gewone bedrijfsschulden zijn in principe alleen verhaalbaar op het vermogen van de BV, niet op de bestuurder privé. Bestuurdersaansprakelijkheid is de uitzondering: die treedt op als de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, bijvoorbeeld bij bewuste benadeling van schuldeisers, het niet nakomen van boekhoudverplichtingen of het drijven van de onderneming terwijl je weet dat schulden niet betaald kunnen worden.

Neem contact op

Heb je vragen over bestuurdersaansprakelijkheid of de liquidatie van een BV? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.


Robin Lammers
 ·  Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
 ·  2026-09-02

Een boekenonderzoek dat uitmondt in forse IB/PVV-correcties: het overkwam een ondernemer wiens zaak recent door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden werd behandeld. In de uitspraak van 18 augustus 2026 (Rechtspraak) bevestigde het hof de correcties op de inkomstenbelasting, omdat de administratie ernstige gebreken vertoonde. Als ondernemer is dit een signaal dat je niet kunt negeren.

Wat houdt dit in?

Gebreken aan de administratie houden in dat de Belastingdienst jouw boekhouding onvoldoende betrouwbaar acht om de werkelijke winst en belastingplichtige inkomsten te bepalen. In dat geval mag de inspecteur de belastingaanslag schatten op basis van wat hij redelijkerwijs aannemelijk acht — en die schatting pakt zelden gunstig uit voor de ondernemer.

In deze zaak vond een boekenonderzoek plaats waarbij meerdere tekortkomingen in de administratie werden vastgesteld. Denk aan ontbrekende kasadministratie, onvolledige factuurregistratie of niet-sluitende debiteuren- en crediteurenlijsten. De inspecteur legde correcties op over meerdere jaren, wat leidde tot navorderingsaanslagen IB/PVV over vijf belastingjaren.

Het hof beoordeelde of de inspecteur terecht had gecorrigeerd en of de schatting van de extra inkomsten redelijk was. De uitkomst: het hof volgde grotendeels de Belastingdienst. De ondernemer kon onvoldoende tegenbewijs leveren, omdat de administratie nu eenmaal te veel gaten vertoonde om de eigen cijfers geloofwaardig te onderbouwen.

Opvallend aan deze uitspraak is het gaat om vijf belastingjaren tegelijk, wat laat zien hoe snel een boekenonderzoek een groot financieel risico kan worden wanneer de administratie structureel niet op orde is.

Wat betekent dit voor jou?

Als MKB-ondernemer ben je wettelijk verplicht een deugdelijke administratie bij te houden. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar in de praktijk zien we regelmatig dat bonnetjes ontbreken, kasstromen niet worden bijgehouden of privéonttrekkingen niet apart worden verantwoord. Precies dat soort gebreken gaven in deze zaak de doorslag.

Een boekenonderzoek kan zomaar op je afkomen, ook als je geen signalen hebt dat er iets mis is. De Belastingdienst selecteert bedrijven op basis van risicomodellen, en wanneer een controle eenmaal is gestart, ben jij degene die moet aantonen dat je aangifte klopt. Zonder sluitende administratie sta je dan met lege handen.

De correcties in dit soort zaken lopen snel op. Niet alleen betaal je belasting over gecorrigeerde inkomsten, maar ook belastingrente en mogelijk een vergrijpboete als de inspecteur opzet of grove schuld aanneemt. Over vijf belastingjaren kan dit de financiële positie van een bedrijf ernstig onder druk zetten.

Ben je zzp’er of directeur-grootaandeelhouder? Dan gelden dezelfde administratieverplichtingen. De complexiteit van jouw situatie maakt een goede vastlegging eerder belangrijker, niet minder.

Wat kun je doen?

Controleer nu al of jouw administratie voldoet aan de wettelijke bewaarplicht van zeven jaar. Dat geldt voor facturen, bankafschriften, contracten en kasregistraties. Doe dit niet pas als er een controle is aangekondigd — dan is het te laat om gebreken te herstellen.

Zorg dat je kasadministratie dagelijks wordt bijgehouden als je met contant geld werkt. Een kasboek dat achteraf wordt ingevuld, is voor de Belastingdienst een direct signaal dat de administratie onbetrouwbaar kan zijn.

Heb je een boekenonderzoek ontvangen of twijfel je of jouw administratie een controle kan doorstaan? Schakel dan tijdig een fiscaal jurist in. Tijdens een boekenonderzoek kun je zelf veel schade aanrichten door verkeerde informatie te verstrekken of onnodig documenten te delen. Een adviseur bewaakt die grenzen.

Meer informatie over fiscale begeleiding voor ondernemers vind je op recht-zeker.nl/ondernemen/. We helpen je bij het voorkomen van correcties én bij het verweer als er al een onderzoek loopt.

Veelgestelde vragen

Wat gebeurt er als mijn administratie gebreken vertoont bij een boekenonderzoek?

Als de Belastingdienst bij een boekenonderzoek gebreken in jouw administratie constateert, mag de inspecteur de belastingaanslag schatten op basis van wat hij redelijkerwijs aannemelijk acht. Jij moet dan aantonen dat de schatting te hoog is, maar zonder deugdelijke administratie is dat tegenbewijs vrijwel onmogelijk te leveren. Dit kan leiden tot forse navorderingsaanslagen over meerdere jaren, inclusief belastingrente en mogelijk een boete.

Hoe lang moet ik mijn administratie bewaren voor de Belastingdienst?

Als ondernemer ben je wettelijk verplicht je administratie minimaal zeven jaar te bewaren. Voor gegevens die betrekking hebben op onroerende zaken geldt een bewaartermijn van tien jaar. De bewaarplicht geldt voor alle basisgegevens, zoals facturen, bankafschriften, kassabonnen en contracten, ongeacht of ze digitaal of op papier zijn opgeslagen.

Kan de Belastingdienst ook oude jaren corrigeren bij een boekenonderzoek?

Ja, bij een boekenonderzoek kan de Belastingdienst in beginsel vijf jaar terug navorderen voor de inkomstenbelasting. Bij vermoedens van opzet of fraude kan die termijn oplopen tot twaalf jaar. In de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 augustus 2026 ging het om correcties over maar liefst vijf belastingjaren tegelijk, wat het financiële risico aanzienlijk vergroot.

Heb je vragen over administratieverplichtingen, een boekenonderzoek of IB/PVV-correcties? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.


Robin Lammers
 ·  Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
 ·  2026-09-10

Een bestuurder die bewust niet betaalt en vervolgens zijn BV via een turbo-liquidatie opheft om verhaal te frustreren: de Rechtbank Amsterdam oordeelde op 2 september 2026 dat dit persoonlijke aansprakelijkheid oplevert. Ook andere betrokkenen kwamen er niet zonder kleerscheuren vanaf. Rechtspraak toont hoe ver rechters tegenwoordig gaan bij misbruik van rechtspersonen.

Wat houdt dit in?

Bestuurdersaansprakelijkheid wegens betalingsonwil houdt in dat een bestuurder persoonlijk aansprakelijk wordt gesteld wanneer hij of zij opzettelijk schuldeisers benadeelt door betaling te weigeren en verhaal onmogelijk te maken.

In deze zaak had de bestuurder er bewust voor gekozen om schuldeisers niet te betalen, terwijl er wel middelen waren of hadden kunnen zijn. Vervolgens werd de BV ontbonden via een turbo-liquidatie: een snelle opheffing zonder formele faillissementsprocedure, waarbij geen vereffenaar wordt aangesteld en schuldeisers buitenspel worden gezet.

De rechtbank oordeelde dat dit handelen kwalificeert als ernstig verwijtbaar. De bestuurder had willens en wetens verhaal gefrustreerd. Dat is precies de situatie waarin het beschermende schild van de rechtspersoon niet meer geldt.

Opvallend is dat ook de overige gedaagden aansprakelijk werden geacht, op grond van onrechtmatige daad in groepsverband. Zij hadden samengewerkt aan het benadelen van de schuldeiser, ook al waren zij zelf geen formele bestuurder van de BV. Dit laat zien dat aansprakelijkheid verder reikt dan alleen de persoon op het Handelsregister.

Wat betekent dit voor jou?

Als ondernemer heb je waarschijnlijk je bedrijf in een BV ondergebracht juist om privérisico’s te beperken. Dat is verstandig, maar deze uitspraak bevestigt de grenzen van die bescherming.

Gebruik je een turbo-liquidatie om van een BV af te komen terwijl er nog schulden openstaan? Dan loop je een serieus risico op persoonlijke aansprakelijkheid. De rechter kijkt niet alleen naar de formele stappen, maar ook naar de intentie erachter. Betalingsonwil gecombineerd met een snelle liquidatie is een combinatie die rechtbanken inmiddels goed herkennen.

Ben je schuldeiser van een BV die plotseling is opgeheven? Dan is het niet vanzelfsprekend dat je achter het net vist. Via bestuurdersaansprakelijkheid of aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad in groepsverband zijn er mogelijkheden om toch verhaal te halen, ook op de mensen achter de BV.

Voor medebestuurders, aandeelhouders of adviseurs die actief hebben meegewerkt aan het frustreren van verhaal geldt hetzelfde. De kwalificatie “groepsverband” bij onrechtmatige daad betekent dat deelname aan de gezamenlijke actie al voldoende kan zijn voor volledige aansprakelijkheid.

Wat kun je doen?

Sta je op het punt een BV te liquideren terwijl er nog schuldeisers zijn? Zorg dan dat je de juiste procedure volgt. Een turbo-liquidatie is alleen geschikt als er geen baten én geen schulden meer zijn, of als alle schuldeisers hebben ingestemd. Is dat niet het geval, dan is een reguliere vereffening of zelfs faillissementsaanvraag de juiste route.

Heb je als schuldeiser te maken met een BV die via turbo-liquidatie is opgeheven terwijl jij nog een vordering had? Laat onderzoeken of er sprake is van betalingsonwil of bewust benadeeld zijn. Dat zijn de gronden waarop je alsnog verhaal kunt halen op de bestuurder of betrokken partijen privé.

Wil je als bestuurder weten waar de grens ligt tussen aanvaardbaar ondernemersrisico en persoonlijke aansprakelijkheid? Dat is precies het soort vraag waarvoor juridisch advies geen overbodige luxe is. Op recht-zeker.nl/ondernemen/ vind je meer informatie over bestuurdersaansprakelijkheid en wat wij voor jou kunnen betekenen.

Documenteer ook altijd je beslissingen als bestuurder. Als je kunt aantonen dat je zorgvuldig hebt gehandeld, dat je betalingsproblemen niet kon voorzien en dat je niet bewust schuldeisers hebt benadeeld, sta je veel sterker bij een aansprakelijkheidsvordering.

Veelgestelde vragen

Wanneer ben je als bestuurder persoonlijk aansprakelijk voor schulden van de BV?

Een bestuurder is persoonlijk aansprakelijk als sprake is van ernstig verwijtbaar handelen, zoals opzettelijk niet betalen terwijl dat wel kon, of het bewust frustreren van verhaal door schuldeisers. Het beschermende schild van de BV vervalt op het moment dat een bestuurder willens en wetens schuldeisers benadeelt. Normale bedrijfsrisico’s leiden niet tot persoonlijke aansprakelijkheid.

Is een turbo-liquidatie toegestaan als er nog schulden zijn?

Een turbo-liquidatie is in principe alleen toegestaan als de BV geen baten meer heeft en er geen schulden openstaan, of als alle schuldeisers akkoord zijn. Gebruik je de turbo-liquidatie terwijl er nog openstaande vorderingen zijn zonder toestemming van schuldeisers, dan loop je het risico dat dit wordt aangemerkt als benadeling van schuldeisers en kan de bestuurder persoonlijk aansprakelijk worden gesteld.

Wat is aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad in groepsverband?

Aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad in groepsverband houdt in dat meerdere personen die samenwerken aan een onrechtmatige handeling ieder volledig aansprakelijk zijn voor de geleden schade, ook als ze zelf niet de formele beslissingen namen. Deelname aan de samenwerking is voldoende om aansprakelijk te zijn. Dit betekent dat ook aandeelhouders, adviseurs of feitelijk beleidsbepalers aansprakelijk kunnen worden gesteld als zij actief hebben bijgedragen aan het benadelen van schuldeisers.

Heb je vragen over bestuurdersaansprakelijkheid of een turbo-liquidatie? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.


Robin Lammers
 ·  Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
 ·  2026-09-01

Als DGA die ruimtes in zijn eigen woning verhuurt aan zijn BV, kun je onderdeel zijn van de fiscale eenheid btw. Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft dit recent bevestigd in een zaak waarbij een DGA zijn garage en werkruimtes ter beschikking stelde aan zijn vennootschap. Die uitspraak heeft directe gevolgen voor hoe jij als DGA je btw-positie moet beoordelen.

Wat houdt dit in?

Deelname aan de fiscale eenheid btw houdt in dat twee of meer belastingplichtigen voor de btw als één ondernemer worden beschouwd, waardoor onderlinge prestaties buiten de btw-heffing vallen.

In deze zaak verhuurde een DGA zijn garage en werkruimtes — gelegen bij en in zijn eigen woning — aan zijn BV. De belastingdienst betwistte aanvankelijk of de DGA daarmee zelfstandig deelnam aan het economische verkeer. Dat is namelijk een vereiste om als ondernemer voor de btw te kwalificeren, en dus om deel uit te kunnen maken van een fiscale eenheid btw.

De rechtbank oordeelde anders. Volgens Rechtbank Zeeland-West-Brabant handelt de DGA met deze verhuur wél zelfstandig en neemt hij wél deel aan het economische verkeer. Hij treedt op als verhuurder in een directe contractuele relatie met zijn BV, ontvangt daarvoor een vergoeding en draagt daarmee de kenmerken van een btw-ondernemer. De conclusie: de DGA maakt deel uit van de fiscale eenheid btw. Je kunt de volledige uitspraak raadplegen via Taxlive.

De kern van de redenering zit in de zelfstandigheid. De DGA handelt niet als werknemer of als aandeelhouder wanneer hij ruimtes verhuurt — hij treedt op als een zelfstandige verhuurder die een economische activiteit uitoefent. Dat is genoeg om de drempel voor btw-ondernemerschap te halen.

Wat betekent dit voor jou?

Als DGA die een werkkamer, garage of andere ruimte in zijn privéwoning ter beschikking stelt aan de eigen BV, is dit arrest direct relevant. Je btw-positie is namelijk niet zo eenduidig als je misschien dacht. De fiscus kan — of moet zelfs — jou als onderdeel van de fiscale eenheid btw beschouwen als aan de voorwaarden is voldaan.

Dat heeft praktische gevolgen. Als je deel uitmaakt van de fiscale eenheid btw, gelden onderlinge leveringen en diensten tussen jou en je BV niet als btw-belaste prestaties. Dat kan voordelig zijn, maar kan ook betekenen dat je btw-administratie en je verhuurovereenkomst kritisch tegen het licht moeten worden gehouden.

Omgekeerd geldt: als je buiten de fiscale eenheid valt terwijl je eigenlijk onderdeel zou moeten zijn, loop je het risico dat btw-verplichtingen verkeerd zijn ingevuld. Dat kan leiden tot naheffingen, rente en boetes. Zeker als je al jaren ruimtes verhuurt aan je BV zonder btw te berekenen of zonder de situatie formeel te hebben geregeld, is het verstandig om dit te laten toetsen.

Voor MKB-ondernemers met een BV-structuur is dit een duidelijk signaal: de ter beschikking stelling van ruimtes aan de eigen vennootschap is geen administratief detail, maar een situatie met btw-technische gevolgen die je serieus moet nemen.

Wat kun je doen?

Stap één is vaststellen of jouw situatie vergelijkbaar is met de zaak die voor de rechtbank lag. Stel jezelf de vraag: verhuur jij als DGA ruimtes aan je BV, ontvang je daarvoor een vergoeding en doe je dat op basis van een overeenkomst? Dan is de kans reëel dat jij ook als btw-ondernemer kwalificeert en onderdeel uitmaakt van de fiscale eenheid btw.

Stap twee is het controleren van je huidige btw-administratie. Heb je een huurovereenkomst met je BV opgesteld? Is de verhuur vrijgesteld of belast voor de btw? Heb je je aangemeld bij de Belastingdienst als onderdeel van een fiscale eenheid? Dat zijn allemaal vragen die nu beantwoord moeten worden, niet pas bij een boekenonderzoek.

Stap drie is professioneel advies inwinnen. De btw-regelgeving rondom fiscale eenheden en ter beschikking stelling is technisch. Een kleine fout in de structuur of administratie kan grote financiële gevolgen hebben. Meer informatie over fiscale en juridische begeleiding voor ondernemers vind je op recht-zeker.nl/ondernemen/.

Veelgestelde vragen

Wanneer ben je als DGA onderdeel van de fiscale eenheid btw?

Als DGA maak je deel uit van de fiscale eenheid btw als je zelfstandig economische activiteiten verricht en financieel, organisatorisch en economisch verweven bent met je BV. Het verhuren van ruimtes aan je BV tegen vergoeding kwalificeert als zo’n economische activiteit, zo bevestigde Rechtbank Zeeland-West-Brabant in 2026. Je hoeft niet als directeur-werknemer op te treden — de verhuuractiviteit op zichzelf kan al genoeg zijn.

Moet je btw berekenen over de verhuur van een werkruimte aan je eigen BV?

Verhuur van onroerende zaken is in beginsel vrijgesteld van btw. Maar als je deel uitmaakt van een fiscale eenheid btw, vallen onderlinge prestaties buiten de btw-heffing — je hoeft dan geen btw te berekenen over de huur die je BV aan jou betaalt. Is er geen fiscale eenheid, dan hangt het af van of je hebt geopteerd voor belaste verhuur. Het is cruciaal om dit vooraf goed te structureren.

Wat zijn de risico’s als je de btw-positie bij verhuur aan je BV niet goed regelt?

Als je btw-verplichtingen verkeerd zijn ingevuld — bijvoorbeeld omdat je ten onrechte buiten de fiscale eenheid bent gebleven of juist ten onrechte geen btw hebt afgedragen — kan de Belastingdienst naheffingen opleggen, verhoogd met belastingrente en eventueel een boete. Dit geldt met terugwerkende kracht over meerdere jaren. Tijdig laten controleren voorkomt veel ellende.

Heb je vragen over de fiscale eenheid btw en de verhuur van ruimtes aan je BV? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.


Robin Lammers
 ·  Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
 ·  2026-08-31

Rechtbank Den Haag heeft geoordeeld dat een belastingplichtige een factuur van maar liefst € 2,2 miljoen niet in aftrek mag brengen als zakelijke kosten. De reden: hij kon niet aantoonbaar maken dat de kosten daadwerkelijk zijn gemaakt én dat ze een zakelijk karakter hadden. Dit is een harde les over kostenaftrek en bewijslast die voor iedere ondernemer relevant is. Lees de uitspraak via Taxlive.

Wat houdt dit in?

Kostenaftrek in de vennootschaps- of inkomstenbelasting houdt in dat je zakelijke uitgaven van je belastbare winst mag aftrekken, mits je aannemelijk kunt maken dat die kosten daadwerkelijk zijn gemaakt én een zakelijk doel dienen.

In deze zaak lag er een factuur van € 2,2 miljoen op tafel. Groot bedrag, maar de onderbouwing ontbrak volledig. De belastingplichtige kon tegenover de inspecteur niet aantonen dat er werkelijk prestaties waren geleverd die deze factuur rechtvaardigden. Evenmin was duidelijk waarvoor het bedrag precies werd betaald en of dat überhaupt een zakelijke grondslag had.

De inspecteur weigerde de aftrek en de rechtbank gaf hem gelijk. Een ongebruikelijke factuur — groot bedrag, weinig specificatie, twijfelachtige zakelijkheid — is zonder deugdelijk bewijs simpelweg niet aftrekbaar. De bewijslast ligt bij jou als ondernemer, niet bij de Belastingdienst.

Dit klinkt misschien als een uitzonderingssituatie, maar vergis je niet. De Belastingdienst let steeds scherper op hoge of ongebruikelijke kostenposten, zeker als de zakelijkheid niet direct voor de hand ligt.

Wat betekent dit voor jou?

Als MKB-ondernemer betaal je misschien regelmatig facturen aan leveranciers, adviseurs of samenwerkingspartners. Zolang die kosten duidelijk zakelijk zijn en goed gedocumenteerd, is er niets aan de hand. Maar zodra een factuur groot is, weinig gespecificeerd of afkomstig van een partij waarmee de zakelijke relatie niet helder is, loop je risico.

De kern van dit vonnis is dat een factuur op zichzelf geen bewijs is. Een factuur is een document dat iemand kan opstellen. Wat telt, is of de onderliggende prestatie daadwerkelijk heeft plaatsgevonden en of die prestatie zakelijk relevant is voor je onderneming. Ontbreekt dat bewijs, dan is aftrek van de kosten niet mogelijk.

Dit speelt met name bij betalingen aan gelieerde partijen, buitenlandse dienstverleners of bij zogenaamde managementfees en consultancyvergoedingen waar geen duidelijke tegenprestatie tegenover staat. Juist bij die soort kostenposten vraagt de Belastingdienst steeds vaker om onderbouwing.

Voor directeur-grootaandeelhouders (DGA’s) is dit extra relevant. Betalingen tussen een holding en een werkmaatschappij, of tussen een BV en privé, worden nauwkeurig bekeken. Een factuur sturen is niet genoeg; er moet een reële dienst of prestatie tegenover staan.

Wat kun je doen?

Zorg dat je administratie op orde is. Dat klinkt simpel, maar in de praktijk schiet het er bij veel ondernemers bij in. Leg per kostenpost vast wat er is geleverd, door wie, wanneer en waarvoor. Bewaar niet alleen de factuur, maar ook offertes, contracten, e-mailcorrespondentie, rapporten of andere stukken die aantonen dat er daadwerkelijk iets is gepresteerd.

Is een kostenpost hoog of ongebruikelijk? Documenteer dan extra zorgvuldig. Beschrijf wat de zakelijke noodzaak is, waarom dit bedrag marktconform is en wat jouw onderneming ermee heeft bereikt. Hoe meer bewijs, hoe sterker je positie bij een eventuele controle.

Betaal je regelmatig managementfees of consultancyvergoedingen aan gelieerde partijen? Laat dan een schriftelijke overeenkomst opstellen die de diensten en de vergoeding beschrijft. En zorg dat die diensten ook feitelijk worden verleend en aantoonbaar zijn.

Twijfel je of een bepaalde kostenpost standhoudend aftrekbaar is, of loop je al tegen een vraag van de Belastingdienst aan? Bekijk dan wat Recht Zeker Advies voor ondernemers kan betekenen. Voorkomen is beter dan achteraf herstellen.

Veelgestelde vragen

Wanneer mag je een factuur aftrekken als zakelijke kosten?

Een factuur is aftrekbaar als zakelijke kosten als je aannemelijk kunt maken dat de onderliggende prestatie daadwerkelijk is geleverd én dat de kosten een zakelijk doel dienen. Alleen een factuur in de administratie hebben is niet voldoende; je moet ook de werkelijkheid achter die factuur kunnen onderbouwen met contracten, correspondentie of andere bewijsstukken.

Wat doet de Belastingdienst als een factuur ongebruikelijk hoog is?

Bij een ongebruikelijk hoge factuur zal de Belastingdienst bij een controle vragen om onderbouwing van de zakelijkheid en de werkelijkheid van de kosten. Als die onderbouwing ontbreekt, kan de inspecteur de aftrek weigeren. De bewijslast ligt bij de ondernemer, niet bij de Belastingdienst.

Kan de Belastingdienst kostenaftrek weigeren als ik een factuur heb betaald?

Ja, dat kan. Betaling van een factuur bewijst niet automatisch dat de kosten zakelijk zijn of dat er een reële prestatie tegenover stond. Rechtbank Den Haag bevestigde in 2026 nogmaals dat de inspecteur aftrek terecht kan weigeren als de zakelijkheid en de werkelijkheid van de kosten onvoldoende zijn aangetoond, ook als de factuur feitelijk is betaald.

Heb je vragen over kostenaftrek of de zakelijkheid van facturen in jouw onderneming? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.