Robin Lammers
· Fiscaal jurist & eigenaar Recht Zeker Advies
· 2026-07-17
Schenk je aandelen in je vennootschap aan een kind, dan wil je gebruikmaken van de doorschuifregeling om belastingheffing uit te stellen. Maar een recente uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 3 juli 2026 laat zien dat dit niet vanzelf gaat. Als je niet kunt bewijzen dat aan de voorwaarden is voldaan, betaal je alsnog direct belasting over de aanmerkelijkbelangwinst. (Rechtspraak)
Wat houdt dit in?
De doorschuifregeling bij schenking van aanmerkelijkbelangaandelen houdt in dat de belastingclaim op de aanmerkelijkbelangwinst niet direct bij de schenker wordt afgerekend, maar wordt doorgeschoven naar de ontvanger van de aandelen.
In deze zaak schonk een vader in 2020 al zijn aandelen in een vennootschap aan zijn zoon. Die vennootschap bezat meerdere in Nederland gelegen onroerende zaken. De vader deed een beroep op artikel 4.17c van de Wet IB 2001, de doorschuifregeling voor schenkingen van aanmerkelijkbelangaandelen, om directe inkomstenbelastingheffing te vermijden.
De rechtbank wees dit beroep af. De vader slaagde er niet in aannemelijk te maken dat aan alle voorwaarden van de doorschuifregeling was voldaan. Het gevolg: de aanmerkelijkbelangwinst werd direct in 2020 in de heffing betrokken, met een belastingaanslag als resultaat.
De kern van de discussie zat hem waarschijnlijk in de kwalificatievereisten rondom de ondernemingsactiviteiten van de vennootschap. Een doorschuifregeling geldt namelijk alleen voor zover de vennootschap een materiële onderneming drijft. Vastgoed dat louter ter belegging wordt aangehouden telt daarvoor in principe niet.
Wat betekent dit voor jou?
Ben je ondernemer met een vennootschap waar vastgoed in zit, dan is deze uitspraak direct relevant. Het bezit van onroerende zaken via een BV kwalificeert niet automatisch als ondernemingsvermogen. Als de activiteiten rondom dat vastgoed normaal vermogensbeheer niet te boven gaan, valt een groot deel van de waarde buiten de doorschuifregeling.
Wil je aandelen schenken aan een kind of opvolger, dan moet je dus goed in kaart brengen welk deel van het BV-vermogen als ondernemingsvermogen kwalificeert en welk deel als beleggingsvermogen. Over het beleggingsdeel kun je niet doorschuiven; dat deel wordt direct afgerekend in box 2. In 2026 is het gecombineerde box 2-tarief voor winsten boven de 67.000 euro 33%.
Mis je de documentatie of de onderbouwing om aan te tonen dat je vennootschap een echte onderneming drijft, dan loop je het risico dat de Belastingdienst de doorschuifregeling weigert. Dan word je geconfronteerd met een heffing die je niet had voorzien en waarvoor je mogelijk de liquiditeit niet hebt.
Dit speelt niet alleen bij bedrijfsopvolging via schenking, maar ook bij overlijden. De doorschuifregeling bij overlijden (artikel 4.17a Wet IB 2001) kent vergelijkbare eisen. De uitspraak van 3 juli 2026 is daarmee een stevige herinnering om tijdig te toetsen of jouw structuur voldoet.
Wat kun je doen?
Staat bedrijfsoverdracht bij jou op de agenda, begin dan nu met een goede analyse van je vennootschapsstructuur. Breng in kaart welke activiteiten als materiële onderneming kwalificeren en welke als belegging worden gezien. Dat onderscheid bepaalt voor welk deel je kunt doorschuiven.
Zorg ook voor adequate documentatie. Huurovereenkomsten, managementactiviteiten, exploitatierisico’s en de feitelijke betrokkenheid van de vennootschap bij haar vastgoed spelen allemaal een rol. Hoe meer je kunt aantonen dat het vastgoed actief wordt geëxploiteerd en niet passief wordt beheerd, hoe sterker je positie.
Overweeg of herstructurering zinvol is voordat je een schenking of overdracht doet. Soms is het verstandig om beleggingsvastgoed af te splitsen van de operationele onderneming, zodat de doorschuifregeling van toepassing kan zijn op het ondernemingsdeel. Dit vraagt om tijdige planning, want een afsplitsing heeft zijn eigen fiscale en juridische vereisten.
Wacht niet tot het moment van overdracht zelf. Als je dan pas ontdekt dat je structuur niet voldoet aan de voorwaarden, zijn de opties beperkt en de kosten hoog. Meer informatie over fiscale planning en bedrijfsopvolging vind je op recht-zeker.nl/ondernemen.
Veelgestelde vragen
Wanneer geldt de doorschuifregeling bij schenking van aanmerkelijkbelangaandelen?
De doorschuifregeling van artikel 4.17c Wet IB 2001 geldt bij schenking van aanmerkelijkbelangaandelen als de vennootschap een materiële onderneming drijft. Alleen het deel van de waarde dat toerekenbaar is aan dat ondernemingsvermogen kan worden doorgeschoven; het beleggingsdeel wordt direct in box 2 belast. De schenker moet aantoonbaar kunnen maken dat aan deze voorwaarden is voldaan.
Telt vastgoed in een BV mee als ondernemingsvermogen voor de doorschuifregeling?
Vastgoed in een BV kwalificeert alleen als ondernemingsvermogen als de activiteiten rondom dat vastgoed het niveau van normaal vermogensbeheer overstijgen. Puur passief beleggen in verhuurde panden wordt door de Belastingdienst in de regel als beleggingsvermogen aangemerkt, waarvoor de doorschuifregeling niet geldt. Actieve exploitatie, zoals intensief beheer of projectontwikkeling, kan wél tot kwalificatie als onderneming leiden.
Wat gebeurt er als de doorschuifregeling niet van toepassing is bij een aandelenschenking?
Als de doorschuifregeling niet van toepassing is, wordt de schenker op het moment van de schenking direct belast in box 2 over het verschil tussen de waarde in het economisch verkeer van de aandelen en de verkrijgingsprijs. In 2026 bedraagt het box 2-tarief 24,5% over de eerste 67.000 euro en 33% over het meerdere. De ontvanger van de aandelen krijgt de waarde in het economisch verkeer als nieuwe verkrijgingsprijs.
Heb je vragen over de doorschuifregeling of bedrijfsopvolging via schenking van aanmerkelijkbelangaandelen? Neem dan contact op met Recht Zeker Advies. Wij helpen je graag verder. Neem hier contact op voor een vrijblijvend gesprek.

